Raptuszaak. De rechtbank heeft op 23 juli 2009 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van elf verdachten. De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie het vertrouwen dat de verdediging mocht hebben in een eerlijke procesvoering op onherstelbare
Wetboek van Strafvordering
Art. 423 Sv
Genoemd in 543 uitspraken · Officiële wettekst
543 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Uitlevering verzocht door de Republiek Kroatië. OM-cassatie. De Rb heeft het OM n-o verklaard nu de OvJ volgens haar heeft gehandeld in strijd met het gesloten systeem van rechtsmiddelen door een nieuw uitleveringsverzoek in te dienen. De omstandigheid dat de uitlevering ter verv
Nieuwe bezwaren in de zin van art. 255 Sv. Is een getuigenverklaring die pas naar aanleiding van onderzoek ter terechtzitting onvoldoende betrouwbaar wordt bevonden, niet (langer) een 'nieuw bezwaar'?
Megazaak 'Napels'. De rechtbank heeft de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van vier verdachten van (kort gezegd en onder meer) hypotheekfraude, wegens niet vernietigde geheimhouders. Het hof vernietigt het vonnis, verklaart het openbaar ministerie
Ongedaanmaking van niet-ontvankelijkverklaring in onder de noemer Sierra bij de rechtbank aangebrachte strafzaken. Het hof vernietigt en wijst terug. Waardering feitelijke gang van zaken en toetsingskader samenstelling en vorming strafdossier.
Geen responsieplichtig verweer. De klacht dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een verweer in de zaak van een medeverdachte bij welk verweer verdachte zich heeft aangesloten, faalt op de in de conclusie van de AG vermelde gronden.
Geen responsieplichtig verweer. De klacht dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een verweer in de zaak van een medeverdachte bij welk verweer verdachte zich heeft aangesloten, faalt op de in de conclusie van de AG vermelde gronden.
Vormverzuimen in het vooronderzoek, artikel 359a Sv. Het hof is van oordeel dat de officier van justitie in deze zaak op verschillende momenten onzorgvuldig en verwijtbaar heeft gehandeld. Hierbij is sprake van omissies die deels herstelbaar zijn. Geen sprake van doelbewuste of
Hoger beroep, verstek en de niet-gemachtigde raadsvrouw. Naleving artikel 51 Wetboek van Strafvordering.
Geen beslissing op (voorwaardelijk) getuigenverzoek. De raadsman heeft een verzoek gedaan a.b.i. in art. 328 jo. art. 331 en art. 415 Sv en de aan het verzoek verbonden voorwaarde is vervuld, zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Noch de p-v’s van de ter
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoo
Conclusie AG over openbaarheid van de behandeling en locus delicti. HR: art. 81 RO.
Beslissing wrakingskamer hof ’s-Hertogenbosch 28 november 2008: Verzoek tot wraking van de strafkamer van het hof, gebaseerd op de afwijzing van verzoeken tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank en het horen van de voorzitter van de rechtbank en de officier van justitie al
1. Preliminair verweer dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is in het hoger beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering ingevolge artikel 314a Sv met betrekking tot feit 1 . Niet gebleken dat het openbaar ministerie geen ander belang heeft bij handhaving van het
OM-cassatie. Lijfsvisitatie 100% controles Schiphol o.g.v. art. 17 Douanewet. Hof heeft om doelmatigheidredenen vrijgesproken. Het eerste in het middel aangevallen oordeel van het hof komt erop neer dat het onderzoek dat hier heeft plaatsgevonden (te weten het schouwen van de nat
Het hof heeft vastgesteld dat de inleidende dagvaarding (anders dan is ingevuld op de akte van uitreiking) niet aan verdachte doch aan een ander is uitgereikt. Daaruit vloeit voort dat de uitreiking van die dagvaarding niet is geschied overeenkomstig bij art. 589.1.4° en 589.3 jo
Uit het p-v van de terechtzitting in appel van 16-2-05 blijkt weliswaar dat het hof voornemens was nader te onderzoeken of de zaak wegens het mogelijk niet naleven van art. 51 Sv naar de Ktr diende te worden teruggewezen, doch uit het p-v van de terechtzitting in appel van 4-5-05
Motivering geldboete die is opgelegd in verband met financieel gewin uit bewezenverklaarde feiten. In aanmerking genomen dat noch de gedingstukken noch het verhandelde ter terechtzitting zowel in eerste aanleg als in appel iets inhouden omtrent de draagkracht van verdachte, behoe
Het hof heeft feitelijk vastgesteld dat de PR geen einduitspraak heeft gegeven t.a.v. het onder 3 tenlastegelegde feit. O.g.v. die vaststelling heeft het hof vervolgens terecht beslist dat het appel van verdachte zich niet kon uitstrekken tot dit feit.
De opvatting dat het ontbreken van een vertaling van de inleidende dagvaarding in een taal die verdachte begrijpt de nietigheid van die dagvaarding meebrengt, is onjuist. Wel behoort de rechter, indien hij van oordeel is dat verdachte door die omstandigheid in zijn verdediging is
Lijfsvisitatie en controlebevoegheid van de douane. Aan lijfsvisitatie als bedoeld in art. 56 Sv zijn strikte voorwaarden verbonden. Vergelijkbare strikte voorwaarden voor het zo goed mogelijk waarborgen van de privacy bij lijfsvisitatie van aan de douanecontrole onderworpen pers
Betekening inleidende dagvaarding. 1. De opvatting is onjuist dat indien de appèlrechter, anders dan de rechter in eerste aanleg, oordeelt dat de inleidende dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend, de appèlrechter de zaak ex art. 423.2 Sv naar de eerste rechter dient te verwijz
Aanwezigheidsrecht / detentie kort voor en tijdens de terechtzitting in eerste aanleg / verstekbehandeling in eerste aanleg en in appèl. Gang van zaken: op 3-1-04 is de dagvaaring voor de terechtzitting in eerste aanleg in persoon uitgereikt. Een aan de schriftuur gehechte brief
Afwijzing getuigenverzoek. Gang van zaken: vóór de terechtzitting van 15-12-03 is door de verdediging per brief aan de AG de oproeping verzocht van de getuigen X en Y. Ter terechtzitting heeft de verdediging gepersisteerd bij dit verzoek waaraan de AG geen gevolg heeft gegeven. H
De opvatting dat, nu het hof heeft geoordeeld dat verdachte in eerste aanleg onvoldoende voorbereidingstijd heeft gehad en geen sprake is geweest van een eerlijk proces ex art. 6 EVRM, het hof de zaak ex art. 423.1 Sv naar de rb had dienen te verwijzen, is onjuist (HR NJ 1996, 55