Opgave van b.m., art. 359.3 Sv. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: Hof heeft de aantekening mondeling vonnis van de Pr bevestigd, in welk vonnis de Pr voor de inhoud van de b.m. heeft verwezen naar de (digitale) processtukken. Doo
Wetboek van Strafvordering
Art. 423 Sv
Genoemd in 543 uitspraken · Officiële wettekst
543 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Geen afschrift dagvaarding in e.a. verzonden naar raadsman. Kan rechtsbijstand worden afgeleid uit verzetschrift tegen strafbeschikking van raadsman? Art. 39 (oud) en 51 (oud) Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2000:ZD2182, ECLI:NL:HR:2015:3320 en ECLI:NL:HR:20
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
Verzoek om terugverwijzing omdat de gekozen raadsvrouw niet in staat was aanwezig te zijn tijdens de zitting in eerste aanleg. Hof wijst verzoek af. Verzoek tot bewijsuitsluiting wegens een vormverzuim. Hof volstaat met vaststelling van het vormverzuim.
Verdachte wordt ter zake van medeplegen van (gewoonte)witwassen van in totaal € 2.619.843 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 6 maanden. Verwerping verweren met betrekking tot o.a. de geldigheid van de behandeling in eerste aanleg en de ontvankelijkhei
Slagende bewijsklacht voorhanden hebben van een vuurwapen en patronen. Voor een veroordeling ter zake van het voorhanden hebben van een wapen of munitie in de zin van art. 26 WWM is vereist dat sprake is geweest van een meer of mindere mate van bewustheid bij de verdachte omtren
Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. HR verklaart het beroep in cassatie, gezien art. 80a RO, n-o, nu verdachtes belang bij diens terecht voorgestelde klacht m.b.t. art. 359.3 tweede volzin, Sv niet evident is nu verdachte ttz. in h.b. het hem tlgld. kennelijk heeft bekend en d
Afwijzing van verzoek tot terugwijzing naar de Pr. HR verhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496. HR: het Hof, dat na terugwijzing van de zaak door de HR (arrest van 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:147) de zaak opnieuw had te berechten en af te doen, heeft zonder blijk te geven van een onjuiste
Antilliaanse zaak. Het in deze zaak van toepassing zijnde art. 385.3 Wetboek van Strafvordering van Curaçao (SvC) is gelijkluidend aan art. 342.2 Sv. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452, welke ook gelden voor art. 385.3 SvC. V.zv. het middel betoogt d
1. Verontschuldigbare overschrijding van appeltermijn na intrekking van één van twee inleidende dagvaardingen, nu niet blijkt dat verdachte uitdrukkelijk erop is gewezen dat deze intrekking geen gevolgen had voor de behandeling van de andere op diezelfde terechtzitting aangebrach
HR: art. 80a RO.
-
OM-cassatie en cassatieberoep verdachte. HR: art. 81.1 RO.
Bekennende verdachte, art. 359.3 Sv. Het middel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Conclusie AG: anders.
Verdachte n-o in zijn cassatieberoep. Blijkens het p-v tz. in eerste aanleg is aldaar door de ex art. 279 Sv gemachtigde raadsman niet aangevoerd dat de zaak voor de kinderrechter vervolgd had dienen te worden. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat uit hetgeen in de cassaties
HR: 81.1 RO en strafvermindering i.v.m. overschrijding redelijke termijn.
Antilliaanse zaak. Denaturering verklaring verdachte.
HR: 81 RO. Ambtshalve: Het Hof heeft overwogen het vonnis te zullen bevestigen behalve t.a.v. de strafoplegging en de motivering daarvan. In het arrest ontbreekt een beslissing t.a.v. de strafoplegging. De HR leest de bestreden uitspraak verbeterd in die zin dat het Hof het vonni
1. Bevestiging vonnis. 2. Art. 359.2 Sv, uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (uos) m.b.t. het zwaar lichamelijk letsel. 3. Uitspraak innerlijk tegenstrijdig m.b.t. de schadevergoedingsmaatregel? Ad 1. Het ligt op de weg van de appelrechter om kennelijke schrijffouten die voorkomen
Gegronde bewijsklacht medeplegen diefstal elektriciteit en vervoer hennep.
Opgave van bm, art. 359.3 Sv. De Pr heeft ten onrechte volstaan met een opgave van de bm, nu de verdachte vrijspraak bepleitte. Het Hof had daarom het vonnis niet mogen bevestigen zonder de gronden aan te vullen met een weergave van inhoud van de bm.
Contra-expertiserapport en Wet deskundige in strafzaken. Het WvSv voorziet op diverse plaatsen in een mogelijkheid voor de verdachte aan de Officier van Justitie of de rechter(-commissaris) te verzoeken een deskundige te benoemen voor het verrichten van (tegen) onderzoek. Voorts
Beklag, beslag, art. 552a Sv. 1. Verwijzingsopdracht. Vervolg op HR LJN BC6294. De klacht die berust op de opvatting dat het Hof de door de HR vernietigde beschikking van de Rb heeft bevestigd mist feitelijke grondslag. 2. De middelen voor het overige zijn geen cassatiemiddelen i
1. Toepassing art. 423.1 Sv (vernietiging/bevestiging door Hof van vonnis in 1e aanleg) na inwerkingtreding Wet stroomlijnen hoger beroep. 2. Kwalificatie. Ad 1. De HR beschrijft de strekking van de Wet stroomlijnen hoger beroep en de praktijk m.b.t. de toepassing van art. 423 Sv
Geen beslissing op (voorwaardelijk) getuigenverzoek. De raadsman heeft een verzoek gedaan a.b.i. in art. 328 jo. art. 331 en art. 415 Sv en de aan het verzoek verbonden voorwaarde is vervuld, zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Noch de p-v’s van de ter