Strafprocesrecht. Ontvankelijkheid hoger beroep bij burgerlijke rechter tegen niet-ontvankelijkverklaring door strafrechter van benadeelde partij. Uitleg art. 421 lid 4 Sv.
Wetboek van Strafvordering
Art. 421 Sv
Genoemd in 316 uitspraken · Officiële wettekst
316 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Bijzondere voorwaarde. Het Hof heeft als bijzondere voorwaarde bij het voorwaardelijk opgelegde gedeelte van de straf gesteld dat verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg/Jeugdreclassering. In aanmerking genomen dat verdachte ten tijde van de uitspraa
Vordering b.p. Wettelijke rente. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2000:AA4262. Nu de stukken van het geding niet inhouden dat de b.p. vergoeding van de wettelijke rente heeft gevorderd, heeft het Hof ten onrechte beslist dat die rente vergoed moet worden.
Oplichting - bedrijf bewogen tot afgifte (zonder betaling) van goederen.
Voeging b.p. Art. 421 en 51g Sv. De opvatting dat de in art. 421.3 Sv genoemde verwijzing naar de opgave van de eerste – ongewijzigde – vordering slechts kan geschieden d.m.v. het in art. 51g.1 Sv genoemde formulier vindt geen steun in het recht. V.zv. het middel opkomt tegen het
Jeugdzaak. 1.Redengevend bewijsmiddel. 2. Verzuim te beslissen op de vordering b.p. Ad 1. HR herhaalt LJN BV3442. Het middel klaagt terecht dat de door het Hof als ongeloofwaardig bestempelde verklaring onder de bewijsmiddelen is opgenomen. Dit behoeft in dit geval evenwel niet t
1. Ongegronde bewijsklacht. 2. Kennelijk leugenachtige verklaring. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN ZD0413, AD8873 en AT2897. Voor zover het Hof zijn oordeel dat verdachte leugenachtig heeft verklaard heeft gegrond op de verklaring van de medeverdachte geld
Vordering benadeelde partij. Art. 361.3 Sv. Het Hof heeft de benadeelde partij in haar vordering tot vergoeding van de materiële schade niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de behandeling van die vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Die door h
1. Noodweer(exces) en culpa in causa. 2. Vordering benadeelde partij. Ad 1. De HR stelt zijn overwegingen uit HR LJN AU8087 voorop. Gelet op de feitelijke vaststellingen van het Hof geeft zijn oordeel dat uit de gedragingen van de verdachte moet worden afgeleid dat hij de confron
Veroordeling ter zake van valsheid in geschrift, deelname aan een criminele organisatie, oplichting en het aannemen van steekpenningen. De verdachte was directeur van een in de Amsterdamse haven gevestigde onderneming. In die functie heeft hij dit bedrijf stelselmatig en jarenlan
De verdachte heeft zich met een ander schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Het Hof veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis. Daarnaast wordt de schadeve
HR: 81 RO. Ambtshalve: de bestreden uitspraak bevat geen beslissing op de vordering van de b.p. X. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN AT1812 met betrekking tot het gehouden zijn omtrent de vordering van een b.p. een met redenen omklede beslissing te nemen. De bestreden u
1. Vordering b.p. 2. Tul, art. 77k Sr. Ad 1. In aanmerking genomen dat de aantekening van het mondelinge vonnis van de Pr niet een toewijzing inhoudt van de door de b.p. gevorderde schadevergoeding, en niet blijkt dat de b.p zich op de voet van art. 421.3 Sv in het geding in h.b.
1. Omvang hoger beroep. 2. Beroep op noodweer. Ad 1. Nu uit de inhoud van de appelakte bezwaarlijk anders kan volgen dan dat het beroep onbeperkt is ingesteld, heeft het Hof terecht geoordeeld dat de omvang van het hoger beroep niet was beperkt, wat er zij van hetgeen het Hof ter
Benadeelde partij. Art. 421.3 Sv. De benadeelde partij mag in hoger beroep niet alsnog schadeposten opvoeren die zij in eerste aanleg niet heeft opgevoerd en mag evenmin het bedrag van de in eerste aanleg gevorderde schadevergoeding verhogen (vgl. HR LJN ZD0945). De opvatting dat
Bewijslevering verkrachting en pogingen daartoe. Schakelbewijs. Oplegging maatregel tbs en (duurzame) weigering medewerking aan onderzoek door gedragskundigen. Compensatie door strafverlaging n.a.v. inhoud televisie-uitzending.
Benadeelde partij, voegen. 's Hofs oordeel dat de b.p. zich in e.a. heeft gevoegd op de in art. 51b.2, Sv voorziene wijze en dat hij zich in h.b. op de voet van art. 421.3 jo. art. 51b Sv heeft gevoegd is onjuist noch onbegrijpelijk.
HR: 81 RO.
Beleggingsfraude. Veroordeling wegens het verlenen van beleggingsdiensten zonder vergunning. Vrijspraak van fiscale fraude en oplichting en heling. Overwegingen over: (onder meer) verjaring, verandering van wetgeving, medeplegen en opzet van de verdachte, schending redelijke term
Verdachte wordt terzake van twee overvallen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en zes maanden. De raadsman heeft in hoger beroep betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, aangezien de fotoconfrontaties met de get
I.s.m. de artt. 335 en 361.4 Sv jo. 415 Sv geen beslissing genomen op vordering benadeelde partij X. HR verklaart de benadeelde partij alsnog niet-ontvankelijk in haar vordering nu uit de aan de Hoge Raad gezonden stukken blijkt dat op vordering van de ovj de tll is gewijzigd in
Art. 52 SUO. 1. Vzv. het middel berust op de opvatting dat het in strijd met art. 52 SUO ontbreken van een vertaling van (de essentie van) het afschrift van de appeldagvaarding a.b.i. art. 450 Sv in een taal die de verdachte beheerst, dient te leiden tot schorsing van de vervolgi
Geschil tussen een verdachte en de zoon van het overleden slachtoffer die zich in hoedanigheid van executeur-testamentair op de voet van art. 51a lid 2 Sv. als benadeelde partij had gevoegd in de strafzaak waar de rechter bij onherroepelijk strafvonnis de schadevordering gedeelte
Vordering benadeelde partij. De vordering van de benadeelde partij die in eerste aanleg was toegewezen tot een bedrag van € 1.263, bedroeg in appèl na hernieuwde voeging weer het oorspronkelijke bedrag van € 1.997. Het hof wees de vordering toe tot een bedrag van € 1.263. ’s Hofs
Beslissing op (voor de terechtzitting ontvangen) aanhoudingsverzoek ex art. 278.3 Sv van verdachte of gemachtigde raadsman. Uit de art. 278.3 en 4, 329, 330 en 331.1 Sv volgt dat op een verzoek van verdachte ex art. 278.3 Sv ter terechtzitting moet worden beslist, nadat het OM om