Toevoeging (andere) raadsman. Art. 41 jo. art 45 Sv. I.c. heeft verdachte voorlopige hechtenis ondergaan en is zowel in e.a. als in h.b. aan hem ex art. 41.1 Sv een raadsman toegevoegd. Uit de stukken van het geding blijkt evenwel dat die raadsman zich reeds in e.a. uit de zaak h
Wetboek van Strafvordering
Art. 41 Sv
Genoemd in 56 uitspraken · Officiële wettekst
56 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Vordering tot cassatie in het belang der wet m.b.t. de vraag of art. 13a, tweede lid, Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften onder omstandigheden buiten toepassing dient te worden gelaten in het licht van artikel 14 EVRM en artikel 1 van het
Kosten van een raadsman ex art. 591a.2 Sv. Ingeval de gewezen verdachte en de raadsman die aan hem in de strafzaak was toegevoegd nadat de zaak is geëindigd overeenkomen dat van de verleende toevoeging geen gebruik zal worden gemaakt, kunnen de vervolgens door de advocaat aan de
Conclusie AG over de motivering van de verwerping van het beroep op noodweer(exces).
Conclusie AG. Deelname aan criminele organisatie, feitelijk leiding geven aan gewoontewitwassen en aan valsheid in geschrift 1. Post-Keskin. Klacht over afwijzing van verzoek tot horen belastende getuige hoeft bij gebrek aan voldoende belang niet tot cassatie te leiden. 2. Falen
De verdachte heeft zich met anderen tijdens een Oud en Nieuw-viering schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging door illegaal vuurwerk naar/tegen woningen te gooien. Tijdens een daarna ontstane confrontatie heeft hij een bewoner van een van die woningen mishandeld door hem pepp
Aan verdachte is ism art. 41.1a Sv, nadat de zaak door het hof naar de rb was verwezen, niet ambtshalve een raadsman toegevoegd. 's Hofs oordeel dat dat verzuim i.c. niet aan de geldigheid van het onderzoek in eerste aanleg in de weg staat, is onjuist noch onbegrijpelijk. Bij dat
Aan verdachte is ism art. 41.1a Sv, nadat de zaak door het hof naar de rb was verwezen, niet ambtshalve een raadsman toegevoegd. 's Hofs oordeel dat dat verzuim i.c. niet aan de geldigheid van het onderzoek in eerste aanleg in de weg staat, is onjuist noch onbegrijpelijk. Bij dat
7 oktober 2003 Strafkamer nr. 00819/03 EW/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 november 2002, nummer 23/001444-02, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]
-