Getuigenverzoek. De pleitaantekeningen bevatten onmiskenbaar een voorwaardelijk verzoek als voorzien in art. 331.1 jo. art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv, welke bepalingen ex art. 415.1 Sv ook van toepassing zijn op het onderzoek in h.b. Niet blijkt dat het Hof op
Wetboek van Strafvordering
Art. 418 Sv
Genoemd in 289 uitspraken · Officiële wettekst
289 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Zonder instemming van verdachte horen van getuigen door één van de leden van het Hof als Rh-C die nadien aan het onderzoek ttz. heeft deelgenomen. Art. 316.2 Sv. Redelijke wetsuitleg van art. 316.2 Sv - dat ook in h.b. toepasselijk is - brengt mee dat de daar genoemde instemming
1. Art. 515.5 en 518.3 Sv. 2. Slagende bewijsklacht. Ad 1. Tegen een beslissing op een verzoek tot wraking dan wel verschoning staat geen rechtsmiddel open, terwijl i.h.k.v. een cassatieberoep tegen een einduitspraak niet met vrucht kan worden opgekomen tegen zodanige beslissinge
Hofstad. 1. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. 2. “Openbaar gezag” a.b.i. art. 131 Sr en art. 132.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. 1. Uit de door het Hof vast
Hofstad. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. ’s Hofs oordeel dat verdachte daadwerkelijk een aandeel heeft gehad in, of heeft ondersteund,
Hofstad. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. Uit de door het Hof vastgestelde gedragingen van verdachte kan niet zonder meer worden afgele
Hofstad. 1. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. 2. “Openbaar gezag” a.b.i. art. 131 Sr en art. 132.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. ’s Hofs oordeel dat de verd
Falende bewijsklacht.
HR: art. 81 RO.
Getuigenverzoek, maatstaf. In art. 410.3 Sv jo. art. 263.2 Sv ligt als vereiste besloten dat de daar bedoelde opgave van getuigen of deskundigen voldoende stellig en duidelijk als zodanig in de appelschriftuur moet zijn vermeld. De beoordeling van de vraag of een appelschriftuur
Klacht over verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek. Het Hof heeft, tegen de achtergrond van hetgeen aan het verzoek tot het (doen) horen van de getuigen ten grondslag is gelegd, kennelijk en niet onbegrijpelijk de voorwaarde waaronder het verzoek is gedaan
Verzoek tot horen van bij appelschriftuur opgegeven getuigen. In een geval waarin in de appelschriftuur als bedoeld in art. 410.1 Sv een opgave van getuigen wordt gedaan, dient de rechter, gelet op art. 418.1 Sv (behoudens de zich hier niet voordoende uitzondering van art. 418.2
Verklaring getuige wiens identiteit niet blijkt. Klaarblijkelijk is de getuige, wiens verklaring als bewijsmiddel is gebezigd, door de Rechter-Commissaris gehoord op de voet van art. 190.2 Sv. Uit de ingevolge art. 360.1 Sv vereiste motivering van het gebruik van zo’n verklaring
Profijtontneming. Ex art. 36e.6 Sr wordt bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) wordt geschat, de aan een benadeelde derde in rechte toegekende vordering in mindering gebracht. Indien de betrokkene hoofdelijk is veroord
Art. 240b Sr. Bezit kinderpornografie. Zonder nadere motivering valt niet in te zien hoe fragmenten van een televisiedocumentaire over puberteit die geen afbeeldingen van een seksuele gedraging in de zin van art. 240b Sr bevatten, door het enkele selecteren, isoleren en opnemen o
1. Afwijzing verzoek Oslo-confrontatie. 2. Afwijzing getuigenverzoek, maatstaf. Ad 1. In ’s Hofs oordeel ligt besloten dat het geen noodzaak heeft gezien voor toewijzing van het verzoek. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de te dezen toepasselijke maa
De in de appelschriftuur a.b.i. art. 410.1 Sv opgegeven getuigen zijn ttz door de verdediging gehandhaafd. Nu zich hier niet de uitzondering van art. 418.2 Sv voordoet, had het Hof bij de beoordeling daarvan de maatstaf van art. 288.1 Sv moeten hanteren.
Piranha. Uitleg “werven voor gewapende strijd”, art 205.1 Sr. De tekst van art. 205 Sr noch de wetsgeschiedenis biedt steun aan de opvatting dat iemand die reeds “de gewapende strijd is toegedaan” niet meer kan worden geworven voor die gewapende strijd. Voor het ontstaan van stra
De in de appelschriftuur a.b.i. art. 410.1 Sv opgegeven getuigen zijn ttz door de verdediging gehandhaafd. Nu zich hier niet de uitzondering van art. 418.2 Sv voordoet, had het Hof bij de beoordeling daarvan de maatstaf van art. 288.1 Sv moeten hanteren.
Het verzoek tot het horen van de in de appelschriftuur a.b..i. art. 410.1 Sv opgegeven getuigen zijn ttz door de verdediging gehandhaafd. Nu zich hier niet de uitzondering van art. 418.2 Sv voordoet, had het Hof bij de beoordeling daarvan de maatstaf van art. 288.1 Sv moeten hant
Het verzoek tot het horen van de in de appelschriftuur a.b..i. art. 410.1 Sv opgegeven getuigen zijn ttz door de verdediging gehandhaafd. Nu zich hier niet de uitzondering van art. 418.2 Sv voordoet, had het Hof bij de beoordeling daarvan de maatstaf van art. 288.1 Sv moeten hant
Profijtontneming. HR herhaalt HR LJN BV9087 waarin de HR de aan de motivering gestelde eisen heeft verduidelijkt. I.c. voldoet de motivering.
Verzoek bij appelschriftuur. De HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BJ9346. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aldaar een verzoek is gedaan om de bij appelschriftuur opgegeven getuigen alsnog ter terechtzitting op te roepen. H
Afwijzing getuigenverzoek. Maatstaf. Aangevoerd wordt dat de getuige was opgegeven in de door de raadsman ingediende appelschriftuur. Bedoelde appelschriftuur bevindt zich niet bij de stukken van het geding. In cassatie is wel overgelegd een stuk inhoudende dat de appelschriftuur
Bewijsklacht. De verklaring van de getuige vindt voldoende steun in het overige bewijsmateriaal.