Profijtontneming. Getuigenverzoek. Het Hof heeft overwogen "vooralsnog" van oordeel te zijn dat het verzoek tot het horen van de in het middel bedoelde getuigen diende te worden afgewezen. Nu niet blijkt dat het Hof een nadere beslissing op het verzoek heeft gegeven of dat het ve
Wetboek van Strafvordering
Art. 418 Sv
Genoemd in 289 uitspraken · Officiële wettekst
289 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Profijtontneming. Afwijzing getuigenverzoeken. Vzv. het Hof al niet op ontoelaatbare wijze is vooruitgelopen op wat de getuigen zouden verklaren, is, in het licht van hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd en in aanmerking genomen dat het Hof bij de berekening van het vo
Afwijzen getuigenverzoek. In het licht van de door de verdediging betrokken stelling dat verdachte de portemonnee heeft gevonden, is de afwijzing van het verzoek om getuige X te horen, ontoereikend gemotiveerd. ‘s Hofs oordeel dat de – tot het bewijs gebezigde – verklaring van g
Afwijzing getuigenverzoek. Hof wijst op regiezitting getuige toe, maar komt op latere tz. op de beslissing terug als blijkt dat deze getuige reeds door de RC is gehoord. In ‘s Hofs oordeel ligt besloten dat het horen van de getuige niet noodzakelijk is. Gelet op art. 418.2 Sv hee
Maatstaf getuigenverzoek. Het Hof heeft het verzoek tot het horen van een aantal getuigen afgewezen omdat dit "niet noodzakelijk (is) voor enige in deze zaak te nemen beslissing en de verdachte door de afwijzing in redelijkheid ook niet in zijn belangen (is) geschaad". Aldus heef
Art. 191 Sr. 1. Bewijsklacht. 2. Uitlokken van hulp bij eigen zelfbevrijding strafbaar? Ad 1. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat voor een veroordeling t.z.v. het delict van art. 191 Sr is vereist dat komt vast te staan dat de ‘zelfbevrijding’ is geslaagd, is o
Afwijzing getuigenverzoek. Het Hof heeft terecht het verzoek afgewezen met toepassing van het kennelijk aan art. 418.3 Sv ontleende noodzakelijkheidscriterium. HR herhaalt relevante overwegingen van HR LJN AZ1702 t.a.v. opgeven van getuigen bij appelschriftuur indien is volstaan
Afwijzing getuigenverzoek. Het Hof heeft door te overwegen dat horen niet noodzakelijk is, de juiste maatstaf toegepast bij de beoordeling van het ttz. gedane verzoek. Voorts is ’s Hofs oordeel dat de grond voor afwijzing is dat de getuige reeds 2 maal eerder door de RC in aanwez
Volgens art. 342.2 Sr kan het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van 1 getuige. Dat verdachte feit 5 heeft begaan kan uitsluitend volgen uit in pv’s van politie vervatte verklaringen van 1
1. Vooruitlopen op inhoud getuigenverklaringen. 2. Omzetten jeugddetentie in gevangenisstraf. Ad 1. Het verzoek van de raadsman strekt ertoe om twee personen die belastend over verdachte hebben verklaard ttz. te doen horen omtrent de feitelijke gang van zaken en verdachtes rol da
Afwijzing getuigenverzoek. De maatstaf voor het eerst ttz.van 3-3-06 gedane verzoek tot het horen van de getuige, is ex art. 418.3 Sv of de noodzaak daarvan is gebleken (HR LJN AZ1702). Die maatstaf geldt eveneens wanneer na toewijzing van een dergelijk verzoek ttz. en verwijzing
Samenhangende zaak met 02834/06. Art. 359.2 Sv. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.z.v. onbetrouwbaarheid getuigenverklaring. Hetgeen door de raadsman ttz. in hoger beroep is aangevoerd m.b.t. de verklaringen van de getuige kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een sta
Samenhangende zaak met 02835/06. Art. 359.2 Sv. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.z.v. onbetrouwbaarheid getuigenverklaring. Hetgeen door de raadsman ttz. in hoger beroep is aangevoerd m.b.t. de verklaringen van de getuige kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een sta
Appelschriftuur ex art 410 Sv. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat ingevolge art. 410 Sv een appelschriftuur de grieven tegen het vonnis in 1e aanleg dient te bevatten. Nadere materiële eisen waaraan die schriftuur dient te voldoen, worden in die bepal
Verkort proces-verbaal en aanvulling ex. art. 327a Sv. I.c. is het o.g.v. art. 327a.1 Sv opgemaakte verkorte pv aangevuld overeenkomstig het 3e lid van dat artikel. In een dergelijk geval is dat pv de kenbron van hetgeen ttz is voorgevallen en komt dienaangaande aan een aanvankel