Getuigenverzoek, maatstaf. In art. 410.3 Sv jo. art. 263.2 Sv ligt als vereiste besloten dat de daar bedoelde opgave van getuigen of deskundigen voldoende stellig en duidelijk als zodanig in de appelschriftuur moet zijn vermeld. De beoordeling van de vraag of een appelschriftuur
Wetboek van Strafvordering
Art. 418 Sv
Genoemd in 289 uitspraken · Officiële wettekst
289 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Klacht over verzuim te beslissen op voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek. Het Hof heeft, tegen de achtergrond van hetgeen aan het verzoek tot het (doen) horen van de getuigen ten grondslag is gelegd, kennelijk en niet onbegrijpelijk de voorwaarde waaronder het verzoek is gedaan
Art. 240b Sr. Bezit kinderpornografie. Zonder nadere motivering valt niet in te zien hoe fragmenten van een televisiedocumentaire over puberteit die geen afbeeldingen van een seksuele gedraging in de zin van art. 240b Sr bevatten, door het enkele selecteren, isoleren en opnemen o
Profijtontneming. Ex art. 36e.6 Sr wordt bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) wordt geschat, de aan een benadeelde derde in rechte toegekende vordering in mindering gebracht. Indien de betrokkene hoofdelijk is veroord
1. Afwijzing verzoek Oslo-confrontatie. 2. Afwijzing getuigenverzoek, maatstaf. Ad 1. In ’s Hofs oordeel ligt besloten dat het geen noodzaak heeft gezien voor toewijzing van het verzoek. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de te dezen toepasselijke maa
Profijtontneming. HR herhaalt HR LJN BV9087 waarin de HR de aan de motivering gestelde eisen heeft verduidelijkt. I.c. voldoet de motivering.
Verzoek bij appelschriftuur. De HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BJ9346. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aldaar een verzoek is gedaan om de bij appelschriftuur opgegeven getuigen alsnog ter terechtzitting op te roepen. H
Strafkorting i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn. Middel b.p. is geen middel als bedoeld in de wet.
Getuigenverzoek. Maatstaf. Voortbouwend appel. ’s Hofs oordeel dat de verdediging het eerdere verzoek heeft ingetrokken is niet zonder meer begrijpelijk. Het verzoek is i.c. dan ook een verzoek ex art. 414.2 jo. 263.2 en 3 Sv welk verzoek de rechter o.g.v. art. 418.1 Sv slechts k
Getuigenverzoek. ’s Hofs afwijzing is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering, gelet op hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd.
Beslissingen van het hof op de verzoeken gedaan op de eerste regiezitting in de zaak Guus K..
HR: 81RO.
HR: art. 81 RO. Ambtshalve punt van cassatie: de strafoplegging is in strijd met het van toepassing zijnde art. 14a Sr, zoals die bepaling luidde tot 1 februari 2006 (vgl. HR LJN AX1662). De zaak wordt voor de strafoplegging teruggewezen.
Afwijzing getuigenverzoek. Het middel is terecht voorgesteld op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G.
1. Getuigenverzoek, maatstaf. 2. Voorhanden hebben, art. 26 WWM. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ3295: art. 418.3 Sv ziet, waar wordt gesproken van "een niet bij schriftuur opgegeven getuige" op een o.d.v.v. art. 263 jo. art. 414.2 Sv opgegeven getuige. Dat
De klacht dat de door het Hof tot bewijs gebezigde verklaring van X t.t.z. e.a. zich niet bij de stukken bevindt, kan niet tot cassatie leiden nu niet is gebleken dat de raadsman ingevolge art. IV. 3 van het Procesreglement van de Strafkamer van de HR binnen de in art. 437.2 Sv g
Profijtontneming. HR: art. 81 RO.
Geen responsieplichtig verweer. De klacht dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een verweer in de zaak van een medeverdachte bij welk verweer verdachte zich heeft aangesloten, faalt op de in de conclusie van de AG vermelde gronden.
HR: 81 RO.
Afwijzing getuigenverzoek. Het betreft een verzoek i.d.z.v. art. 414.2 jo. art. 263.2 en 3 Sv en het Hof heeft de juiste maatstaf (noodzaak) gehanteerd. Een getuige à charge (X) heeft voorafgaand aan de behandeling van de zaak in h.b. aan de raadsman van verdachte meegedeeld dat
1. Getuigenverzoek. 2. Omvang cassatieberoep. Ad 1. Proces-verbaal noch arrest houdt een beslissing in op het verzoek a.b.i. art. 328 jo. 331 en 415 Sv. Dit verzuim heeft ingevolge art. 330 Sv nietigheid tot gevolg. Ad 2. Het cassatieberoep is mede gericht tegen feit 3, een overt
Afwijzing getuigenverzoek. Gelet op de procesgang heeft het Hof de juiste maatstaf (noodzaak) toegepast. Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat uit de door verbalisanten opgemaakte p-v’s niet duidelijk blijkt wie de bestuurder van de auto is geweest (verdachte is veroordeeld
Bewijsmotivering. Uit de bewijsvoering kan niet volgen dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van de kozijnen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen. De door het Hof gegeven nadere bewijsmotivering is niet zonder meer begrijpelijk.
Afwijzing getuigenverzoeken. 1. Het verzoek om aanhouding voor het (doen) horen van getuige X is een verzoek a.b.i. art. 331.1 jo. art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv. Maatstaf bij de beslissing op een zodanig verzoek is of de noodzaak daarvan is gebleken. Uit ’s H
Bewijsoverweging. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BA5851 t.a.v. in nadere bewijsoverwegingen genoemde f&o. In de bewijsoverweging heeft het Hof f&o opgenomen die voor de bewezenverklaring redengevend zijn, maar deze f&o kunnen niet uit de gebezigde bewijsmiddelen wo