HR wijst overzichtsarrest inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in gewone strafzaken. Ic heeft het Hof het horen van de getuigen niet noodzakelijk geacht. Dat is een beslissing ex. art. 328 en 331.1 jo art. 315 Sv welke bepalingen op de voe
Wetboek van Strafvordering
Art. 418 Sv
Genoemd in 289 uitspraken · Officiële wettekst
289 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Horen getuigen in h.b. HR geeft antwoorden op in de praktijk gerezen vragen aangaande de Wet van 10 november 2004 tot wijziging van Sr, Sv en RO i.v.m. het horen van getuigen en enkele aanverwante onderwerpen (Stb. 579). 1. Onderscheid “niet noodzakelijk” en “redelijkerwijs (niet
Conclusie AG. De zaak tegen [verdachte]. Vijf middelen die met voornamelijk motiveringsklachten opkomen tegen het bewijs van 1 subsidiair, doodslag, 2 subsidiair, ontucht, en 3 primair, wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer]. Hoewel het oordeel dat [slachtoffer] is
1. Getuigenverzoek, maatstaf. 2. Voorhanden hebben, art. 26 WWM. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BJ3295: art. 418.3 Sv ziet, waar wordt gesproken van "een niet bij schriftuur opgegeven getuige" op een o.d.v.v. art. 263 jo. art. 414.2 Sv opgegeven getuige. Dat
Raadsman heeft bij appelschriftuur zonder enige motivering 61 getuigen opgegeven. Opgave van getuigen bij appelschriftuur a.b.i. art. 410.3 Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:1496 m.b.t. aan appelschriftuur te stellen eisen en ECLI:NL:HR:2012:BW9036 m.b.t.
Getuigenverzoek, maatstaf. In art. 410.3 Sv jo. art. 263.2 Sv ligt als vereiste besloten dat de daar bedoelde opgave van getuigen of deskundigen voldoende stellig en duidelijk als zodanig in de appelschriftuur moet zijn vermeld. De beoordeling van de vraag of een appelschriftuur
Afwijzing getuigenverzoeken. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BW9036 m.b.t. vereisten voor opgave van getuigen of deskundigen a.b.i. art. 410.3 Sv en de beperkte toetsing door de HR van het oordeel of sprake is van een dergelijke opgave. Het Hof heeft kennelijk de bi
Medeplegen witwassen, art. 420bis.1.b Sr. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan, bij faxbericht gehandhaafd en op tz. in h.b. herhaald getuigenverzoek (meerdere personen), omdat noodzaak niet is gebleken, waarna onderzoek opnieuw is aangevangen. Beslissing gegeven o.g.v. art.
Profijtontneming. Afwijzing verzoek tot voeging in het dossier van de stukken van de hoofdzaak, art. 315.1 Sv. Falende klacht. Nu het onderzoek t.t.z. van 11 december 2014 opnieuw is aangevangen, moeten de middelen onbesproken blijven vzv deze zien op de afwijzende beslissingen v
1. Afwijzing getuigenverzoeken. Maatstaf. 2. Procedure na terugwijzing. Ad 1. Een ttz. gedaan verzoek tot het horen van een getuige kan slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 288.1.b en c Sv. Het Hof heeft door te overwegen dat het verzoek tot het horen van de mee
Het verzoek tot het door een psychiater en/of een psycholoog laten opmaken van een rapport omtrent de persoon van verdachte is een verzoek aan de rechter a.b.i. art. 328 Sv jo. art. 331 Sv om gebruik te maken van de in art. 315 Sv omschreven bevoegdheid. Maatstaf bij de beoordeli
Medeplegen gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr) op rolstoelafhankelijke 72-jarige man en diefstal met geweld (art. 312.2.2 Sr). Hof heeft o.m. TBS met dwangverpleging opgelegd. 1. Afwijzing hof van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek o.g.v. art 328 jo. 315.3 Sv om 2 deskundigen
Afwijzing getuigenverzoek. Het Hof heeft terecht het verzoek afgewezen met toepassing van het kennelijk aan art. 418.3 Sv ontleende noodzakelijkheidscriterium. HR herhaalt relevante overwegingen van HR LJN AZ1702 t.a.v. opgeven van getuigen bij appelschriftuur indien is volstaan
1. Afwijzing verzoek Oslo-confrontatie. 2. Afwijzing getuigenverzoek, maatstaf. Ad 1. In ’s Hofs oordeel ligt besloten dat het geen noodzaak heeft gezien voor toewijzing van het verzoek. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de te dezen toepasselijke maa
Afwijzing getuigenverzoeken. 1. Het verzoek om aanhouding voor het (doen) horen van getuige X is een verzoek a.b.i. art. 331.1 jo. art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv. Maatstaf bij de beslissing op een zodanig verzoek is of de noodzaak daarvan is gebleken. Uit ’s H
Conclusie AG. Medeplegen van opzettelijk onjuist en/of onvolledig doen van belastingaangiften en in bedrijfsadministratie opnemen van valse/vervalste stukken. Falende klachten (i) over de afwijzing van een getuigenverzoek, (ii) over de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastege
PUBLICATIE BIJ ARREST. Conclusie AG. Tweede cassatieronde. Veroordeling wegens valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (feit 1) en medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (feit 4 en 5). Middel 1: klacht over miskenning terugwijzingsopdracht en afwijzing getuigenverzoeken. Mid
Conclusie AG. Afwijzing voorwaardelijk verzoek tot het horen van belastende getuigen en schending van art. 6 EVRM. Toepassing criteria HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015. De AG is van mening dat de afwijzing van het getuigenverzoek onvoldoende is gemotiveerd en geeft de Hoge Ra
Conclusie AG. Afwijzing voorwaardelijk verzoek tot het horen van belastende getuigen en schending van art. 6 EVRM. Toepassing criteria HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015. De AG is van mening dat de afwijzing van het getuigenverzoek onvoldoende is gemotiveerd en geeft de Hoge Ra
Uitvoer cocaïne en hasj naar Groot-Brittannië. Afwijzing getuigenverzoek. Verzoek is gedaan na ontvangst uitgewerkt vonnis, dat pas beschikbaar is gekomen na verstrijken termijn voor indienen appelschriftuur. Toepasselijke maatstaf? HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft kennelijk o.g.
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepkwekerij. Falende klacht over afwijzing getuigenverzoek t.a.v. getuige die is gehoord in zaak tegen medeveroordeelde. HR: art. 81.1 RO.
Proeftijd. Art. 14b (oud) en 14c (oud) Sr. Het Hof heeft ten onrechte een proeftijd van drie jaren vastgesteld v.w.b. de naleving van de algemene voorwaarde nu deze gelet op het in deze zaak nog geldende art. 14b.2 (oud) Sr jo. 14c.1 (oud) Sr ten hoogste twee jaren kon bedragen.
Klimop-zaak. Witwassen. Art. 420bis Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BF5557, inhoudende dat ook misdrijven die zijn gepleegd vóór de inwerkingtreding van art. 420bis Sr op 14 december 2001 kunnen gelden als “enig misdrijf” in de zin van die bepaling. Voo
Afwijzing verzoek om in het kader van de ontvankelijkheid van het h.b. de postbode die de mededeling uitspraak tevergeefs heeft aangeboden op een oud GBA-adres van verdachte als getuige te horen. Verdediging heeft in h.b. betwist dat verdachte degene was die volgens de akte van u
Cassatie vd: 81.1 RO. Cassatie OM. Art. 1.2 Sr en 36f.1 Sr. Ovar en tbs met verpleging van overheidswege. Geen schadevergoedingsmaatregel. Verandering in de regels van sanctierecht. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2004: AO3233. HR: art. 36f.1 Sr houdt m.i.v. 1 januari 2014 in dat de in di