Jeugdzaak. HR: 81.1 RO. Ambtshalve: in aanmerking genomen dat verdachte t.t.v. de uitspraak in h.b. meerderjarig was, had het Hof o.g.v. art. 77aa.4 SR slechts een reclasseringsinstelling a.b.i. art. 14d.2 Sr opdracht kunnen verlenen toezicht te houden op de naleving van de bijzo
Wetboek van Strafvordering
Art. 418 Sv
Genoemd in 289 uitspraken · Officiële wettekst
289 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
HR: art. 81.1 RO.
Profijtontneming. 1. Afwijzing getuigenverzoeken. 2. Art. 36e.7 Sr hoofdelijke aansprakelijkheid. Ad 1. Art. 418.1 Sv. Onjuiste maatstaf. HR wijst voorts op de herstelmogelijkheid a.b.i. ECLI:NL:HR:2013:2056. Ad. 2. Art. 36e.7 Sr houdt een wijziging van wetgeving in t.a.v. de toe
Afwijzing bij tussenarrest van door de verdediging gedane verzoeken. Het Hof heeft bij de afwijzing van het verzoek deskundige X een onderzoek te laten instellen (een verzoek a.b.i. art. 328 jo 316 Sv) de juiste maatstaf toegepast, en de afwijzing toereikend gemotiveerd. Bij de a
1. Afwijzing getuigenverzoek. Herstelmogelijkheid maatstaf. Regiezitting. 2. Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik. 3. Vordering beledigde partij. Schadevergoedingsmaatregel. Ad 1. Een tz. in h.b. kan worden aangemerkt als een 'regiezitting' indien die zitti
Afwijzing getuigenverzoek, maatstaf. In het geval dat het onderzoek ttz. is geschorst en het verzoek tot het oproepen van getuigen eerst is gedaan of - na eerdere afwijzing - herhaald na de schorsing, is de maatstaf bij de beoordeling van het verzoek of de noodzaak van hetgeen wo
HR: art. 81.1 RO.
Vervolg op HR LJN BJ6949. Getuigenverzoek na terugwijzing HR. HR herhaalt HR LJN BL3964 m.b.t. de niet-toepasselijkheid van de artt. 410.3, 414.2 tweede volzin en 418.3 Sv en de toepasselijkheid van de artt. 263, 264 en 418.2 Sv in de procedure na terugwijzing. Het Hof heeft na t
Getuigenverzoek. De pleitaantekeningen bevatten onmiskenbaar een voorwaardelijk verzoek als voorzien in art. 331.1 jo. art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv, welke bepalingen ex art. 415.1 Sv ook van toepassing zijn op het onderzoek in h.b. Niet blijkt dat het Hof op
Hofstad. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. Uit de door het Hof vastgestelde gedragingen van verdachte kan niet zonder meer worden afgele
Hofstad. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. ’s Hofs oordeel dat verdachte daadwerkelijk een aandeel heeft gehad in, of heeft ondersteund,
Hofstad. 1. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. 2. “Openbaar gezag” a.b.i. art. 131 Sr en art. 132.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. ’s Hofs oordeel dat de verd
Hofstad. 1. Art. 140 en art. 140a Sr. Deelneming aan een criminele c.q. terroristische organisatie. 2. “Openbaar gezag” a.b.i. art. 131 Sr en art. 132.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “deelneming” uit HR LJN BM4415. 1. Uit de door het Hof vast
Verklaring getuige wiens identiteit niet blijkt. Klaarblijkelijk is de getuige, wiens verklaring als bewijsmiddel is gebezigd, door de Rechter-Commissaris gehoord op de voet van art. 190.2 Sv. Uit de ingevolge art. 360.1 Sv vereiste motivering van het gebruik van zo’n verklaring
Profijtontneming. Ex art. 36e.6 Sr wordt bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) wordt geschat, de aan een benadeelde derde in rechte toegekende vordering in mindering gebracht. Indien de betrokkene hoofdelijk is veroord
De in de appelschriftuur a.b.i. art. 410.1 Sv opgegeven getuigen zijn ttz door de verdediging gehandhaafd. Nu zich hier niet de uitzondering van art. 418.2 Sv voordoet, had het Hof bij de beoordeling daarvan de maatstaf van art. 288.1 Sv moeten hanteren.
Het verzoek tot het horen van de in de appelschriftuur a.b..i. art. 410.1 Sv opgegeven getuigen zijn ttz door de verdediging gehandhaafd. Nu zich hier niet de uitzondering van art. 418.2 Sv voordoet, had het Hof bij de beoordeling daarvan de maatstaf van art. 288.1 Sv moeten hant
Afwijzing getuigenverzoek. Maatstaf. Aangevoerd wordt dat de getuige was opgegeven in de door de raadsman ingediende appelschriftuur. Bedoelde appelschriftuur bevindt zich niet bij de stukken van het geding. In cassatie is wel overgelegd een stuk inhoudende dat de appelschriftuur
Getuigenverzoek. Maatstaf. Voortbouwend appel. ’s Hofs oordeel dat de verdediging het eerdere verzoek heeft ingetrokken is niet zonder meer begrijpelijk. Het verzoek is i.c. dan ook een verzoek ex art. 414.2 jo. 263.2 en 3 Sv welk verzoek de rechter o.g.v. art. 418.1 Sv slechts k
HR: art. 81 RO en overschrijding redelijke termijn in cassatie.
1. Kennelijke misslag beslag. 2. Redelijke termijn. Ad 1. Het Hof heeft als gevolg van een kennelijke misslag t.a.v. een mobiele telefoon zowel de teruggave gelast aan verdachte als de bewaring daarvan gelast tbv de rechthebbende. HR doet de zaak zelf af. Ad 2. T.t.v. het instell
Beslissingen van het hof op de verzoeken gedaan op de eerste regiezitting in de zaak Guus K..
1. Geen beslissing op een verzoek om een drietal getuigen te horen. 2. Afwijzing verzoek om runners en informanten als getuigen te horen. Maatstaf. Ad 1. In weerwil van de door de voorzitter ter terechtzitting gedane mededeling houdt het arrest geen beslissing in omtrent het door
Afwijzing getuigenverzoek. Het middel is terecht voorgesteld op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G.
Afwijzing getuigenverzoek. Het middel is terecht voorgesteld op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G.