onclusie A-G. Niet-ontvankelijkverklaring in h.b. o.g.v. art. 416 lid 2 Sv ondanks dat voorafgaand aan het o.t.t.z in h.b. grieven waren ingediend. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak. Samenhang met 22/02010 en 22/02011.
Wetboek van Strafvordering
Art. 416 Sv
Genoemd in 648 uitspraken · Officiële wettekst
648 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
-
Grootschalige beleggingsfraude. Strafmaat, vordering bp's en oplegging schadevergoedingsmaatregel.
Conclusie AG. Profijtontneming. Middelen met klacht over te laat ingediende appelschriftuur door het OM (hof: OM toch ontvankelijk), en met motiveringsklachten over de hoogt van het w.v.v. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Art. 36e lid 2, onder b, Sv. Hof heeft slechts vastgesteld dat verdachte vier dagen na vergeefse uitreiking dagvaarding op BRP-adres was ingeschreven. Conclusie strekt tot vernietiging van bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de bete
Conclusie AG. Art. 6 lid 1 Richtlijn 2012/13/EU. Art. 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Art. 8 en 9 Richtlijn 2016/343. Klacht over oordeel hof dat dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend. Aangevoerd wordt dat oordeel met name in strijd is met art. 6 lid 1 Richtlijn 2012/13
Conclusie AG. Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel. Toepassing art. 6:4:20 Sv op arrest hof van 17 januari 2020 waarin de verdachte niet ontvankelijk is verklaard op grond van art. 416 lid 2 Sv. Kan HR alsnog het onderliggende vonnis van de rechtbank van 22 april
Conclusie AG. Door belastingadviseur/-consulent opzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting ten name van anderen door onjuiste aftrekposten op te geven, art. 69.2 AWR. 1. Kwaliteitsdelict. 2. Voorwaardelijk opzet op onjuistheid aangiften. Conclusie strekt tot vernie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. bedreiging, art. 285.1 Sr. Na sluiting onderzoek ter kennis van hof (99e kamer) gekomen e-mailbericht van raadsman van verdachte aan medewerker van ressortsparket (met o.m. aanhoudingsverzoek) aan te merken als appelschriftuur houdende grieven
Conclusie A-G. Art. 416.2 Sv. Had de brief van de moeder van de verdachte met bezwaren tegen zijn veroordeling door het hof aangemerkt moeten worden als een schriftuur houdende grieven? Conclusie strekt tot verwerping.
Art. 416.2 Sv (dubbel verstek) na veroordeling t.z.v. onverzekerd rijden, art. 30.4 WAM. Aanwezigheidsrecht. Aan schriftuur gehechte brief houdt in dat (kantoorgenoot van) raadsman van verdachte op dag en tijdstip van tz. in h.b. in gerechtsgebouw van Hof aanwezig was, zich bij b
-
Conclusie AG over onder meer (1) het begrip ‘grieven’ c.q. ‘bezwaren’ tegen het vonnis als bedoeld in art. 416, tweede lid, Sv, (2) het moment waarop de gemachtigde raadsman ter zitting in de gelegenheid moet worden gesteld mondeling bezwaren tegen het vonnis op te geven en (3) d
Conclusie AG. Verstekverlening en niet-ontvankelijk verklaring in hoger beroep, art. 416 lid 2 Sv. Raadsman stond buiten de zittingzaal op de gang en had het uitroepen van de zaak door de bode niet gehoord. Dit komt in beginsel voor rekening van de verdediging (vgl. ECLI:NL:HR:20
Betekening appeldagvaarding, schrijfwijze van adres in Roemenië. Appeldagvaarding verzonden naar Roemeens adres dat qua schrijfwijze (ander nummer) afwijkt van Roemeense adressen in appelakte en schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen h.b. Kon Hof ervan uitgaan dat adres
Aanhoudingsverzoek raadsvrouwe op de grond dat zij verhinderd is wegens andere zaak voorafgaand aan tz. per e-mail gedaan en afgewezen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT5663 inhoudende dat de uiteindelijke beslissing op een aanhoudingsverzoek ttz. dient te
Verkorting wettelijke oproepingstermijn ex art. 265.2 Sv jo. 320.3 Sv en 415.1 Sv: toestemming door verdachte rechtspersoon? Aan de oproeping voor de nadere tz. in h.b. is gehecht een akte van uitreiking inhoudende dat die oproeping drie dagen voor die tz. is uitgereikt aan A, of
23-jarige Syriëganger, die twee keer heeft geprobeerd uit te reizen, in hoger beroep veroordeeld ter zake van het voorbereiden/bevorderen van terroristische misdrijven en poging tot deelneming aan een terroristische organisatie (IS). Het beroep op schending van het specialiteitsb
1. Verstekverlening zonder nader onderzoek. Verwijzing naar HvJ EU 24 mei 2016, ECLI:EU:C:2016:346 (Dworzecki). 2. Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in h.b. met toepassing van art. 416.2 Sv. Ad 1. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in zijn arrest ECLI:EU:C:2016:3
Ontvankelijkheid verdachte in h.b. Art. 416.2 Sv. HR verwijst naar relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BK0910. De omstandigheid dat de redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM in h.b. kan zijn overschreden staat er niet aan in de weg dat het Hof toepassing geeft aan art. 416.2
Art. 416.2 Sv. Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep. Appelschriftuur. De HR verwijst naar ECLI:NL:HR: 2014:1496 m.b.t. de aan een appelschriftuur te stellen eisen. Het oordeel van het Hof dat "de enkele schriftelijke opgave van verdachte dat hij wegens een verhuizing niet o
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG onder 4 t/m 7 kan verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep. Appel is ingesteld door de gemachtigde van verdachte en aan deze is o.g.v. art. 408a jo. 450.2 Sv aanstond
Afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak vanwege deelname raadsman van verdachte aan landelijke staking van strafrechtadvocaten. HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Uit ’s Hofs motivering van de afwijzing va
Onjuiste verstekverlening. Geen afstand van aanwezigheidsrecht. Indien de dagvaarding van een verdachte die is ingeschreven in een GBA, rechtsgeldig is betekend en verdachte noch zijn raadsman op de tz. is verschenen, kan de rechter - behoudens duidelijke aanwijzingen van het teg
Profijtontneming. Rechtsgeldige betekening oproeping betrokkene in h.b.? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, NJ 2002/317, m.b.t. het feit dat aan een cassatieklacht over de betekening van een dagvaarding slechts gegevens ten grondslag