Profijtontneming. 1. Betekeningsperikelen. 2. Verstekverlening, afschrift oproeping, art. 588a en 590.3 Sv. 3. Verstekverlening, vertaling oproeping, art. 588.2 Sv . Ad 1 en 2: de middelen falen op de gronden vermeld in de CAG. Ad 3: Betrokkene heeft geen belang bij de klacht dat
Wetboek van Strafvordering
Art. 416 Sv
Genoemd in 648 uitspraken · Officiële wettekst
648 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Ontvankelijkheid verdachte in h.b. Art. 416.2 Sv. HR verwijst naar relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BK0910. De omstandigheid dat de redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM in h.b. kan zijn overschreden staat er niet aan in de weg dat het Hof toepassing geeft aan art. 416.2
Art. 327 Sv. Art. 80a RO. Het door het Hof (partieel) bevestigde vonnis is aangetekend in een p-v ttz. dat niet overeenkomstig art. 327 Sv is vastgesteld en ondertekend, zodat het rechtskracht mist. Zoals in de conclusie van de AG onder 10 is uiteengezet kan dit verzuim blijkens
Verstek. Aanwezigheidsrecht. Het kantooradres van een advocaat dat is vermeld in de akte rechtsmiddel of de door hem verstrekte schriftelijke bijz. volmacht tot het instellen van een rechtsmiddel is niet een opgave van een adres a.b.i. art. 588a.1 onder c Sv, behoudens in een ver
Betekeningsperikelen. Gelet op hetgeen is overwogen en in aanmerking genomen dat de stukken van het geding niets behelzen waaruit kan volgen dat het in de appelakte opgenomen adres t.t.v. de betekening van de appeldagvaarding als achterhaald zou moeten worden beschouwd, is het in
Betekeningsperikelen. Achterhaald adres? Verdachte heeft bij het instellen h.b. een voormalig GBA-adres opgegeven. Uit het feit dat verdachte tot 20 september 2012 op dit adres in de GBA ingeschreven heeft gestaan, kon het Hof niet zonder meer afleiden dat verdachte dit bij het o
Verstek. Aanwezigheidsrecht. Het kantooradres van een advocaat dat is vermeld in de akte rechtsmiddel of de door hem verstrekte schriftelijke bijz. volmacht tot het instellen van een rechtsmiddel is niet een opgave van een adres a.b.i. art. 588a.1 onder c Sv, behoudens in een ver
Betekening appeldagvaarding aan de griffier ex art. 588.1.b.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. Uit de stukken blijkt niet dat is getracht de appeldagvaarding uit te reiken aan het in de schriftelijke bijzondere volmacht a.b.i. art. 450.1.b Sv ver
Betekening appeldagvaarding aan de griffier ex art. 588.1.b.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. Uit de stukken blijkt niet dat is getracht de appeldagvaarding uit te reiken aan het in de schriftelijke bijzondere volmacht a.b.i. art. 450.1.b Sv ver
Afwijzing aanhoudingsverzoek wegens ziekte. Middel terecht voorgesteld op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G. Het oordeel van het Hof dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat verdachte een ziekte had die hem verhinderde bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig
Negeren ambtelijk bevel en poging zware mishandeling door als bestuurder van een bromfiets tegen een motorfiets, bestuurd door een motoragent, aan te rijden, te snijden en trachten de berm in te drukken. Geldigheid van de dagvaarding indien in de tenlastelegging niet is benoemd o
N-o verklaring van verdachte in h.b. Art. 416 Sv. In aanmerking genomen dat tijdig een appelschriftuur houdende grieven is ingediend en dat uit de stukken van het geding niet volgt dat verdachte de door hem bij appelschriftuur opgegeven bezwaren niet wenst te handhaven, geeft het
N-o verklaring van verdachte in h.b. Grievenformulier. Art. 416.2 Sv. Gelet op de aan de HR toegezonden stukken is ’s Hof oordeel dat verdachte ex art. 416.2 Sv n-o wordt verklaard in het h.b. niet begrijpelijk.
Afschrift aan de raadsman van alle stukken die ter kennis van de verdachte worden gebracht ex art. 51 Sv. Hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk (ex art. 416.2 Sv). Bij de stukken van het geding bevindt zich een ontvangstbevestiging van de strafgriffie van het Hof, aan de
N-o verklaring in h.b. Verplicht toezenden/uitreiken grievenformulier? V.zv. het middel berust op de opvatting dat aan een verdachte die ex art. 450.1. sub b Sv d.m.v. van het geven van een schriftelijke bijzondere volmacht aan een griffiemedewerker h.b. heeft ingesteld, een zoge
Dagvaarding h.b. Verstek. Het p-v van de tz. in h.b. vermeldt als adres van verdachte: X. Gelet hierop en op de inhoud van de op de voet van art. 434.1 Sv aan de HR toegezonden stukken, heeft het Hof kennelijk geoordeeld dat dit adres de feitelijke woon- of verblijfplaats van ver
Bevestiging vonnis Pr met daarin slechts opgave bwm. Art. 378.2 Sv en art. 3 onder d Regeling aantekening mondeling vonnis (Stcrt. 1996, 197). Ttz. in h.b. is vd noch zijn rm verschenen, verstek. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat in de AMV wat betreft de inho
N-o verklaring in h.b. Verplicht toezenden/uitreiken grievenformulier? V.zv. het middel berust op de opvatting dat aan een verdachte die ex art. 450.1. sub b Sv d.m.v. van het geven van een schriftelijke bijzondere volmacht aan een griffiemedewerker h.b. heeft ingesteld, een zoge
Profijtontneming. Afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak vanwege deelname raadsvrouwe van betrokkene aan landelijke staking van strafrechtadvocaten. HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Uit ’s Hofs motiveri
Afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak vanwege deelname raadsvrouwe van verdachte aan landelijke staking van strafrechtadvocaten. HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Uit ’s Hofs motivering van de afwijzing
Afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak vanwege deelname raadsman van verdachte aan landelijke staking van strafrechtadvocaten. HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Uit ’s Hofs motivering van de afwijzing va
Afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak vanwege deelname raadsman van verdachte aan landelijke staking van strafrechtadvocaten. HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Uit ’s Hofs motivering van de afwijzing va
Niet-naleving voorschrift van art. 51 Sv. Uit de stukken blijkt niet dat een afschrift van de dagvaarding in h.b. aan de raadsman is verzonden. Vernietiging en terugwijzing.
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn h.b. Art. 41 en art. 51 Sv. In de bestreden uitspraak ligt als ’s Hofs oordeel besloten dat in e.a. aan de voorschriften van de art. 41 en 51 Sv is voldaan. Dit oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde gee
Afstand van rechtsmiddelen, vd NO.