Cassatie in het belang van de wet. Procesafspraken in strafzaken. Is Rb in het licht van art. 6 EVRM op goede gronden gekomen tot oordeel dat i.h.k.v. procesafspraken de belangen van verdachte zijn geëerbiedigd en verzet WvSv zich tegen redelijkheidstoets door rechter van procesa
Wetboek van Strafvordering
Art. 415 Sv
Genoemd in 1.647 uitspraken · Officiële wettekst
1.647 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Rechtsgeldigheid intrekking hoger beroep door de OvJ en door verdachte. Wet stroomlijnen hoger beroep. De HR ziet aanleiding om in voorafgaande beschouwingen ten behoeve van de in de praktijk vereiste duidelijkheid in te gaan op enkele vragen die in verband met de Wet stroomlijne
1. Toepassing art. 423.1 Sv (vernietiging/bevestiging door Hof van vonnis in 1e aanleg) na inwerkingtreding Wet stroomlijnen hoger beroep. 2. Kwalificatie. Ad 1. De HR beschrijft de strekking van de Wet stroomlijnen hoger beroep en de praktijk m.b.t. de toepassing van art. 423 Sv
Gebruik van bij de politie afgelegde, nadien bij de R-C of ttz. ingetrokken, getuigenverklaringen voor het bewijs. Voortbouwend appel. Verplichting tot oproeping van de betreffende getuige. De HR ziet in ‘voortbouwend appel’ aanleiding de regels gesteld in ECLI:NL:HR:1994:AB7528,
Vordering van PG tot cassatie in het belang der wet. Procesafspraken in strafzaken waarbij OM en verdediging een gezamenlijk afdoeningsvoorstel aan de rechter voorleggen. De wet bevat geen specifieke regeling over procesafspraken. De rechtspraktijk wordt inmiddels gekenmerkt door
Jeugdzaak. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Het Hof heeft kennelijk i.h.k.v. het voortbouwend appel niet alle aan verdachte tenlastegelegde feiten met verdachte besproken. Dat strookt met de in art. 415.2 Sv tot uitdrukking gebrachte bedoeling van de wetgever het o
Conclusie AG. Ontvankelijkheid OM. De opvatting dat een appelschriftuur enkel als zodanig kan worden aangemerkt voor zover in het schriftelijke stuk bezwaren zijn geformuleerd ten aanzien van de feiten die daarin zijn opgenomen, is volgens de AG te beperkt en vindt geen steun in
Feitelijk leiding geven aan medeplegen oplichting begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 326.1 Sr. 1. Procesafspraken. Was hof gehouden zich aan te sluiten bij de tussen OM en verdediging gemaakte procesafspraken? 2. Vorderingen benadeelde partijen. Kon hof oordelen
Art. 359.2 Sv, u.o.s. Caféruzie, zware mishandeling. De betwisting in h.b. van betrokkenheid verdachte bij tlgd. m.b.v. twee getuigenverklaringen, CIE-informatie en verwondingen bij een met naam genoemde derde kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duide
Getuigenverzoek. Maatstaf. Voortbouwend appel. ’s Hofs oordeel dat de verdediging het eerdere verzoek heeft ingetrokken is niet zonder meer begrijpelijk. Het verzoek is i.c. dan ook een verzoek ex art. 414.2 jo. 263.2 en 3 Sv welk verzoek de rechter o.g.v. art. 418.1 Sv slechts k
1. Voortbouwend appel, art. 415.2 Sv. 2. Gegronde bewijsklacht. Ad 1. De mededeling van de voorzitter dat het Hof in het kader van het voortbouwend appel niet alle aan verdachte tenlastegelegde feiten apart met hem gaat bespreken, nu dit reeds in eerste aanleg is gebeurd, strookt
1. Afwijzing aanhoudingsverzoek i.v.m. nadere rapportage omtrent verdachtes persoonlijke omstandigheden. 2. Strafoplegging. Ad 1. Het Hof heeft in zijn overwegingen tot uitdrukking gebracht dat het bij zijn beslissing is nagegaan of de noodzaak van het verzochte was gebleken. Dat
Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen oplichting van 49 investeerders door vastgoedinvesteerdersbedrijf met project in Polen. Afwijzing procesafspraken in hoger beroep. Het eerste middel klaagt over de beslissing van het hof om zich niet aan te sluiten bij de door O
Zaak “Passage”. Afspraak met een “kroongetuige” (in de zin van art. 226g Sv), door het openbaar ministerie en die verdachte/getuige, gemaakt tijdens het hoger beroep in de strafzaak waarin de verdachten tegen wie de kroongetuige zal verklaren, eveneens terecht staan. Voeging op v
Gebruik van bij de politie afgelegde, nadien bij de R-C of ttz. ingetrokken, getuigenverklaringen voor het bewijs. Voortbouwend appel. Verplichting tot oproeping van de betreffende getuige. De HR ziet in ‘voortbouwend appel’ aanleiding de regels gesteld in ECLI:NL:HR:1994:AB7528,
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te
Art. 344a Sv: verklaring anonieme getuige als bewijsmiddel. 1. Ingevolge art. 360.1 en 360.4 Sv moet de rechter het gebruik van de verklaring van een anonieme getuige (als bedoeld in art. 344a.3 Sv) als bewijsmiddel op straffe van nietigheid nader motiveren. De rechter die in dat
Conclusie AG. Profijtontneming, w.v.v. uit misdrijven waarvoor betrokkene is veroordeeld (te weten: medeplegen handelen i.s.m. art. 26 lid 1 WWM en medeplegen opzettelijk handelen i.s.m. een in art. 2 onder C Opiumwet gegeven verbod) of andere strafbare feiten (art. 36e lid 3 Sr)
Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen oplichting van 49 investeerders door een vastgoedinvesteerdersbedrijf met een project in Polen. Afwijzing procesafspraken in hoger beroep. Het eerste middel klaagt over de beslissing van het hof om zich niet aan te sluiten bij
Conclusie AG. Afpersing (art. 317 Sr). Heeft hof ten onrechte met toepassing van art. 423.1 Sv het vonnis deels bevestigd, nu dat vonnis mede is gewezen door een rechter die niet heeft deelgenomen aan het o.t.tz. waar de zaak inhoudelijk is behandeld? O.g.v. art 350 Sv en 365.1 S
Conclusie AG. Hennepteelt (art. 3.B Opiumwet) en diefstal van elektriciteit (art. 310 Sr). Bewijsklacht diefstal. Conclusie strekt tot verwerping. Samenhang met 20/00319 P (niet gepubliceerd).
Openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) en belediging (art. 266.1 Sr). Omvang h.b. Nadat verdachte in e.a. is vrijgesproken van feit 1 (openlijke geweldpleging), i.v.m. geslaagd beroep op noodweer is ontslagen van alle rechtsvervolging t.z.v. feit 2 (openlijke geweldpleging) en i
Moord te Waalwijk. Ontvankelijkheid hoger beroep en inhoudelijke behandeling na te late ‘intrekking’. Hof licht de beslissing om de zaak op grond van art. 416 lid 2 Sv toch inhoudelijk te behandelen toe aan de hand van de Memorie van Toelichting op de wet en de bestaande jurispru
Concl. plv. AG. Middelen o.m. over schending art. 6 EVRM. Het hof heeft blijkens het pv van de zitting pas na de beraadslaging kennis genomen van de RC-verhoren van getuigen, terwijl de verdediging uitgebreid verweer heeft gevoerd onder vermelding van de inhoud van deze getuigenv
Medeplegen valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) en medeplegen gewoontewitwassen. Falende klachten m.b.t. de bewijsconstructie, waarbij de door het Hof bevestigde aanvulling op het verkorte vonnis van de Rb inhoudt dat delen van de b.m. in fotokopie aan de uitspraak zijn geh