Witwassen. 1. Slagende bewijsklacht verbergen en verhullen, art. 420bis.1 aanhef en onder a Sr, 2. Slagende kwalificatieklacht verwerven en voorhanden hebben, art. 420bis.1 aanhef en onder b Sr. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat het door de medeverdachte van betrokkenen in o
Wetboek van Strafvordering
Art. 415 Sv
Genoemd in 1.647 uitspraken · Officiële wettekst
1.647 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 20 · live
Profijtontneming. Afwijzing aanhoudingsverzoek i.v.m. treinproblemen betrokkene. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Het Hof heeft ter motivering van de afwijzing van het verzoek tot aanhouding overwogen dat betrokkene zijn aanwezigheidsrecht heeft prij
Economische zaak. Afzien horen niet verschenen getuige. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2000:ZD2182. Gelet op art. 331.2 Sv kon het Hof ook zonder de toestemming van de niet ter terechtzitting verschenen verdachte afzien van een nadere oproeping van de niet verschenen getuige. Door v
HR: art. 81.1 RO.
Art. 269.1 Sv. Afwijzing verzoek tot behandeling van de zaak met gesloten deuren. Hoofdregel is dat het onderzoek ttz. in het openbaar geschiedt. Het oordeel van het Hof dat hetgeen ter onderbouwing van het verzoek is aangevoerd onvoldoende is voor afwijking van die hoofdregel ge
Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. De raadsvrouwe van vd heeft in h.b. vrijspraak bepleit t.a.v. feit 2 en 5. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling geen toepassing kan vinden indien namens de vd ttz. vrijspraak is bepleit. Het Hof heeft wat betreft voor
Vervolg op ECLI:NL:HR:2011:BP4651. HR: art. 81.1 RO.
Beroep op noodweer(exces) en putatief noodweer. ‘Garantenstellung’. ’s Hofs oordeel dat het beroep op noodweer(exces) moet worden verworpen omdat de gedragingen van verdachte (politieambtenaar) niet geboden zijn geweest ter noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke, wed
Beraadslaging n.a.v. ottz. Art. 422.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AY9214 m.b.t. het feit dat niet-naleving van het voorschrift dat de rechter beraadslaagt n.a.v. het ottz. in de wet niet uitdrukkelijk met nietigheid is bedreigd en zodanige nietighei
Beperking omvang h.b., art. 423 Sv. Uit de appelakte, die inhoudt dat beroep wordt ingesteld tegen “het eindvonnis d.d. 22 september 2010”, kan bezwaarlijk anders volgen dan dat het h.b. onbeperkt is ingesteld. Het Hof heeft derhalve ten onrechte het appel opgevat “als uitdrukkel
Zaak “Passage”. Het openbaar ministerie heeft in hoger beroep een tweede kroongetuige geïntroduceerd. Overwegingen en beslissingen over de voortgang van de behandeling van de zaken in hoger beroep. Onderwerpen: 1. samenloop met en afstemming van behandeling in hoger beroep op beh
-
Profijtontneming. Afwijzing aanhoudingsverzoek. HR herhaalt ECLI:NL:HR:1999:ZD1314, NJ 1999/294 m.b.t. de bij de beslissing op een aanhoudingsverzoek door de rechter te maken belangenafweging. Gelet daarop en in aanmerking genomen hetgeen de rm aan het verzoek ten grondslag heeft
Antilliaanse zaak. Art. 353.5 Sv BES, recht op laatste woord. Het middel klaagt terecht dat uit het p-v van de tz. in h.h. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Het moet daarom ervoor worden gehouden dat het in art. 353.5 Sv BES op straffe van
Afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak vanwege deelname raadsvrouwe van verdachte aan landelijke staking van strafrechtadvocaten. HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Uit ’s Hofs motivering van de afwijzing
HR: art. 81.1 RO.
Profijtontneming. Afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak vanwege deelname raadsvrouwe van betrokkene aan landelijke staking van strafrechtadvocaten. HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Uit ’s Hofs motiveri
HR: art. 81.1 RO.
Afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak vanwege deelname raadsman van verdachte aan landelijke staking van strafrechtadvocaten. HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Uit ’s Hofs motivering van de afwijzing va
Afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak vanwege deelname raadsman van verdachte aan landelijke staking van strafrechtadvocaten. HR herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1314. Uit ’s Hofs motivering van de afwijzing va
Getuigenverzoek. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:1496. Het antwoord op de vraag of het Hof op het verzoek X als getuige te horen een beslissing heeft gegeven, kan in het midden blijven. Uit de pv’s van de tz. blijkt niet dat door of namens verdachte aan de
HR: art. 81.1 RO, ook t.a.v. de bewijsklacht van “door twee of meer verenigde personen” a.b.i. art. 312.2 onder 2° Sr.
Profijtontneming. Ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering. Het Hof heeft het verweer dat het OM in zijn ontnemingsvordering n-o dient te worden verklaard, verworpen op de grond dat "geen sprake [kan] zijn van een te honoreren gerechtvaardigd vertrouwen". Dat oordeel geeft niet
HR ambtshalve: gedeeltelijke verjaring feit 7. HR verklaart de OvJ in zoverre alsnog n-o in de vervolging. Voor vermindering van de opgelegde gevangenisstraf bestaat echter onvoldoende grond, aangezien de aard en de ernst van het bewezenverklaarde niet worden aangetast door bedoe
Art. 359.2 Sv, uos. Hetgeen door de raadsman ttz. in h.b. is aangevoerd m.b.t. de betrouwbaarheid van de verklaringen van X kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten ove