-
Wetboek van Strafvordering
Art. 414 Sv
Genoemd in 143 uitspraken · Officiële wettekst
143 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Medeplegen van voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer cocaïne (art. 10.5 Opiumwet) en het voorhanden hebben van een revolver (art. 26.1 WWM). 1. Motivering afwijzing getuigenverzoek en 2. Motiveringsklacht welke ‘andere hand-of spandiensten’ verdachte zou hebben verricht ten ein
Conclusie AG. Moord in Molenschot. Middelen m.b.t. 1. afwijzing verzoek horen humanistisch geestelijk verzorger PI, 2. voorbedachte raad en 3. oordeel hof dat overschrijding redelijke termijn in h.b. geen aanleiding geeft tot strafvermindering. Ambtshalve opmerking AG over door h
Klachten over de afwijzing van het verzoek tot het horen als getuige van twee verbalisanten en de verwerping van het in h.b. gevoerde verweer over onrechtmatige binnentreding. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/05925 P.
Gekwalificeerde mensensmokkel door tien mensen door Nederland te vervoeren in de laadruimte van een vrachtauto, art. 197a.1 Sr. Wederrechtelijke doorreis? Middel berust op de opvatting dat voor de vraag of een doorreis ‘wederrechtelijk’ is, uitsluitend beslissend is of het voorge
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
Cassatie OM en verdachte. Rotterdamse havenaffaire. OM-cassatie tegen: 1. vrijspraak van feitelijk leiding geven c.q. medeplegen van bedrieglijke bankbreuk m.b.t. gefailleerde BV X; art. 341 (oud) en 343 (oud) Sr en 2. vrijspraak van bedrieglijke bankbreuk m.b.t. de gefailleerde
Profijtontneming. Afwijzing verzoek tot voeging in het dossier van de stukken van de hoofdzaak, art. 315.1 Sv. Falende klacht. Nu het onderzoek t.t.z. van 11 december 2014 opnieuw is aangevangen, moeten de middelen onbesproken blijven vzv deze zien op de afwijzende beslissingen v
Gemotiveerde toepassing art. 80a RO. Art. 414.1 Sv. Verzoek raadsvrouw t.t.z. h.b. om nadere bescheiden of stukken van overtuiging over te leggen – als bedoeld in art. 414, eerste lid tweede volzin, Sv – door het hof afgewezen omdat “de inhoud daarvan niet in de Nederlandse taal
Klimop-zaak. Redelijke termijn. Art. 6 EVRM. ’s Hofs oordeel dat “de duur van de strafprocedure in eerste aanleg en hoger beroep onwenselijk, maar niet onredelijk” is, is niet onbegrijpelijk en behoefde geen andere motivering. De omstandigheid dat in e.a. de behandeling van de za
Strafmotivering. De vaststellingen dat “verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, zij het andersoortige feiten” en dat dit verdachte “er kennelijk niet van [heeft] weerhouden de onderhavige feiten te plegen” is niet zonder meer begrijpel
Zaak ''Passage''. Beslissingen op verzoeken tot informatieverstrekking door openbaar ministerie over kaders getuigenbescherming met het oog op toetsing door het hof. Beslissingen op getuigenverzoeken met het oog op beoordeling overeenkomst met en betrouwbaarheid van (kroon)getuig
Profijtontneming. Toevoeging stukken. Art. 414.1 tweede volzin Sv. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2010:BL7709 m.b.t. de aan te leggen maatstaf bij het verzoek tot het overleggen van bescheiden en stukken van overtuiging. Door te oordelen dat het verzoek i.c. tot het overleggen van
HR: art. 81.1 RO.
Zaken 14/02417 en 14/02692 In deze zaken hebben beide partijen cassatieberoep ingesteld. Zij zijn inhoudelijk gelijk aan elkaar. Naast de door de Staat ook hier opgeworpen vragen welk bewijsmateriaal wils(on)afhankelijk is en welke rechter daarover gaat, worden door de belanghebb
Zaken 14/02420 en 14/02691 In deze zaken hebben beide partijen cassatieberoep ingesteld. Zij zijn inhoudelijk gelijk aan elkaar. Naast de door de Staat ook hier opgeworpen vragen welk bewijsmateriaal wils(on)afhankelijk is en welke rechter daarover gaat, worden door de belanghebb
Zaken 14/02421 en 14/02693 In deze zaken hebben beide partijen cassatieberoep ingesteld. Zij zijn inhoudelijk gelijk aan elkaar. Naast de door de Staat ook hier opgeworpen vragen welk bewijsmateriaal wils(on)afhankelijk is en welke rechter daarover gaat, worden door de belanghebb
Zaken 14/02416 en 14/02686 In deze zaken hebben beide partijen cassatieberoep ingesteld. Zij zijn inhoudelijk gelijk aan elkaar. Naast de door de Staat ook hier opgeworpen vragen welk bewijsmateriaal wils(on)afhankelijk is en welke rechter daarover gaat, worden door de belanghebb
HR ambtshalve: gedeeltelijke verjaring feit 7. HR verklaart de OvJ in zoverre alsnog n-o in de vervolging. Voor vermindering van de opgelegde gevangenisstraf bestaat echter onvoldoende grond, aangezien de aard en de ernst van het bewezenverklaarde niet worden aangetast door bedoe
HR wijst overzichtsarrest inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in gewone strafzaken. Ic heeft het Hof het horen van de getuigen niet noodzakelijk geacht. Dat is een beslissing ex. art. 328 en 331.1 jo art. 315 Sv welke bepalingen op de voe
Getuigenverzoek. Maatstaf. Het Hof heeft het verzoek X en Y als getuigen te horen met toepassing van het noodzaakcriterium afgewezen. Het p-v van de tz. houdt als mededeling van de raadsman van verdachte in dat het bij appelschriftuur gedane verzoek niet wordt gehandhaafd. Dat br
N-o verklaring in h.b. Het Hof heeft klaarblijkelijk toepassing gegeven aan art. 416.2 Sv en daaraan ten grondslag gelegd dat de eerst op 8 maart 2012 ingediende appelschriftuur, gelet op art. 410.1 Sv niet als een appelschriftuur kan worden aangemerkt. Dat oordeel geeft blijk va
Puttense moordzaak II. 1. Verwerping verweer. 2. Salduz. 3. Herhaald verzoek horen deskundigen. 4. Samenloop. Ad 1. Indien de aan het verweer en middel ten grondslag liggende stellingen dat de in 1994 in de DNA-databank opgenomen sporendragers volgens de destijds geldende regels
Overschrijding redelijke termijn in hoger beroep en in cassatie. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BD2578. ’s Hofs oordeel dat na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, volstaan kan worden met de enkele vaststelling dat inbreuk
Verzoek tot voeging van stukken aan het dossier. Art. 414.1, 2e volzin, Sv en art. 8.1 EVRM. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN ZD1451 m.b.t. de bevoegdheid van de AG bij het Hof en verdachte voor of bij de behandeling van een zaak in h.b. nieuwe bescheiden en stukken