Betreft onrechtmatige opsporingsmethoden. De O.v.J. liet afluisterapparatuur en peilbaken in auto van medeverdachte plaatsen, zonder wettelijke basis. Levert schending op met o.a. art. 8 EVRM. Hof stelt dat er sprake is van onherstelbare normschending maar recht van verdachte op
Wetboek van Strafvordering
Art. 413 Sv
Genoemd in 169 uitspraken · Officiële wettekst
169 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Betreft onrechtmatige opsporingsmethoden. De verdachte is met behulp van technische hulpmiddelen in de personenauto afgeluisterd en stelselmatig geobserveerd. Levert inbreuk op met o.a. art. 8 EVRM. Wettelijke voorziening voor direct afluisteren en stelselmatig observeren in het
Verbalisanten waren belast met de uitoefening van een bevel van de OvJ. Opdracht was ingevolge Vuurwapenverordening(VW) personen aan hun kleding te onderzoeken indien daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat. De geldigheidsduur van dat bevel was net verstreken toen verbalisanten
Verdachte heeft aangevoerd dat p.v. onrechtmatig is en niet als bewijs kan dien omdat het door twee verschillende personen is ingevuld. Volgens hof is voldaan aan het bepaalde in art. 417 lid 4 Sv, dat de oproeping door de opsporingsambtenaar die het feit heeft geconstateerd word
Conclusie AG over nadere bewijsoverwegingen en de daaraan in HR NJ 2004, 165 gestelde eisen. I.c. heeft het hof ten onrechte in de nadere bewijsoverweging verwezen naar een verklaring van een medeverdachte die is afgelegd in diens eigen zaak hetgeen geen wettig bewijsmiddel is in
Betekening inleidende dagvaarding. 1. De opvatting is onjuist dat indien de appèlrechter, anders dan de rechter in eerste aanleg, oordeelt dat de inleidende dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend, de appèlrechter de zaak ex art. 423.2 Sv naar de eerste rechter dient te verwijz
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Medeplegen diefstal d.m.v. valse sleutels (art. 311.1 Sr) en vernieling (art. 350.1 Sr). 1. OM-cassatie. Ontvankelijkheid h.b. en verontschuldigbare overschrijding appeltermijn, art. 408.1.a Sv. Is t.g.v. foutieve informatie in mededeling uitspraak gerechtvaardigd vertrouwen gewe
Diefstal (art. 310 Sr), mishandeling (art. 300.1 Sr) en huisvredebreuk (art. 138.1 Sr). CAG gaat ambtshalve in op vraag of na overlijden van beledigde partij de in feitelijke aanleg reeds aan hem toegewezen vordering als vermogensbestanddeel van boedel van overledene op diens erf
1. Inhaaldagvaarding in appel; geen nietigheid, nu het ervoor moet worden gehouden dat de procureur-generaal de eerste dagvaarding heeft ingetrokken. 2. Verstekarrest; nu tussen het instellen van het appel en de appeldagvaarding minder tijd is verlopen dan 2 jaren behoefde het ho