Ondergronds bankieren, gewoontewitwassen.
Wetboek van Strafvordering
Art. 413 Sv
Genoemd in 169 uitspraken · Officiële wettekst
169 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Verkorting wettelijke oproepingstermijn ex art. 265.2 Sv jo. 320.3 Sv en 415.1 Sv: toestemming door verdachte rechtspersoon? Aan de oproeping voor de nadere tz. in h.b. is gehecht een akte van uitreiking inhoudende dat die oproeping drie dagen voor die tz. is uitgereikt aan A, of
dodelijk verkeersongeval
Betekeningsperikelen rechtspersoon, art. 531 Sv en art. 3 Besluit van 17 oktober 2005 houdende nadere regels betreffende de kennisgeving van gerechtelijke mededelingen in strafzaken. Falende klacht m.b.t. griffiersbetekening a.b.i. art. 3 van het Besluit o.b.w.v., zonder uitreiki
Betekeningsperikelen: dagvaardingstermijn ex art. 413.1 Sv. De appeldagvaarding om te verschijnen op de terechtzitting van 9 juli 2014 is op 2 juli 2014 uitgereikt zodat de in art. 413, eerste lid eerste volzin, Sv voorgeschreven termijn van tien dagen niet in acht is genomen. On
-
Verzoek tot aanhouding ottz. Volgens de akte van uitreiking is de dagvaarding van verdachte om ttz. van het Hof van 3 oktober 2013 terecht te staan op 26 september 2013 uitgereikt op de wijze zoals is voorgeschreven in art. 588.3.c Sv. De in art. 413.1, eerste volzin, Sv voorgesc
Falende klacht over rechtsgeldigheid betekening dagvaarding in h.b..
Art. 413.1 Sv, dagvaardingstermijn. De termijn van 10 dagen is niet in acht genomen. Nu de stukken niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat de verdachte met de verkorting van de termijn heeft ingestemd en de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, had het Hof het ond
Art. 413.1 Sv, dagvaardingstermijn. De termijn van 10 dgn geldt ook voor de Enkelvoudige Kamer. Het Hof had het o.t.t.z. o.g.v. art. 413 jo. art. 265.3 Sv moeten schorsen. Dit verzuim strijdt zozeer met een goede procesorde dat het nietigheid oplevert.
Verstek; aanwezigheidsrecht. Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat de oproeping voor ‘s Hofs terechtzitting aan het op de akte rechtsmiddel vermelde adres is verzonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Daarom had het Hof, in aanmerking geno
Art. 413.1 Sv schrijft voor dat tussen de dag waarop de dagvaarding in h.b. aan verdachte wordt betekend en die der terechtzitting een termijn van tenminste 10 dagen moet verlopen. Het middel berust op de opvatting dat de in art. 588.3.c Sv voorgeschreven verzending van een afsch
Betekening inleidende dagvaarding. 1. De opvatting is onjuist dat indien de appèlrechter, anders dan de rechter in eerste aanleg, oordeelt dat de inleidende dagvaarding niet rechtsgeldig is betekend, de appèlrechter de zaak ex art. 423.2 Sv naar de eerste rechter dient te verwijz
-