Conclusie AG. Ontvankelijkheid h.b. en recht op vertaling essentiële processtukken, art. 386.1 jo. 260.5 Sv. Aan Roemeense verdachte is geen vertaling oproeping voor tz. Ktr verstrekt.
Wetboek van Strafvordering
Art. 412 Sv
Genoemd in 41 uitspraken · Officiële wettekst
41 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Betekeningsperikelen. Art. 588.2 Sv. Niet blijkt dat de appeldagvaarding is verzonden naar het van verdachte bekend zijnde adres in het buitenland. De HR verklaart de appeldagvaarding om doelmatigheidsredenen zelf nietig.
Profijtontneming. 1. Betekeningsperikelen. 2. Verstekverlening, afschrift oproeping, art. 588a en 590.3 Sv. 3. Verstekverlening, vertaling oproeping, art. 588.2 Sv . Ad 1 en 2: de middelen falen op de gronden vermeld in de CAG. Ad 3: Betrokkene heeft geen belang bij de klacht dat
Omvang appel. Art. 57 Sr en art. 404.5 Sv. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is niet begrijpelijk dat het Hof enerzijds heeft geoordeeld dat geen sprake is van een tll. met gevoegde strafbare feiten doch anderzijds verdachte onder aanhaling van art. 57 Sr heeft veroordeeld
De opvatting dat een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens overtreding van de in art. 14c.1.a Sr genoemde algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, slechts kan word
Beroep in cassatie tegen een vonnis van de Politierechter en een beschikking van het Hof als bedoeld in art. 410a.4 Sv. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen vonnis Politierechter. 2. Buiten behandeling laten hoger beroep. Art. 129 en 410a Sv. Ontvankelijkheid cassatieberoep t
Art. 412.2 Sv. Oproeping/dagvaarding h.b. Na nietigverklaring van de dagvaarding in h.b. is volstaan met oproeping van verdachte voor de tz. in hb. De in art. 412.2 Sv bedoelde oproeping ziet op de mogelijkheid van een aanstonds bij het instellen van appel uit te reiken oproeping
Verbeurdverklaring inbeslaggenomen geldbedrag. In cassatie kan niet zonder meer blijken dat het Hof wat betreft het oordeel dat het bewezenverklaarde m.b.t. het verbeurdverklaarde geldbedrag is begaan, heeft beraadslaagd en beslist n.a.v. het onderzoek ttz. Het Hof had dit i.c. d
Intrekking hoger beroep door verdachte; verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Veroordeling WAM-feit en toewijzing van drietal vorderingen TUL. Het middel dat kennelijk berust op de opvatting dat ingeval tegen een zodanig vonnis hb is ingesteld, de dagvaarding in hb moet vermelden dat het oz in hb zich ook zal uitstrekken tot de in e.a. gedane vordering(en)
Verdediging stelt dat OM niet ontvankelijk zou zijn voor 2 van de ten laste gelegde feiten aangezien het OM niet de bevoegdheid zou hebben omdat die feiten in het buitenland gepleegd zijn. Hof stelt dat verdacht als ingezetene van de Nederlandse Antillen wordt beschouwd en dat fe
Art. 359.2 Sv. Hetgeen door de raadsman is aangevoerd omtrent de betrouwbaarheid van de fotoherkenning van verdachte door de aangever en de bruikbaarheid daarvan als bewijs, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het Hof is in zijn
Einduitspraak in de zin van art. 138 Sv? In eerste aanleg wordt bij vonnis (30/08/2001) de OvJ niet-ontvankelijk verklaard voor de feiten 1 t/m 4; voor feit 5 wordt de heropening van het onderzoek bevolen. De OvJ gaat eerst na de einduitspraak voor feit 5 (02/05/2002) in hoger be
-
-
-