Rechtsbijstand m.b.t. het politieverhoor. EHRM 27-11-08, Salduz tegen Turkije. Het opstellen van een alg. regeling van de rechtsbijstand m.b.t. het politieverhoor gaat de rechtsvormende taak van de HR te buiten maar de EHRM-rechtspraak roept vragen op die de strafrechter in voork
Wetboek van Strafvordering
Art. 41 Sv
Genoemd in 56 uitspraken · Officiële wettekst
56 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Afstand van rechtsbijstand. O.g.v. art. 6.3.c EVRM en art. 28.1 Sv is de verdachte bevoegd zich te laten bijstaan door een raadsman. In een aantal gevallen is toevoeging van een raadsman verplicht maar of een verdachte zichzelf ttz. wil verdedigen is zijn vrije keuze. Voor enkele
Afstand gedaan van rechtsbijstand? HR stelt voorop dat art. 6.3 onder c, EVRM de verdachte het recht toekent om zichzelf te verdedigen dan wel zich te laten bijstaan door een advocaat. Die verdragswaarborg komt ook tot uitdrukking in het Wetboek van Sv. Ingevolge art. 28.1 Sv is
Gifmoord. Art. 289 Sr. Afstand van rechtsbijstand. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BI2315 m.b.t. gevallen waarin afstand van rechtsbijstand kan worden gedaan en het toezicht door de rechter. Gelet op het procesverloop in h.b. heeft het Hof zich ervan vergew
1. Afwijzing aanhoudingsverzoek. 2. Art. 6 EVRM en 41 Sv. Ad 1. Gelet op de door het Hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden is ’s Hofs afwijzing van het aanhoudingsverzoek van de raadsvrouwe om zich te kunnen voorbereiden op haar pleidooi niet onbegrijpelijk en toerei
HR: art. 81.1 RO.
Toevoeging (andere) raadsman. Art. 41 jo. art 45 Sv. I.c. heeft verdachte voorlopige hechtenis ondergaan en is zowel in e.a. als in h.b. aan hem ex art. 41.1 Sv een raadsman toegevoegd. Uit de stukken van het geding blijkt evenwel dat die raadsman zich reeds in e.a. uit de zaak h
Conclusie AG. Vordering tot cassatie in het belang der wet m.b.t. de vraag of art. 13a, tweede lid, Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften onder omstandigheden buiten toepassing dient te worden gelaten in het licht van artikel 14 EVRM en artikel 1 van het
Ambtshalve last tot toevoeging raadsman. Art. 41.1 aanhef en onder b Sv. Het in het belang van verdachte gegeven voorschrift vervat in art. 41.1 aanhef en onder b Sv is van zo grote betekenis dat, al wordt dit niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet-nakoming daarvan aan een
Afwijzing aanhoudingsverzoek. Art. 28 en 41 Sv, art. 6.3 onder b en c EVRM. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BT6406, NJ 2012/29. ’s Hofs in de motivering van de beslissing tot afwijzing van het aanhoudingsverzoek tot uitdrukking gebrachte oordeel dat de rm
Art. 41 Sv. Het middel steunt op de opvatting dat de enkele mededeling van de raadsvrouwe dat zij verdachte niet langer ttz. ter zijde staat, moet worden gelijkgesteld met het in art. 41 Sv voorziene geval dat de verdachte geen raadsman heeft. Die opvatting is onjuist. Die enkele
Kosten van een raadsman ex art. 591a.2 Sv. Ingeval de gewezen verdachte en de raadsman die aan hem in de strafzaak was toegevoegd nadat de zaak is geëindigd overeenkomen dat van de verleende toevoeging geen gebruik zal worden gemaakt, kunnen de vervolgens door de advocaat aan de
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Definitie en reikwijdte van de wettelijke term ‘raadsman’ a.b.i. art. 530, tweede lid, Sv. Het oordeel van het gerechtshof dat onder het begrip “de kosten van een raadsman” in art. 530, tweede lid, Sv ook moeten worden begrepen de kos
Conclusie plv. AG. Drie middelen. Eerste middel klaagt tevergeefs dat het hof de verdachte geen raadsman heeft toegevoegd, althans geen onderzoek heeft gedaan of de verdachte bijstand van een raadsman behoefde en over ’s hofs oordeel dat de verdachte afstand van zijn recht op rec
Conclusie AG over de motivering van de verwerping van het beroep op noodweer(exces).
Artikel 6 EVRM. Aanwezigheidsrecht. Recht op rechtsbijstand. Vrijspraak naar aanleiding van aanvullend onderzoek NFI hoger beroep.
Dadelijk uitvoerbaar, art. 14e.1 Sr. Gevaar vereiste. De invoering van deze regeling kan niet worden aangemerkt als een wijziging van wetgeving t.a.v. de strafbaarstelling of strafbedreiging, vgl. HR 27 augustus 2013, ECLI:NL:HR:2013:493. De motivering van het Hof is niet toerei
1. Ambtshalve toevoeging raadsman, art. 41.1 aanhef en onder b Sv. 2. Bijstand raadsman, art. 28.1 Sv. Ad 1. De klacht dat ten onrechte niet op de voet van art. 41.1 aanhef en onder b Sv door de voorzitter van het Hof ambtshalve de last is gegeven tot toevoeging van een raadsman
Afstand gedaan van rechtsbijstand? HR stelt voorop dat art. 6.3 onder c, EVRM de verdachte het recht toekent om zichzelf te verdedigen dan wel zich te laten bijstaan door een advocaat. Die verdragswaarborg komt ook tot uitdrukking in het Wetboek van Sv. Ingevolge art. 28.1 Sv is
(Poging tot) diefstal d.m.v. braak (art. 311.1 Sr) en diefstal met geweld d.m.v. braak (art. 312.2 Sr). 1. Aanwezigheidsrecht in hoger beroep. Kan in appelakte vermeld adres worden aangemerkt als achterhaald, nu na instellen van h.b. briefadres is ingeschreven in GBA? 2. Geen afs
Conclusie AG. Mishandeling. 4 middelen. Het eerste middel klaagt dat het hof heeft verzuimd te beslissen op een door de verdachte voorafgaand aan de zitting gedaan aanhoudingsverzoek. Het hof was hiertoe in het kader van art. 328 jo 331 jo 281 Sv niet gehouden omdat de reden voor
Wrakingskamer – verzoek ongegrond – beslissing last tot aanwijzing advocaat (ex art. 41 lid Sv) processuele beslissing – beperkte toetsing – beslissing niet zo onbegrijpelijk dat daarvoor redelijkerwijs geen andere verklaring is te geven dat dat deze door vooringenomenheid is ing
Wrakingskamer – verzoek ongegrond – beslissing last tot aanwijzing advocaat (ex art. 41 lid Sv) processuele beslissing – beperkte toetsing – beslissing niet zo onbegrijpelijk dat daarvoor redelijkerwijs geen andere verklaring is te geven dat dat deze door vooringenomenheid is ing
Conclusie AG. Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225 Sr), feitelijke leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd en (mede)plegen van bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd (art. 341 (oud) Sr). M1: afwijzing a
Conclusie AG. Belaging en smaadschrift. De AG merkt allereerst ambtshalve op dat de verdachte in zijn bij e-mailbericht aan de griffie van het gerechtshof ingestelde cassatieberoep kan worden ontvangen. De verdachte heeft in hoger beroep op de terechtzittingen zijn eigen verdedig