Overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en ivertreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Wetboek van Strafvordering
Art. 408 Sv
Genoemd in 178 uitspraken · Officiële wettekst
178 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Conclusie AG. Art. 408 lid 2 Sv jo. 366 Sv. Middel klaagt over niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep. Kon hof uit stukken afleiden dat vonnismededeling aan verdachte i.p. is betekend? Bevat 'akte van uitreiking’ - gelet op de rechtspraak over art. 408 lid 2
Conclusie plv. AG. Is verdachte terecht N-O verklaard in h.b. omdat zich een omstandigheid heeft voorgedaan (i.c. DNA-onderzoek bij veroordeelde) waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend was? Plv. AG meent dat middel slaagt. Conclusie strekt tot vernietiging e
Conclusie AG. Art. 366 Sv. Art. 408.2 Sv. Klacht over oordeel hof dat verdachte niet-ontvankelijk is in het hoger beroep. Kon hof oordelen dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat verdachte bekend was met de einduitspraak van de politierechter? Conclusi
Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Betekening vonnis door elektronische overdracht. Nadien is niet binnen 14 dagen hoger beroep ingesteld.
Conclusie AG. Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep. De eerste klacht houdt in dat het onderzoek ter terechtzitting nietig is, omdat de verdachte niet is ondervraagd en niet het recht is gelaten om als laatste het woord te voeren. De tweede klacht komt op tegen
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. 1. Klacht m.b.t. geldigheid inleidende dagvaarding. 2. UOS-klacht m.b.t. schending aanwezigheidsrecht in eerste aanleg. 3. Slagende klacht m.b.t. schending redelijke termijn i.v.m. niet-voortvarend betekenen verstekvonnis. Conclusie strekt tot
Conclusie AG. Beklag derde belanghebbenden tegen transactie betrekking hebbende op hun toekomende in beslag genomen voorwerpen. Niet-ontvankelijkverklaring van de klagers door de rechtbank wegens termijnoverschrijding als bedoeld in art. 552a lid 3 Sv. De rechtbank had het beklag
verdachte niet-ontvankelijk in HB ( HB niet binnen de daartoe gestelde termijn ingesteld)
Conclusie AG. Middel klaagt over niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep. Vaststelling dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is geworden onbegrijpelijk. Conclusie strekt tot ver
Conclusie AG. Art. 408.1.a Sv. Hof heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld. Slagende klacht dat hof ten onrechte heeft geoordeeld dat inleidende dagvaarding in persoon is uitgereikt, aangezien verdachte heeft geweigerd dagvaardi
Conclusie AG. Overtreding van art. 8 lid 2 onder a WVW en art. 9 lid 1 WVW. Middel over 1) responsieplicht hof op verweer dat de onherroepelijkheid van het vonnis van de kantonrechter waarbij ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (OBM) is opgelegd niet vast sta
Conclusie AG. Profijtontneming. Middel dat klaagt over het ontbreken van de bewijsmiddelen in het arrest of een aanvulling en middel dat klaagt over het ontbreken van een uitgewerkt proces-verbaal slagen. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing
Conclusie AG. Middelen 1 en 2 klagen over de verjaring van een aantal feiten. Middel 3 klaagt over het ontbreken van de bewijsmiddelen in het arrest of in een aanvulling. Middel 4 klaagt over het ontbreken van een uitgewerkt proces-verbaal. De middelen slagen. Conclusie strekt to
Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld. Heeft zich omstandigheid voorgedaan waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend is a.b.i. art. 408.2 Sv, nu in “bonnenbriefje” geen par
Conclusie AG. Niet-ontvankelijkheid in het ingestelde hoger beroep. Levert in deze zaak het uitzitten van een deel van de aan verdachte (in eerste aanleg) door politierechter bij verstek opgelegde gevangenisstraf een omstandigheid op waaruit voortvloeit dat de einduitspraak van p
Conclusie AG. Hof heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep. Verontschuldigbare termijnoverschrijding? Bijzondere omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak de verdachte bekend is nu inleidende dagvaarding niet in persoon betekend is? Door hof is vastge
Conclusie AG. Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep. Verdachte is met in persoon betekende dagvaarding heengezonden. Geen vertaling Roemeens. Verontschuldigbare termijnoverschrijding? De AG meent van niet op grond van de concrete omstandigheden van dit geval. Conc
Medeplegen van poging tot oplichting, art. 326 Sr. Middelen m.b.t. 1. ontvankelijkheid OM in h.b. na verkeerd vermelden datum vonnis in appelakte, 2. verzuim te beslissen op diverse onderzoekswensen, 3. gebruik pv’s van stemherkenning voor bewijs, 4.gebruik getuigenverklaringen d
Conclusie AG. Ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep. Door verdachte is aangevoerd dat hij binnen de gestelde beroepstermijn een bezwaarschrift heeft ingediend bij een ander arrondissementsparket. Dit verweer van de verdachte kan gelet op de omstandigheden van het geval bezwa
Conclusie AG. Art. 408.2 Sv. Art. 366 Sv. Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep. Levert de uitreiking in persoon van de medeling uitspraak in de ontnemingszaak een omstandigheid op waaruit voortvloeit dat de einduitspraak in de strafzaak de verdachte bekend is ex art. 408.2
Cassatieberoep te laat ingesteld, art. 432.2 Sv. In art. 432.2 Sv is bepaald dat cassatieberoep moet worden ingesteld binnen 14 dagen nadat zich omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat uitspraak verdachte bekend is. Akte cassatie houdt in dat verdachte zelf ter gri
Jeugdzaak. N-o verklaring in h.b. De rb heeft op 31-05-18 uitspraak – op tegenspraak – gedaan in de strafzaak tegen verdachte en op 11-09-18 een herstelbeslissing gegeven waarbij kort gezegd is bepaald dat in het dictum wordt toegevoegd dat verdachte tot een werkstraf van 120 uur
Handelen in strijd met art. 3.B Opiumwet, terwijl feit betrekking heeft op grote hoeveelheid, en diefstal (art. 310 Sr). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld. Omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend is, art. 4
Conclusie AG. Ontvankelijkheid h.b. en recht op vertaling essentiële processtukken, art. 386.1 jo. 260.5 Sv. Aan Roemeense verdachte is geen vertaling oproeping voor tz. Ktr verstrekt.