Conclusie AG. Hof heeft verdachte n-o verklaard in hoger beroep omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Oordeel hof dat mededeling vonnis in e.a. in persoon is betekend aan verdachte, is niet z.m. begrijpelijk. Uit bijbehorende akte van uitreiking blijkt niet welk stuk is
Wetboek van Strafvordering
Art. 408 Sv
Genoemd in 178 uitspraken · Officiële wettekst
178 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Conclusie AG. Tardief appel. Hof heeft de door de raadsman van verdachte overgelegde Whatsapp-berichten van de verdachte aangemerkt als “een omstandigheid […] waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is” als bedoeld in art. 408 lid 2 Sv. Volgens de AG is dat o
Rijden onder invloed (art. 8.2.a WVW 1994) en rijden terwijl rijbewijs is (in)gevorderd (art. 9.7 WVW 1994). Hof heeft verdachte n-o verklaard in hoger beroep omdat het te laat is ingesteld, art. 408.2 Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding omdat o.a. alcoholproblematiek er
Conclusie AG. Klacht over de niet-ontvankelijkheid van de verdachte in zijn hoger beroep. Verontschuldigbare termijnoverschrijding wegens psychische gesteldheid? Verdachte worstelde met ernstige alcoholverslaving en is een maand na betekening vonnis klinisch opgenomen i.v.m. vers
Medeplegen hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), medeplegen diefstal van elektriciteit (art. 311.1.4 Sr) en medeplegen aanwezig hebben van henneptoppen (art. 3.C Opiumwet). Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep omdat het te laat is ingesteld. 1. H
Conclusie AG. Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep. Falend middel over oordeel van hof dat termijnoverschrijding na detentie in buitenland niet verschoonbaar is. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Art. 408 lid 2 Sv jo. 366 Sv. Middel klaagt over niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in hoger beroep. Kon hof uit stukken afleiden dat vonnismededeling aan verdachte i.p. is betekend? Bevat 'akte van uitreiking’ - gelet op de rechtspraak over art. 408 lid 2
Conclusie AG. Samenhang met 23/4879P. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Verzoek tot intrekking van het arrest van de Hoge Raad van 15 oktober 2024, waarbij de verdachte n-o is verklaard in het cassatieberoep. 2. Tardief appel. Ad. 1. Het zich in eerste instantie in de cassatie
Conclusie AG. Samenhang met 23/05068. Profijtontneming. Tardief appel. Hof stelt vast dat de “dagvaarding” aan een huisgenoot in persoon is betekend op het postadres van de betrokkene en oordeelt dat het hoger beroep binnen 14 dagen na het vonnis had moeten worden ingesteld. Géén
Splitsing van ECLI:NL:GHSHE:2024:473. Beroep door de verdediging op niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie vanwege enerzijds het te laat instellen hoger beroep en anderzijds schending van het specialiteitsbeginsel en overschrijding termijnen in het kader van een Europees Aanho
Splitsing van ECLI:NL:GHSHE:2024:498. Beroep door de verdediging op niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie vanwege enerzijds het te laat instellen hoger beroep en anderzijds schending van het specialiteitsbeginsel en overschrijding termijnen in het kader van een Europees Aanho
Conclusie AG. Art. 408.1.a Sv. Hof heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld. Slagende klacht dat hof ten onrechte heeft geoordeeld dat inleidende dagvaarding in persoon is uitgereikt, aangezien verdachte heeft geweigerd dagvaardi
Conclusie AG. Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep. Verontschuldigbare termijnoverschrijding instellen hoger beroep i.v.m. omstandigheid dat verdachte in Frankrijk gedetineerd was? Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld. Heeft zich omstandigheid voorgedaan waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend is a.b.i. art. 408.2 Sv, nu in “bonnenbriefje” geen par
Conclusie AG. Niet-ontvankelijkheid in het ingestelde hoger beroep. Levert in deze zaak het uitzitten van een deel van de aan verdachte (in eerste aanleg) door politierechter bij verstek opgelegde gevangenisstraf een omstandigheid op waaruit voortvloeit dat de einduitspraak van p
Antilliaanse zaak. Opiumlandsverordening 1960 en Vuurwapenverordening 1930. O.m. bewijsklachten en aanwezigheidsrecht verdachte. CAG: falende bewijsklachten omdat deze grotendeels feitelijke grondslag missen. Bij de klacht dat de verdachte niet bij zijn uitspraak in persoon aanwe
Conclusie AG. Samenhang 16/04762. Klacht over de niet-ontvankelijkheid van de verdachte in zijn hoger beroep, vanwege (onder meer) niet naleving van art. 51 Sv (oud).
Conclusie AG. Samenhang 16/04761. Klacht over de niet-ontvankelijkheid van de verdachte in zijn hoger beroep, vanwege (onder meer) niet naleving van art. 51 Sv (oud).
Ve n-o in h.b. Bekend met de einduitspraak a.b.i. art. 408.2 Sv? HR herhaalt ECLI:NL:HR:1994:ZC9722, NJ 1994/578. Kennelijk heeft het Hof uit de brief van ve d.d. 26 sept. 2012 afgeleid dat hij uiterlijk op die datum over voldoende informatie beschikte a.b.i. genoemd arrest. Dat
Profijtontneming. N-o verklaring betrokkene in h.b. Het oordeel van het Hof dat mr. X ttz. in e.a. voor de betrokkene is opgetreden als gemachtigd raadsman i.d.z.v. art. 279.1 Sv is niet onbegrijpelijk. Het middel faalt v.zv. het hierover klaagt. Art. 511e.2 (oud) Sv i.c. niet va
Profijtontneming. N-o verklaring betrokkene in h.b. Art. 511e.1 en 2 (oud) Sv. Nu in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat een p-v van de tz. van de Rb. niet is opgemaakt kan niet worden vastgesteld of de dag van de uitspraak op die tz. is bekendgemaakt. Het p-v van de tz. is
N-o verklaring ingestelde h.b. Art. 408.1 Sv. Het oordeel van het Hof dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de tz. in e.a. verdachte tevoren bekend was, is gelet op de inhoud van de verklaring van de b.p. zoals gerelateerd in het p.v. van
ontneming na internetoplichting
Kort geding. De inleidende dagvaarding om ter zitting te verschijnen is niet aan de verdachte, maar aan zijn vader betekend. Verdachte is op de zititng niet aanwezig geweest. Het veroordelend vonnis is eveneens aan de vader van eiser betekend. Eiser heeft voldoende aannemelijk ge
Niet-ontvankelijkheid hb. Profijtontneming. Het verkorte pv van de ttz. in e.a. is in strijd met art. 327 Sv jo. art. 511d Sv niet ondertekend. Daardoor mist het pv rechtskracht. Dit brengt mee dat het Hof aan dit pv niet kon ontlenen dat de Pr na sluiting van het onderzoek aan d