Wet stroomlijnen hoger beroep. Instelling rechtsmiddel door een advocaat via een bijzondere schriftelijke volmacht aan griffiemedewerker. De HR neemt een aantal beslissingen t.a.v. wettelijke regeling m.b.t. het aanwenden van rechtsmiddelen zoals die geldt na de wetswijziging van
Wetboek van Strafvordering
Art. 404 Sv
Genoemd in 340 uitspraken · Officiële wettekst
340 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Cassatie in het belang der wet. Mogelijkheid van instellen h.b. in geval rechter tul van voorwaardelijke straf beveelt n.a.v. niet-naleving van algemene voorwaarde, art. 14c.1 Sr. Heeft invoering Wet USB (op 1-1-2020) tot gevolg dat voorheen geldend stelsel van rechtsmiddelen is
Medeplegen uitvoer MDMA naar Groot-Brittannië (art. 2.A Opiumwet), hennepkwekerij in woning (art. 3.B Opiumwet en art. 3.C Opiumwet), diefstal van stroom (art. 310 Sr) en witwassen van geldbedrag (art. 420bis Sr). Onttrekking aan het verkeer van boksbeugel en wapenstok na vrijspr
Ontvankelijkheid OvJ in hoger beroep. Art. 404.2 Sv. Gelet op de inhoud van de akte rechtsmiddel, die in dit opzicht beslissend moet worden geacht, heeft de OvJ een niet-openstaand rechtsmiddel ingesteld en heeft het Hof de OvJ derhalve ten onrechte in het h.b. ontvankelijk geach
OM-cassatie. En/of tenlastelegging. De uitleg van het hof aan de tenlastelegging, te weten dat het hier gaat om cumulatieve en derhalve gevoegde feiten, is niet onverenigbaar met de bewoordingen van de tenlastelegging. Waar verdachte in eerste aanleg van één van die gevoegde feit
-
Artikelen 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 225, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht Onderzoek Waterstof - Onroerend goed handelaar veroordeeld tot 6 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor grootschalig gewoontewitwassen, hypotheekfraude, valsheid in geschrift, gebru
Artt. 255, 287, 300 en 304 Sr. Poging doodslag. Onderkoeling en hartstilstand bij een kind dat te slapen is gelegd in een koude ruimte zonder voldoende kleding en beddengoed. Een patroon van kleineren en opsluiten in een kamer is psychische mishandeling.
Economische zaak. Einduitspraak. Art. 138 Sv. De beslissing van de Rb tot n-o verklaring van de OvJ in de vervolging is een einduitspraak i.d.z.v. art. 138 Sv, waartegen ingevolge art. 404.1 Sv h.b. open staat, ook als bedoeld vonnis niet voldoet aan de voorschriften van art. 358
Kunnen de door de AIVD ingebrachte OVC-gesprekken gebezigd worden voor het bewijs? Veroordeling voor lidmaatschap terroristische organisatie Jabhat al-Nusra. Vrijspraak van de strafverzwarende omstandigheden, te weten het oprichten van Jabhat al-Nusra en daaraan leidinggeven en b
Terrorisme; Veroordeling voor de eendaadse samenloop van voorbereiding en bevordering van een terroristisch misdrijf, te weten een aanslag op mensen in Nederland (opzettelijk brand stichten, ontploffing teweeg brengen, moord en doodslag telkens met een terroristisch oogmerk), tr
Artt. 255, 300 en 304 Sr. Mishandeling van zijn kinderen. Kleineren en op hun kamer opsluiten is psychische mishandeling.
Ontvankelijkheid. Conversie. Pr heeft verdachte vrijgesproken en onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen opgelegd. Tegen dat vonnis staat cassatieberoep open. HR doet middelen af met 81 RO.
Ontvankelijkheid OvJ in hoger beroep. Art. 404.2 Sv. Gelet op de inhoud van de akte rechtsmiddel, die in dit opzicht beslissend moet worden geacht, heeft de OvJ een niet-openstaand rechtsmiddel ingesteld en heeft het Hof de OvJ derhalve ten onrechte in het h.b. ontvankelijk geach
De verdachte die in eerste aanleg van één van de cumulatief tenlastegelegde en derhalve gevoegde strafbare feiten is vrijgesproken, is, gelet op art. 404.4 Sv, ten aanzien van dat feit in appèl niet-ontvankelijk.
Veroordeling oplichting en valsheid in geschrift door middel van valse facturen, valse e-mails en een vals vonnis. Witwassen van een bedrag van 2,7 miljoen euro.
Voorhanden hebben ingekort luchtdrukgeweer, art. 13.1 WWM. Grondslagverlating door vrij te spreken van onderdeel tll. waarin is aangegeven op welke lijst van bijlage bij RWM luchtdrukgeweer vermeld zou zijn? HR: art. 81.1 RO. CAG: Uitleg Hof, dat passage waarvan is vrijgesproken
Officiersappel. Appelgrens artikel 14, lid 1, WAHV. Het hof legt aan de hand van wet en wetsgeschiedenis uit dat de officier van justitie wel ontvankelijk is in die gevallen waarin de initiële sanctie meer dan € 70 bedroeg en a. de kantonrechter de inleidende beschikking vernieti
Verzoekschrift tot regeling van rechtsgebied, art. 526.1 Sv. Verzoek berust op stelling dat sprake is van geschil over rechtsmacht a.b.i. art. 525.1.1 Sv, omdat verzoeker bij Rb Limburg en hof ’s-Hertogenbosch gelijktijdig voor ‘dezelfde zaak’ wordt vervolgd. Daartoe wordt i.h.b.
Omvang appel. Art. 57 Sr en art. 404.5 Sv. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is niet begrijpelijk dat het Hof enerzijds heeft geoordeeld dat geen sprake is van een tll. met gevoegde strafbare feiten doch anderzijds verdachte onder aanhaling van art. 57 Sr heeft veroordeeld
Strafzaak tegen negen Somalische piraten. Ten laste is gelegd medeplegen van zeeroof ex artikel 381 van het Wetboek van Strafrecht en medeplegen van poging moord/poging doodslag c.q. daden van geweld tegen Nederlands marinepersoneel. Verhouding militaire taken en opsporingstaken
Mega onderzoek Tandem IV. Opstellen valse arbeidsovereenkomsten, kwitanties en schuldbekentenis. Voorhanden hebben valse facturen voor niet verrichte werkzaamheden. Gewoontewitwassen van € 267.000,-. 16 maanden gevangenisstraf waarvan 3 voorwaardelijk.
Mega Zevenblad, omvangrijke boilerroomfraude. Beroep specialiteitsbeginsel verworpen. Oplichting met valsheid in geschrifte. Criminele organisatie.
Art. 36e Sr en 423 lid 2 Sv. Terugwijzing van de zaak naar de rechtbank nu de eerste rechter ten onrechte niet aan de hoofdzaak is toegekomen. Het Openbaar Ministerie is in eerste aanleg partieel niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk v
OM-cassatie. En/of tenlastelegging. De uitleg van het hof aan de tenlastelegging, te weten dat het hier gaat om cumulatieve en derhalve gevoegde feiten, is niet onverenigbaar met de bewoordingen van de tenlastelegging. Waar verdachte in eerste aanleg van één van die gevoegde feit