1. Voldoende feitelijke tll. 2. Strafmotivering en aantekening mondeling vonnis. Ad 1. Het oordeel dat de bewoordingen ‘zich heeft opgehouden’ in art. 2.3, 2e lid, APV Amsterdam voldoende feitelijke betekenis hebben en dat de tll. wat betreft de opgave van het feit voldoet aan de
Wetboek van Strafvordering
Art. 395 Sv
Genoemd in 38 uitspraken · Officiële wettekst
38 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Medeplegen gekwalificeerde diefstal. Strafmotivering. Middelen over motivering “aanstonds” uitspraak doen, uos t.a.v. art. 22b Sr (taakstrafverbod) en begrijpelijkheid strafmotivering. HR: art. 81.1 RO. CAG maakt ambtshalve opmerkingen over de eisen die gelden voor een schrifteli
Stempelvonnis, art. 395a Sv. Verdachte is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld. Dit vonnis is slechts aangetekend op de wijze a.b.i. art. 395a.1 Sv (het zgn. stempelvonnis). Verdachte heeft h.b. ingesteld tegen dit vonnis. Het Hof heeft het vonnis waarvan beroep bevestig
Conclusie AG. Afwijzing aanhoudingsverzoek raadsman i.v.m. aanwezigheidsrecht verdachte. 1. P-v van tz. als kenbron. Moet het o.g.v. aan cassatieschriftuur gehechte correspondentie tussen raadsman en hof ervoor worden gehouden dat in p-v opgenomen zin over belangenafweging niet t
Overtreding APV Den Haag. Ktr in Rb heeft in stempelvonnis eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf. Vonnis aangetekend op wijze als in wet voorzien? Art. 395.2 en 395a.1 Sv en art. 2 Regeling aantekening mondeli
Beraadslaging in h.b. n.a.v. onderzoek ttz. in h.b., art. 422.2 Sv. Arrest Hof houdt in: "Dit arrest is gewezen n.a.v. het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep." Ex art. 422.2 Sv dient de beraadslaging in h.b. te geschieden n.a.v. het onderzoek ttz. in h.b. alsmede het
Stempelvonnis, art. 395a.1 Sv. Klacht over ontbrekend p-v tz. Ktr waarin vonnis is aangetekend zoals voorgeschreven in art. 395.2 Sv. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aan
Aantekening mondeling vonnis (stempelvonnis). Ex art. 395.2 Sv dient een vonnis van de kantonrechter te worden aangetekend in het p.v. van de terechtzitting op een wijze als door de Minister van Justitie te bepalen. Van deze verplichting is ingevolge art. 395.2.c uitgezonderd een
Bopz, procesrecht. Machtiging voortzetting inbewaringstelling. Doorbreking rechtsmiddelverbod van art. 29 lid 5 Wet Bopz, essentiële waarborg? Mondelinge uitspraak ter zitting; strijd met art. 30p Rv? HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:650.
Antilliaanse zaak. Openlijke geweldpleging tegen politie op Bonaire, “met verenigde krachten”, art. 147.1 Sr BES. Deze bepaling komt overeen met art. 141.1 (oud) Sr. Voor een veroordeling t.z.v. art. 141.1 (oud) Sr is vereist dat betrokkene deel uitmaakt van een groep die geweld
Bewijsklacht. Vitale delen. Aangezien deze bewezenverklaring, vzv. behelzende dat verdachte "meermalen in vitale delen" van het lichaam van het slachtoffer heeft gestoken niet door de inhoud van enig door het Hof gebezigd bewijsmiddel wordt geschraagd, nu het Hof heeft vastgestel
De Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, kantonrechter en enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (Stcrt. 1996, 197) houdt niets in omtrent de toepassing van het voor
De Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, kantonrechter en enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (Stcrt. 1996, 197) houdt niets in omtrent de toepassing van het voor
Conclusie AG. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (art. 266 en art. 267 Sr). Klacht dat hof ten onrechte heeft volstaan met een aantekening mondeling arrest kan niet
Conclusie plv. AG. Caribische zaak. Vorderen van gegevens ex art. 177s Sv Sint Maarten. Middel over de nietigheid van de mondeling gegeven vordering tot het verstrekken van gegevens ex art. 177s Sv nu deze niet binnen drie dagen schriftelijk is bevestigd zoals op straffe van niet
Procesrecht. Jeugdrecht. Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Mondelinge uitspraak. Wat zijn de gevolgen van overschrijding van de tweewekentermijn voor schriftelijke uitwerking (HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:650) voor de geldigheid van de mondelinge uits
Roofovervall en, poging doodslag
Antilliaanse zaak. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv m.b.t. betrouwbaarheid van fotoconfrontatie? Het Wetboek van Strafvordering BES bevat geen verplichting ex art. 395, tweede lid, Sv Europese deel van het Koninkrijk. Wetsvoorstel dat daarin beoogt te voorzien
Antilliaanse zaak. Opiumlandsverordening 1960. CAG o.m. over art. 384 en art. 395 Sv Curaçao, resp. de eigen verklaring van de verdachte en de eenparigheid van stemmen bij het opleggen van een hogere straf. HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 17/04384A en 17/05185A.
Overtreding APV Den Haag. Ktr in Rb heeft in stempelvonnis eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf. Vonnis aangetekend op wijze als in wet voorzien? Art. 395.2 en 395a.1 Sv en art. 2 Regeling aantekening mondeli
Procesrecht. Betekenis van art. 30p Rv; exclusieve regeling van de mondelinge uitspraak? Diverse regels voor mondelinge uitspraken.
Stempelvonnis, art. 395a.1 Sv. Klacht over ontbrekend p-v tz. Ktr waarin vonnis is aangetekend zoals voorgeschreven in art. 395.2 Sv. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aan
Art. 395.2 Sv (opmaken pv van de tz) en 395a.1 Sv (stempelvonnis). De verdachte heeft binnen drie maanden na de uitspraak van de Ktr beroep in cassatie ingesteld. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het vonnis geen vonnis betreft a.b.i. 410a.1 Sv, heeft de Ktr ten onrechte
Art. 395.2 Sv (opmaken pv van de tz) en 395a.1 Sv (stempelvonnis). De verdachte heeft binnen drie maanden na de uitspraak van de Ktr beroep in cassatie ingesteld. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het vonnis geen vonnis betreft a.b.i. 410a.1 Sv, heeft de Ktr ten onrechte
N-O verklaring in h.b. o.g.v. art. 416 Sv. Geen uitgewerkt (stempel)vonnis. Ingevolge de aanhef van art. 395.2 Sv dient het vonnis van de Kr in het p-v tz. te worden aangetekend op de wijze door de Minister van Justitie te bepalen. Van die verplichting tot aantekening van het von