Ontvankelijkheid in h.b. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AR3700 m.b.t. de responsieplicht van de rechter bij een duidelijk en gemotiveerd verweer aangaande verontschuldigbare termijnoverschrijding. Hetgeen door verdachte is aangevoerd kan bezwaarlijk anders worde
Wetboek van Strafvordering
Art. 381 Sv
Genoemd in 28 uitspraken · Officiële wettekst
28 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Het doen van afstand van het recht in appèl te gaan tegen een vs houdt in dat, naar bekend mag worden verondersteld, de zaak en het vs van de eerste rechter niet alsnog aan het oordeel van een hogere rechter zullen worden onderworpen, hetgeen meebrengt dat het vs onherroepelijk w
1. N.o. ingestelde hoger beroep. 2. Verontschuldigbare termijnoverschrijding. Ad 1. Betoogd wordt dat verdachte door ter terechtzitting ten overstaan van de Pr en de griffier te kennen te geven dat hij tegen het vonnis van de Pr hoger beroep wilde instellen, tijdig en rechtsgeldi
-
spreekrecht slachtoffer in strafzaak, onterechte inperking door politierechter, bijzondere verantwoordelijkheid ovj ex Slachtofferrichtlijn 2012/29/EU, vervolgingsmonopolie en beslissingsruimte OM, weigering hoger beroep in redelijkheid niet navolgbaar
Rijden onder invloed, art. 8.2.b WVW 1994. Afstand van rechtsmiddel en onderzoeksplicht m.b.t. verschoonbaarheid van dwaling van verdachte t.a.v. betekenis van haar verklaring, art. 381.1 Sv. Hof heeft verdachte, die niet werd bijgestaan door raadsman, n-o verklaard in haar hoger
Arubaanse strafzaak (douane). Vrijspraak van feiten 1 (aangeven accijnsgoed onder verkeerde benaming), 2 (te laag aangegeven waarde van goederen) en 4 (aangeven van namaakproducten). Feit 3 (niet aangeven van een partij sigaretten) bewezen. Gelaagde strafbaarstelling met betrekki
Afstand van het recht om in h.b. te gaan. Het p-v van de zitting van de Pr houdt in dat door/namens verdachte afstand is gedaan van het recht om een rechtsmiddel in te stellen. Verdachte is door het Hof n-o verklaard in zijn h.b.. CAG: Het Hof heeft voldaan aan het vereiste uit
Falende klacht over n-o verklaring verdachte in h.b. Het middel steunt op de opvatting dat de Pr betrokkene, die een raadsman had en te kennen had gegeven h.b. te willen instellen, had moeten inlichten over de formaliteiten die daartoe vervuld moeten worden. Die opvatting is niet
1. N.o. ingestelde hoger beroep. 2. Verontschuldigbare termijnoverschrijding. Ad 1. Betoogd wordt dat verdachte door ter terechtzitting ten overstaan van de Pr en de griffier te kennen te geven dat hij tegen het vonnis van de Pr hoger beroep wilde instellen, tijdig en rechtsgeldi
-
Conclusie AG. Verdachte is door de enkelvoudige kamer van het hof n-o verklaard in zijn h.b., omdat hij afstand heeft gedaan van zijn recht op h.b. Geen proces-verbaal van de terechtzitting in h.b. opgemaakt waarin ex art. 425 lid 3 aanhef en onder c Sv het mondeling arrest is a
Conclusie AG. Afstand van rechtsmiddelen. Art. 381.1 Sv. Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep. Middel over oordeel hof dat uit onderzoek t.t.z. niet is gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor gedane afstand niet zou kunnen gelden als afstand als bedoeld i
Conclusie AG. Afstand rechtsmiddel ter terechtzitting politierechter, art. 381 Sv. Rechtsgeldige afstand door niet van rechtsbijstand voorziene verdachte? De AG komt, mede gelet op de wetsgeschiedenis, literatuur, toekomstig recht en de rechtspraak van de HR en het EHRM (“waiver”
Conclusie AG. Ontvankelijkheid van de verdachte in het ingestelde hoger beroep. Verweer dat de verdachte meende op rechtsgeldige wijze hoger beroep te hebben ingesteld door ten overstaan van de politierechter te verklaren dat hij in hoger beroep ging. Verontschuldigbare termijnov
Conclusie AG. Niet-ontvankelijk verklaring in hoger beroep. Art. 453 lid 1 Sv. Interpretatie van de schriftelijke intrekking van hoger beroep door de verdachte, die bij brief afstand doet van een inbeslaggenomen auto en daarbij schrijft "deze was in hoger beroep, maar ook hoger b
kort geding; eiser door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. Eiser heeft ter zitting afstand gedaan van hoger beroep maar heeft desondanks hoger beroep ingesteld. Eiser is inmiddels opgeroepen zich te melden bij de PI. Eiser vordert de Staat te ve
Afstand van rechtsmiddel, art. 381.1 Sv. Na veroordeling door Pr tot 2 weken voorwaardelijke gevangenisstraf t.z.v. overtreding art. 9.2 WVW 1994 doet niet van rechtsbijstand voorziene verdachte ttz. afstand van recht op hoger beroep. Bijzondere omstandigheden die aanleiding geve
Arubaanse profijtontnemingszaak. Artikelen 38e Sr (oud) en 1:77 Sr. Overschrijding redelijke termijn. Verwerping verweer tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie o.g.v. verjaring van de ontnemingsvordering, ontbreken van pv ontnemingszitting, niet tijdig en onvolled
Arubaanse profijtontnemingszaak. Artikelen 38e Sr (oud) en 1:77 Sr. Overschrijding redelijke termijn. Verwerping verweer tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie o.g.v. verjaring van de ontnemingsvordering, ontbreken van pv ontnemingszitting, niet tijdig en onvolled
Afstand van het recht om in h.b. te gaan. Het p-v van de zitting van de Pr houdt in dat verdachte na de uitspraak heeft gezegd: “nee, ik vind het wel goed zo”. CAG: raadsman heeft bepleit dat verdachte niet ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van de bevoegdheid tot het instellen
Afwijzing van verzoek tot terugwijzing naar de Pr. HR verhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496. HR: het Hof, dat na terugwijzing van de zaak door de HR (arrest van 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:147) de zaak opnieuw had te berechten en af te doen, heeft zonder blijk te geven van een onjuiste
Falende klacht over n-o verklaring verdachte in h.b. Het middel steunt op de opvatting dat de Pr betrokkene, die een raadsman had en te kennen had gegeven h.b. te willen instellen, had moeten inlichten over de formaliteiten die daartoe vervuld moeten worden. Die opvatting is niet
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn h.b. Verontschuldigbare termijnoverschrijding? De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AO5706. Het Hof heeft geoordeeld dat de omstandigheden waarop door de raadsvrouwe een beroep is gedaan, niet kunnen worde
Ontvankelijkheid cassatieberoep. Intrekking a.b.i. art. 453.1 Sv? HR leidt uit de gedingstukken af dat de raadsman van verdachte het tijdig ingestelde beroep in cassatie wenste te handhaven, doch dit beroep heeft doen “intrekken” en het direct weer heeft doen instellen, uitsluite