Sepot is einde zaak in de zin van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank ziet in de uitleg van de wetgever alsmede in de jurisprudentie geen reden in het kader van artikel 89 Sv onderscheid te maken tussen een onvoorwaardelijk sepot en een kennisgeving niet (
Wetboek van Strafvordering
Art. 36 Sv
Genoemd in 123 uitspraken · Officiële wettekst
123 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Ontvankelijkheid verzoeker in verband met afspraak De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verzoeker ook niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoeken ex artikel 591 en 591a vanwege het volgende. Op een gegeven moment heeft het openbaar ministerie
Beklag. Begip “einde zaak”. Uit art. 552a.3 (oud) Sv volgt, ook gelet op de wetsgeschiedenis, dat een op de voet van art. 552a Sv zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming ingediend klaagschrift ontvankelijk is zolang de vervolgde zaak niet tot een einde is gekomen. Indien het bes
Overheidsprivaatrecht. Schadevergoeding na strafrechtelijke optreden. Verjaring ex art. 3:310 lid 1 BW. Aanvang termijn. Heeft stuiting plaatsgevonden?
Conclusie AG. OM-cassatie. Middel klaagt over beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van OM in de vervolging wegens onverklaarbare overschrijding van redelijke termijn met bijna 52 maanden in jeugdzaak. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot
Uitspraak in de zaak Trivor. Beslissing (op het verweer) over de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. De verklaring van de anonieme bedreigde NN3 kan niet worden gebruikt voor het bewijs, omdat deze onvoldoende wordt ondersteund door ander bewijs. De rechtbank kan aan de
Uitspraak in de zaak Trivor. Beslissing (op het verweer) over de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. De verklaring van de anonieme bedreigde NN3 kan niet worden gebruikt voor het bewijs, omdat deze onvoldoende wordt ondersteund door ander bewijs. De rechtbank kan aan de
Conclusie AG. Art. 16 Sv. Schorsing van de vervolging bij einduitspraak. Verwerping door het hof van beroep op niet-ontvankelijkheid van het openbaar minsterie vanwege het ontbreken van kans op herstel van de verdachte geeft volgens de AG geen blijk van een onjuiste rechtsopvatti
Conclusie AG. Huurmoord in Almere in 2015. Medeplegen van moord (art. 289 Sr), eendaadse samenloop van brandstichting (art. 157 Sr) en beschadiging (art. 350 Sr), medeplegen van opzetheling (art. 416 Sr). M1: Bevoegdheid hof. Verwerping verweer dat hof in strijd met de wet de zak
overheidsaansprakelijkheid; schadevergoeding na onrechtmatig strafvorderlijk handelen; schade door onrechtmatige huiszoeking, beslag op bankrekeningen, niet behoorlijk gedrag; rente, arbeidsinkomsten, aantasting persoon, 591a Sv, 530 Sv, 6:106 BW.
Conclusie AG. Verdachte lijdt aan dementie. Had de zittingsrechter in plaats van beslissing de vervolging te schorsen ex art. 16 Sv moeten verklaren dat zaak is geëindigd (art. 29f Sv)? AG is van mening dat middel met die strekking niet kan slagen, nu de vervolging op de terechtz
Onderzoek 26Sartell. Geen schending ne bis in idem-beginsel. Veroordeling tot 6 jaar gevangenisstraf in verband met de grootschalige invoer van cocaïne (partij van ongeveer 4.000 kg) en witwassen. Uitgebreide overwegingen van de rechtbank over de rechtmatigheid en betrouwbaarheid
Aansprakelijkheid van de Staat voor door gedaagde geleden schade tgv strafvorderlijke maatregelen staat vast. In geschil is of gedaagde aanspraak kan maken op hogere vergoedingen.
Verdachte wordt ter zake van meermalen plegen van valsheid in geschrift en feitelijk leiding geven aan witwassen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, geheel voorwaardelijk, alsmede een geldboete van € 90.000,00, subsidiair 365 dagen hechtenis.
verzoeken ex artikel 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering, kosten ondergane verzekering deels toegewezen, kosten raadsman toegewezen en kosten verzoekschrift
Beslissing inzake verzoek tot verklaring beëindiging vervolging (artikel 29f Sv/artikel 36-oud Sv). Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2020:1445 Rechtbank Rotterdam, 17-02-2020, 10/960078-16. Tegen verzoekster is op 20 maart 2016 een internationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd. Verzoekst
art 530 Sv - zaaksbegrip
Artikel 36 Sv. Verzoeker niet-ontvankelijk. Als onderzoek ter zitting is aangevangen dan dient de zittingsrechter de einduitspraak te geven.
Officier van justitie ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Een overschrijding van de redelijke termijn, ook wanneer deze zeer aanzienlijk is, leidt volgens vaste rechtspraak niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging, ook niet in uitzonderlij
Het hof is van oordeel dat de officier van justitie in eerste aanleg ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard in de vervolging en wijst de zaak terug naar de rechtbank Limburg.
Beschikking inzake verzoekschrift ex artikel 36 van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
Beschikking van de meervoudige kamer op het verzoek ex art. 36 Sv van onder verwijzing naar het recent ingestelde beroep in cassatie in het belang der wet. Het hof acht zich gezien de huidige stand van wetgeving bevoegd kennis te nemen van het verzoekschrift en art. 36 Sv ook van
uitspraak meervoudige raadkamer op verzoekschrift ex artikel 36 Sv (dossier "Landlord")
Verzoek geëindigd verklaren. Verdenking feit december 2014. Doel artikel 36 Sv.: beëindigen van een onzekere situatie. Doel niet bij latere wet (Wet versterking positie rechter-commissaris) gewijzigd. Zitting inmiddels gepland: geen onzekere situatie meer. Geen onderscheid tussen
uitspraak meervoudige raadkamer op verzoekschrift ex artikel 36 Sv (dossier "Landlord").