Cassatie in belang der wet. Beschikking Rb inhoudende toewijzing verzoek ex art. 36 Sv tot verklaring dat zaak geëindigd is. 1. Op welk moment neemt “vervolging” a.b.i. art. 36 Sv aanvang? 2. Kan verklaring ex art. 36 Sv dat zaak is geëindigd worden gegeven wanneer onderzoek ttz.
Wetboek van Strafvordering
Art. 36 Sv
Genoemd in 123 uitspraken · Officiële wettekst
123 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vordering AG tot cassatie in het belang der wet. De vordering richt zich tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 23 mei 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1986. Centraal in de vordering staat de functie die tegenwoordig aan art. 36 Sv moet worden toegekend. Het artikel v
Aansprakelijkheid Staat voor schade vrijgesproken gewezen verdachte. Vordering is verjaard. Geen geldige stuitingshandelingen. hoofdelijkheid proceskostenveroordeling.
Bij besluit van 14 juni 2011 heeft de raad een aanvraag van [appellant] om een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen.
Het hof acht beklag tegen niet verdere vervolging ontvankelijk, ondanks een inmiddels gewezen beschikking van de rechtbank dat de zaak geëindigd is, nu de klacht ingevolge art. 12 Sv. reeds voordat de beschikking ingevolge art. 36 Sv. door de rechtbank was gegeven en was betekend
Conclusie AG. Beklag over beslag onder een derde op groot contant geldbedrag na beschikking einde zaak ex art 29f Sv. Klaagschrift te laat ingediend? Toepasselijkheid termijn ex art. 552a lid Sv (binnen drie maanden na einde ‘vervolgde zaak’) of ex art. 552a lid 4 Sv (niet later
Verzoek einde strafzaak art. 29f Sv (voorheen art. 36 Sv). Overweging over de ontvankelijkheid. Verzoeker is in verzekering gesteld, er is beslag gelegd, de officier van justitie heeft aangekondigd dat verbeurdverklaring zal worden gevorderd. Hieraan heeft verzoeker in redelijkhe
Overheidsaansprakelijkheid. Begaclaim. Verjaring.
Verzoek 36 Sv afgewezen
Verzoek 36 Sv afgewezen. Niet gezegd kan worden dat sprake is van een onredelijk oponthoud. Artikel 54 SUO (nog) niet van toepassing.
Overheidsprivaatrecht. Schadevergoeding na strafrechtelijke optreden. Verjaring ex art. 3:310 lid 1 BW. Aanvang termijn. Heeft stuiting plaatsgevonden?
Verdachte wordt ter zake van meermalen plegen van valsheid in geschrift en feitelijk leiding geven aan witwassen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, geheel voorwaardelijk, alsmede een geldboete van € 90.000,00, subsidiair 365 dagen hechtenis.
Artikel 36 Sv. Verzoeker niet-ontvankelijk. Als onderzoek ter zitting is aangevangen dan dient de zittingsrechter de einduitspraak te geven.
Beschikking inzake verzoekschrift ex artikel 36 van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
Verzoek geëindigd verklaren. Verdenking feit december 2014. Doel artikel 36 Sv.: beëindigen van een onzekere situatie. Doel niet bij latere wet (Wet versterking positie rechter-commissaris) gewijzigd. Zitting inmiddels gepland: geen onzekere situatie meer. Geen onderscheid tussen
Verzoek beëindiging strafzaak ex artikel 36 Sv niet ontvankelijk; overweging ten overvloede dat de rechtbank het verzoek gelet op de belangen van de rechtstreeks belanghebbenden zou hebben afgewezen, ondanks instemming met het verzoek door het Openbaar Ministerie.
Rechtbank wijst verzoek tot beëindiging vervolging af.
Bij besluit van 7 maart 2011 heeft de raad een aanvraag van [appellant] om toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand afgewezen.