Aanwezig hebben van 12 kilo cocaïne in sporttas, die verdachte op verzoek van zijn buurman heeft meegenomen uit Suriname, op Schiphol (art. 2.1.C Opiumwet). Bewijsklacht, tegenstrijdigheid tussen nadere bewijsoverweging en overweging t.a.v. verweer. Feit is ex art. 2.1.C jo. 10.1
Wetboek van Strafvordering
Art. 365 Sv
Genoemd in 76 uitspraken · Officiële wettekst
76 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Schietpartij bij/in de Spoedeisende Hulp van het Zaans Medisch Centrum. Poging tot moord, bedreiging en vuurwapenbezit. De verdachte en de medeverdachte zijn het slachtoffer gevolgd naar het ziekenhuis. De verdachte heeft daar meerdere keren gericht op het bovenlichaam van het sl
Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 Sr) gewoontewitwassen (art. 420ter Sr) en verduistering (art. 321 Sr). Middelen over bewijsvoering m.b.t. oplichting. HR: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat t.b.v. in arrest genoemd slachtof
Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter Sr) en medeplegen valsheid in geschrift (art. 225 Sr). Middel klaagt over verwerping verweer dat het “EVRM [is] geschonden” omdat raadsman tijdens het politieverhoor geen verhoorbijstand heeft kunnen verlenen aan verdachte. HR herhaalt re
Antilliaanse zaak. Doodslag in Sint Maarten door met vuurwapen meerdere kogels af te vuren en voorhanden hebben vuurwapen. 1. Veronderstelde noodweer i.g.v. huisvredebreuk, art. 1:114 SrStM en art. art. 43 SrNA (oud). 2. Vonnis niet binnen tweemaal vierentwintig uren na uitspraak
1. Ongegronde bewijsklacht. 2. Kennelijk leugenachtige verklaring. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN ZD0413, AD8873 en AT2897. Voor zover het Hof zijn oordeel dat verdachte leugenachtig heeft verklaard heeft gegrond op de verklaring van de medeverdachte geld
Kennelijk leugenachtige verklaring. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN AT2897 (NJ 2005/396). Het Hof heeft zijn oordeel dat verdachte leugenachtig heeft verklaard gegrond op de inhoud van die verklaringen zelf en heeft voorts verwezen naar de door X tegenover
Economische zaak. Gegronde bewijsklacht. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet volgen dat de in de bij de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 behorende bijlage III aangegeven maximaal toegestane lading van het vuurwerk telkens was overschreden.
1. Verbeurdverklaring; 2. onttrekking aan verkeer. Ad 1. In cassatie kan niet zonder meer blijken dat het Hof wat betreft het oordeel dat het bewezenverklaarde ook met de notitieblokken is begaan of voorbereid, heeft beraadslaagd en beslist n.a.v. het onderzoek ter terechtzitting