1. Gebruik maken voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, artt. 344a.3 en 360 Sv. 2. Vordering bp. Ad 1. Het Hof heeft als bm opgenomen een p-v van politie waarin een verklaring van een anonieme getuige is
Wetboek van Strafvordering
Art. 360 Sv
Genoemd in 247 uitspraken · Officiële wettekst
247 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Verklaring getuige wiens identiteit niet blijkt? De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460 en ECLI:NL:HR:2002:AE1195. Het Hof heeft een in een bewijsmiddel weergegeven verklaring kennelijk niet opgevat als een verklaring van een persoon wiens identiteit
Profijtontneming. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 344a.3 en 360.1 Sv. Als de rechter in de ontnemingsprocedure de schatting van het w.v.v. mede ontleent aan een schriftelijk
Profijtontneming. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 344a.3 en 360.1 Sv. Als de rechter in de ontnemingsprocedure de schatting van het w.v.v. mede ontleent aan een schriftelijk
Profijtontneming. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt in een ontnemingsprocedure. Indien de rechter in de ontnemingsprocedure de schatting van het w.v.v. mede ontleent aan een schriftel
HR: art. 80a RO. Conclusie AG: anders.
Verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 360 Sv. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460, inhoudende dat ex art. 360.1 en 4 Sv de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wien
Bewijsklacht voorbereiding moord. Artt. 46, 287 en 289 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. het bestanddeel “voorbedachte raad” uit ECLI:NL:HR:2013:963, NJ 2014/156. De opvatting dat aan de bewezenverklaring van de voorbereiding van moord dezelfde (motiverings-)eisen moe
-
Anoniem gebleven getuige en bewijs.
Anonieme getuige en vrijspraak.
Art. 360.1 Sv en art. 216a.2 Sv. Motivering gebruik getuigenverklaring van iemand die de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt. Gelet op vaste jurisprudentie en wetsgeschiedenis kan de in art. 360.4 Sv gestelde nietigheid onder omstandigheden buiten toepassing blijven t.a.v
Bekennende verdachte, art. 359.3 Sv. Het middel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Conclusie AG: anders.
Artt. 190, 344a, 360 Sv. De in art. 344a.3 Sv gebezigde term “personen wier identiteit niet blijkt” omvat niet een geval als i.c. waarin het gaat om personen wier persoonsgegevens niet (volledig) zijn vermeld in het p-v waarin hun verklaringen zijn opgenomen, maar van wie vaststa
Diplomatieke immuniteit. “Note Verbale” van 21 april 2011 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Bosnië en Herzegovina aan het Nederlandse Ministere van Buitenlandse zaken. Artt. 31.1, 32.1 en 2 en 37.1 Verdrag van Wenen. Casus: verdachte, zoon van een diploma
Motivering gebruik anonieme getuigenverklaring. Art. 190, 344a en 360.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2009/239 en HR NJ 1998/135. Het Hof heeft nagelaten het gebruik van het bewijsmiddel nader te motiveren.
Het Hof bevestigt het vonnis maar brengt een wijziging aan in de bewezenverklaring. Strijd met art. 423.1 Sv? HR herhaalt HR LJN BW9191 m.b.t. de mogelijkheid voor de appelrechter om kennelijke schrijffouten, waaronder schrijffouten in de bewezenverklaring, te verbeteren of verbe
Klacht over schending art. 359.2 Sv (uos) en bewijsverweren. De klachten missen feitelijke grondslag.
1. Gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. 2. Art. 304 Sr. Ad 1. Het Hof heeft in strijd met art. 360.1 Sv nagelaten het gebruik van dit bewijsmiddel, v.zv. inhoudende de verklaring van een onbeke
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van: medeplegen van moord; medeplegen van een poging om een ander door beloften en door het verschaffen van inlichtingen te bewegen een moord te begaan; medeplegen van poging tot moord. De rechtbank verklaart verdachte daarvoor strafbaar
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van het een gewoonte maken van het plegen van witwassen. De rechtbank acht verdachte hiervoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van één jaar en zes maanden. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ0392, BZ3
De rechtbank acht bewezen verklaard dat er sprake is van: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II en III, meermalen gepleegd; handelen in strijd met artikel 26,
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van medeplegen van moord. De rechtbank verklaart verdachte daarvoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van tien jaar. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ0392, BZ3412, 1289, 1290,1291, 1294, 1295, 1296)
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van: medeplegen van het door beloften en het verschaffen van middelen en inlichtingen opzettelijk uitlokken van moord; medeplegen van voorbereiding tot moord; medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens
De rechtbank acht bewezen dat sprake is van medeplichtigheid aan het medeplegen van moord. De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes jaar. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ3412, BZ0392, 1289, 1290,129