Profijtontneming. Artt. 344a.3, 360.1, 360.4, 511e.1, 511g, 511f en 415 Sv. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt in een ontnemingsprocedure. Art. 344a Sv is op zichzelf niet van toepassi
Wetboek van Strafvordering
Art. 360 Sv
Genoemd in 247 uitspraken · Officiële wettekst
247 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 360 Sv. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460, inhoudende dat ex art. 360.1 en 4 Sv de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wien
Art. 344a.3 Sv. Schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Het Hof heeft tot het bewijs gebezigd de in een p-v van de verbalisant opgenomen verklaring van een onbekend gebleven man. Het tot bewijs gebezigde p-v moet in zoverre worde
Artt. 360.1, 360.4 en 344a.3 Sv. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN ZD1460 over de motiveringseisen t.a.v. het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Het Hof heeft tot het bewijs geb
Poging uitlokking moord. 1. Gebruik als bewijs van p-v’s die door onder codenummers aangeduide opsporingsambtenaren zijn opgemaakt. Motiveringsvoorschrift van art. 360.1 Sv verzuimd? 2. Vrijwillige terugtred; art. 46b Sr. Ad 1. De kennelijk aan het middel ten grondslag liggende o
Profijtontneming. Artt. 344a.3, 360.1 en 4, 511e.1, 511g, 511f en 415 Sv. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt in een ontnemingsprocedure. Art. 344a Sv is op zichzelf niet van toepassing
Conclusie AG. Slagende klacht over bewijsmotivering medeplegen woningoverval (art. 312 Sr) omdat het hof (a) (in beslissende mate) de verklaring van een bedreigde getuige (art. 226a Sv; art. 344a.2 Sv) heeft gebruikt voor het bewijs en dit in strijd met art. 360.1 Sv niet heeft
Conclusie A-G. 344a lid 3 Sv. De vraag is of de melding van de openlijke geweldpleging bij de politie, waarbij een signalement van de daders is gegeven, moet worden aangemerkt als een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. De A-G stelt dat de identiteit van een
Conclusie AG. Profijtontneming. 1. Schatting w.v.v. mede ontleend aan schriftelijke bescheiden houdende een anonieme verklaring (MMA-meldingen). Art. 344a lid 3 Sv en art. 360 Sv. 2. Redelijke termijn cassatiefase.
Verklaring getuige wiens identiteit niet blijkt? De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460 en ECLI:NL:HR:2002:AE1195. Het Hof heeft een in een bewijsmiddel weergegeven verklaring kennelijk niet opgevat als een verklaring van een persoon wiens identiteit
Profijtontneming. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 344a.3 en 360.1 Sv. Als de rechter in de ontnemingsprocedure de schatting van het w.v.v. mede ontleent aan een schriftelijk
Profijtontneming. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt in een ontnemingsprocedure. Indien de rechter in de ontnemingsprocedure de schatting van het w.v.v. mede ontleent aan een schriftel
HR: art. 80a RO. Conclusie AG: anders.
Verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 360 Sv. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460, inhoudende dat ex art. 360.1 en 4 Sv de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wien
Art. 360.1 Sv en art. 216a.2 Sv. Motivering gebruik getuigenverklaring van iemand die de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt. Gelet op vaste jurisprudentie en wetsgeschiedenis kan de in art. 360.4 Sv gestelde nietigheid onder omstandigheden buiten toepassing blijven t.a.v
Artt. 360.1, 360.4 en 344a.3 Sv. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN ZD1460 over de motiveringseisen t.a.v. het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Het Hof heeft tot het bewijs geb