Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Strafmotivering. ’s Hofs vaststellingen dat verdachte "ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten een stabiele relatie had en beschikte over woonruimte en werk" en dat verdachte "niet [heeft] kunnen aangeven waarom hij ondanks deze gunstige omstandigheden deze feite
Na twee eerdere vernietigingen door HR niet beslist op verweer dat redelijke termijn in eerste cassatiefase is overschreden. Tardief verweer? Hetgeen naar voren is gebracht m.b.t. de overschrijding van de redelijke termijn kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standp
Art. 359.2 Sv, uos. Falende klacht m.b.t. uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ertoe strekkende dat de verdachte, vanwege nieuwe medische bevindingen, moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde niet voldoen aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek be
Profijtontneming. Draagkrachtverweer. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2007:AZ7747 m.b.t. het uitgangspunt dat de draagkracht aan de orde dient te worden gesteld in de executiefase. Hof heeft het aangevoerde kennelijk niet opgevat als een uos. Dat oordeel geeft n
1. Verduistering van een personenauto na proefrit, art. 321 Sr. 2. Strafmotivering, art. 359.6 Sv. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2001:AD4573 m.b.t. de uitleg van het bestanddeel “anders dan door misdrijf onder zich had”. In de bestreden uitspraak ligt al
Slagende bewijsklacht. Deelneming aan een criminele organisatie, art. 140 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264. Uit de bewijsvoering kan niet volgen dat de verdachte behoorde tot een op de handel van verdovende middelen gericht samen
Slagende bewijsklacht. Deelneming aan een criminele organisatie, art. 140 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264. Uit de bewijsvoering kan niet volgen dat de verdachte behoorde tot een op de handel van verdovende middelen gericht samen
Falende bewijsklacht. Deelneming aan een criminele organisatie, art. 140 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264. HR: in aanmerking genomen dat het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben van een hoeve
Falende bewijsklacht. Deelneming aan een criminele organisatie, art. 140 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264. HR: in aanmerking genomen dat het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben van een hoeve
Strafmotivering. ’s Hofs vaststelling dat verdachte “eerder voor strafbare feiten onherroepelijk [is] veroordeeld” is niet zonder meer begrijpelijk nu het Uittreksel Justitiële Documentatie daarvoor geen steunt biedt.
Profijtontneming. HR herhaalt overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BV9087, NJ 2013/544 m.b.t. gebruik van een gevolgtrekking uit een financieel rapport. ’s Hofs oordeel dat de inhoud van het rapport berekening w.v.v., waarin de aan de schatting van het voordeel ten grondslag gelegde
Art. 359.2 Sv, u.o.s. m.b.t. betrouwbaarheid getuige. Het Hof heeft i.s.m. art. 359.2 Sv niet in het bijzonder de redenen opgegeven die hebben geleid tot afwijking van het u.o.s.
Art. 197 Sr en terugkeerrichtlijn. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BY3151 en voegt daar aan toe dat de daarin door de Hoge Raad geformuleerde regels, behalve op de vreemdeling die weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat hij ongewenst is verkla
Profijtontneming. 1. Falende bewijsklacht schatting voordeel van vier oogsten van hennepteelt. In de desbetreffende periode zou viermaal geoogst kunnen zijn en in de voordeelberekening is de opbrengst van vier oogsten betrokken. ’s Hofs gevolgtrekking dat in voornoemde periode vi
Profijtontneming. Art. 359.2, tweede volzin, Sv. Het Hof is in zijn uitspraak afgeweken van het u.o.s. van de raadsman dat slechts één eerdere oogst kan hebben plaatsgevonden, zonder in het bijz. de redenen op te geven die tot de afwijking hebben geleid. Dat verzuim heeft ingevol
Art. 359.2 Sv, uos. Hetgeen door de raadsman ttz. in h.b. is aangevoerd m.b.t. de betrouwbaarheid van de verklaringen van X kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten ove
Art. 359.2 Sv, u.o.s. m.b.t. betrouwbaarheid getuigen. Het Hof heeft i.s.m. art. 359.2 Sv niet in het bijzonder de redenen opgegeven die hebben geleid tot afwijking van het u.o.s..
1. Verduistering. Art. 321 Sr. Falende bewijsklacht m.b.t. “wederrechtelijk zich heeft toegeëigend”. HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BX3620. 2. Valsheid in geschrift. Art. 225 Sr. Falende bewijsklacht m.b.t. het “bestemd [zijn] om tot het bewijs van
Art. 359.2.2e volzin Sv, uos m.b.t. betrouwbaarheid getuigenverklaringen en art. 9a Sr. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AU9130. Beide middelen falen.
Slagende bewijsklacht. De bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte opzettelijk het goed wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, kan, mede in het licht van hetgeen namens verdachte is aangevoerd, niet zonder meer uit de inhoud van ‘s Hofs bewijsvoering worden afgeleid.
Promis en aanvulling met bewijsmiddelen, art. 359 en 365a Sv. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2012: BX0863.Klaarblijkelijk heeft het Hof de bewezenverklaring doen steunen op de inhoud van de bewijsmiddelen die zijn vermeld in de aanvulling als bedoeld in art. 365a
Profijtontneming. Artt. 328, 331 en 415 Sv. Verzuim te beslissen op een voorwaardelijk getuigenverzoek. Nu de aan het verzoek verbonden voorwaarde was vervuld, had het Hof uitdrukkelijk op het verzoek dienen te beslissen. Dit verzuim heeft nietigheid tot gevolg.
Art. 81.1 RO.
Art. 359.3 Sv. Opgave bewijsmiddelen. ’s Hofs oordeel dat verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend - ook wat betreft het meermalen tegen het gezicht ‘stompen’ van X - geeft gelet op de door verdachte onder 1 tot het bewijs gebezigde in e.a. afgeleg