HR: 81.1 RO.
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Medeplegen van (poging tot) afdreiging. Klachtvereiste a.b.i. art. 318.2 (oud) Sr. De klacht bestaat ex art. 164.1 Sv uit een aangifte met verzoek tot vervolging. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1994:ZC8448. Het Hof heeft geoordeeld dat is voldaan aan het
HR: 81.1 RO.
Strafmotivering. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BK9252. Het middel neemt kennelijk tot uitgangspunt dat het Hof heeft geoordeeld dat het een onvoorwaardelijke gevangenisstraf uitsluitend aangewezen acht, omdat verdachte woonachtig is in Curaçao en een werkstraf d
Art. 81.1 RO.
Onttrekking aan de boedel a.b.i. art. 341.a.1° Sr. Het in 341.a.1° Sr bedoelde onttrekken betreft alle handelingen van de in staat van faillissement verklaarde waardoor hetgeen rechtens onder bereik en beheer van de curator in het faillissement behoorde te komen, buiten diens ber
Art. 359.6 Sv. Het Hof heeft in zijn strafmotivering in het bijzonder de redenen opgegeven die tot de keuze van de vrijheidsbenemende straf hebben geleid.
Art. 359.2 Sv, uos. Hetgeen door de raadsvrouwe naar voren is gebracht m.b.t. de strafoplegging kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uos. Het Hof heeft in zijn arrest cfm art. 359.6 Sv de opgelegde gevangenisstraf gemotiveerd maar heeft in strijd met art. 359.2 Sv n
Strafmotivering. ’s Hofs kennelijke oordeel dat het onderdeel van de pleitnota dat betrekking heeft op de “mogelijke” vreemdelingenrechtelijke consequenties van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geen uos als bedoeld in art. 359.2 Sv oplevert, getuigt niet van
Ongegronde bewijsklacht (voorwaardelijk opzet zwaar lichamelijk letsel).
Betekening inleidende dagvaarding. HR herhaalt relevante overweging uit LJN AD5163. Nu uit de stukken van het geding niet blijkt dat is getracht de inleidende dagvaarding uit te reiken aan het door verdachte bij de politie genoemde adres, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit
Art. 37 Sr, plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis. Ingevolge art. 138b jo. 415 Sv dient een verkort arrest alle bestanddelen van een arrest te bevatten, m.u.v. de bm en de redengevende f&o a.b.i. art. 359.3 Sv. Een beslissing omtrent een op te leggen maatregel a.b.i. art. 37
Strafoplegging. Het Hof heeft een hechtenisstraf opgelegd waar het feit is bedreigd met o.m. een gevangenisstraf en de opgelegde vrijheidsbenemende straf in strijd met art. 359.6 Sv niet met redenen omkleed.
HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN AU7119. Uit het verhandelde ter terechtzitting kan niet zonder meer blijken waaraan het Hof heeft ontleend dat de grote hoeveelheid hasj en hennep, die de verdachte als coffeeshophouder voorhanden heeft gehad “een straatwaarde van m
1. Verbeurdverklaring; 2. onttrekking aan verkeer. Ad 1. In cassatie kan niet zonder meer blijken dat het Hof wat betreft het oordeel dat het bewezenverklaarde ook met de notitieblokken is begaan of voorbereid, heeft beraadslaagd en beslist n.a.v. het onderzoek ter terechtzitting
Verbeurdverklaring. Het Hof heeft de verbeurdverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed, nu in de bestreden uitspraak niet is vastgesteld dat aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring is voldaan.
Bewijsklacht, inhoudende dat tot het bewijs gebezigde verklaring niet redengevend is voor de bewezenverklaring, faalt. HR: Kennelijk heeft het Hof de voor het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte aldus opgevat dat zij bijdraagt aan de overtuiging inzake de juistheid van h
Het Hof heeft in de gebezigde bewijsmiddelen een verklaring van de verdachte opgenomen die het evenwel blijkens de nadere bewijsoverweging ongeloofwaardig acht. Daarom is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Oplegging van een hechtenisstraf die niet op het bewezenverklaarde feit (een misdrijf) is gesteld.
1. Aantekening mondeling arrest enkelvoudige kamer hof. 2. Strafoplegging. Ad 1. Ingevolge art. 3.d Regeling aantekening mondeling vonnis (Stcrt. 1996, 197) mag in de aantekening van het mondeling vonnis voor de inhoud van de bewijsmiddelen worden verwezen naar het proces-verbaal
HR: 81 RO.
Art. 345 Sv. Uitstel formele sluiting van het o.t.t.z. met i.c. 1 mnd. Noch art. 345 Sv noch enige andere rechtsregel verzet zich ertegen dat na afloop van het o.t.t.z het onderzoek op een nadere t.z. gesloten wordt verklaard.
Strafmotivering. ’s Hofs overwegingen moeten aldus worden verstaan dat niet kan worden volstaan met oplegging van een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf en dat de op te leggen gevangenisstraf passend en geboden is. De strafmotivering vol
De strafmotivering voldoet niet aan de eisen van art. 359.6 Sv en t.a.v. de verbeurdverklaring is niet vastgesteld of aan de eisen daarvoor is voldaan.
Conclusie AG o.m. over het onderbreken van de zitting voor alleen nog het laatste woord. HR: 81 RO.