Vordering benadeelde partij. In aanmerking genomen dat de zaak i.c. na vernietiging door de HR door het Hof op het bestaande h.b. opnieuw diende te worden berecht en afgedaan en de b.p. zich in dat h.b. o.g.v. art. 421.3 Sv binnen de grenzen van haar oorspronkelijke vordering opn
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Strafmotivering. HR: art. 81 RO.
Afwijzing aanhoudingsverzoek tot het opmaken van een reclasseringsrapport. Maatstaf. Door te overwegen dat de raadsvrouw heeft aangegeven dat zij de persoonlijke omstandigheden van verdachte kan toelichten en recente informatie over de werkstraf die nog loopt kan verstrekken, hee
Afstand van rechtsbijstand. O.g.v. art. 6.3.c EVRM en art. 28.1 Sv is de verdachte bevoegd zich te laten bijstaan door een raadsman. In een aantal gevallen is toevoeging van een raadsman verplicht maar of een verdachte zichzelf ttz. wil verdedigen is zijn vrije keuze. Voor enkele
Strafoplegging. Het middel is terecht voorgesteld op gronden als vermeld in conclusie AG (voor een opzettelijk begaan Opiumwetdelict kan geen hechtenis worden opgelegd).
Verhouding art. 359.2 Sv en art. 359.6 Sv. Lid 2 en lid 6 hebben naast elkaar zelfstandige betekenis. Doet zich het geval voor dat aan beide artikelleden toepassing moet worden gegeven, dan zal in het algemeen aan het vereiste van lid 6 zijn voldaan indien de afwijking van het ui
HR ziet i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase aanleiding de onvoorwaardelijke gevangenisstraf om te zetten in een voorwaardelijke straf. Daardoor heeft verdachte bij de klacht dat deze onvoorwaardelijke gevangenisstraf ontoereikend is gemotiveerd geen
Het Hof heeft voor de bewezenverklaring van feit 1 (diefstal met verbreking van een bromfiets op 9-6-04 te Weesp) mede redengevend geacht de omstandigheid dat verdachte op 30-4-04 te Amsterdam betrokken was bij de poging tot diefstal van een bromfiets, waarbij eveneens sprake was
Uittreksel-arrest. Het Hof heeft zijn gegeven beslissingen niet neergelegd in een verkort arrest, maar in een “uittreksel” dat niet voldoet aan de eisen van art. 365a en 138b Sv. Dat verzuim heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de b
CAG Wortel over standaardoverwegingen. HR: 81 RO.
De in art. 413.1 eerste volzin Sv voorgeschreven termijn van 10 dgn is niet in acht genomen. Nu de stukken van het geding niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat de verkorting van die termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van verdachte en blijkens het p-v van de terec
359.6 Sv. De overwegingen van het Hof bevatten in strijd met art. 359.6 Sv geen opgave van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.
Aannemen van een valse hoedanigheid a.b.i. art. 326 Sr. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte reeds t.t.v. het sluiten van de overeenkomsten niet de intentie had om met de hem verstrekte bedragen om te gaan zoals was voorgespiegeld. Meer in het bijzonder op gron
359.6 Sv. De overwegingen van het Hof bevatten in strijd met art. 359.6 Sv geen opgave van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.
Strafmotivering. De overwegingen van het Hof moeten worden begrepen dat het Hof, in navolging van de Pr, van oordeel is dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming meebrengt. Hetgeen door verdachte en zij
Strafmotivering. De overwegingen van het Hof moeten worden begrepen dat het Hof, in navolging van de Pr, van oordeel is dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming meebrengt. De strafmotivering voldoet da
Uitreiking dagvaarding. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN AD5163. I.c. houden de stukken van het geding niets in waaruit kan volgen dat is getracht de appeldagvaarding op het in de appelakte opgegeven adres uit te reiken. Het kennelijk oordeel van het Hof dat het bi
1. Het in de gelegenheid stellen van verdachte om te reageren op hetgeen de rechter heeft waargenomen. 2. Eigen waarneming rechter wettig bewijsmiddel. 3. Strafmotivering. Ad 1. De klacht dat het Hof verdachte niet in de gelegenheid heeft gesteld te reageren op hetgeen het Hof he
Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter bevestigd, waarin de oplegging van de twee weken hechtenis als volgt is gemotiveerd “Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan wordt vorenstaande straf toegepast”. Die overwegingen bevatten, i.s.m. ar
Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter bevestigd, waarin de oplegging van de twee weken hechtenis als volgt is gemotiveerd “Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan wordt vorenstaande straf toegepast”. Die overwegingen bevatten, i.s.m. ar
1. Strafmotivering ex art. 359.6 Sv. 2. Art. 164 jo. 179.6 WVW 1994. Ad 1. ‘s Hofs strafmotivering (standaardzin over feit en persoon verdachte + uitgebreide omschrijving feit) voldoet niet aan art. 359.6 Sv, op welk verzuim bij art. 359.9 Sv (oud) nietigheid is gesteld. Ad 2. HR
Strafmotivering ex art. 359.6 Sv. ’s Hofs strafmotivering (standaardzin over feit en persoon verdachte + verwijzing naar doc.) bevat i.s.m. art. 359.6 Sv geen opgave van de redenen die i.h.b. hebben geleid tot de keuze voor een vrijheidsbenemende straf.
1. Indien de strafrechter een last geeft ex art. 37.1 Sr tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis ingeval ten aanzien van de verdachte reeds een plaatsing ingevolge de Wet BOPZ van kracht is, eindigt laatstgenoemde plaatsing door het onherroepelijk worden van de last van de
Schadevergoedingsmaatregel en toewijzing vordering benadeelde partij na vergoeding door het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Het middel, dat erop is gebaseerd dat de schade door het Schadefonds was vergoed, mist feitelijke grondslag omdat het door het Schadefonds aan het slachtoffe
Bewezenverklaring is onvoldoende met bewijsmiddelen onderbouwd. HR vernietigt ambtshalve onder verwijzing naar onderdeel van de conclusie A-G. Uitgebreide conclusie A-G over ‘ambtshalve cassatie’. (Vgl. HR 24-02-2004, 02104/02; HR vernietigt n.a.v. een cassatiemiddel in de zaak v