Conclusie AG. Als hulpverlener/begeleider ontuchtige handelingen verrichten met minderjarig en aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwd slachtoffer (art. 245 (oud) jo. 248 (oud) en art. 249 (oud) Sr). Falende klacht over opgelegde ontzetting van het recht tot uitoefening van be
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Verduistering van auto, art. 321 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 1 week), art. 359.6 Sv. Kon hof (meervoudige kamer) ter motivering van strafoplegging afgezien van standaardoverweging (aard en ernst van bewezenverklaarde, omstandigheden waaronder dit is begaan en persoon
Conclusie AG. Middelen over 1) de verwerping van een verweer m.b.t. de tenaamstelling van het vonnis (vonnis is gewezen tegen persoon A, maar verdachte stelt in h.b. dat hij niet persoon A is, maar persoon B), 2) afwijzing (voorwaardelijk) verzoek nader onderzoek naar identiteit
Conclusie AG. Art. 359 Sv. Slagende klacht dat hof niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven voor oplegging vrijheidsbenemende straf. Conclusie strekt tot partiële vernietiging en terugwijzing.
Conclusie A-G. Veroordeling voor wederspannigheid met letsel tot gevolg (art. 181 Sr). Klacht over de strafmotivering met daarin de overweging dat verdachte het aan zichzelf te wijten heeft dat hij na te zijn gevlucht door politieambtenaren hard is aangepakt. De conclusie strekt
Rijden onder invloed, art. 8.5 WVW 1994. Strafmotivering (voorwaardelijke ontzegging van rijbevoegdheid van 10 maanden) meervoudige kamer hof opgenomen in p-v van tz. in hoger beroep, waarnaar wordt verwezen in verkort arrest, terwijl onmiddellijk uitspraak wordt gedaan. Kon hof
Conclusie plv. AG. Klachten over bewijsvoering medeplegen (M1) en aanvangsmoment redelijke termijn (M2). Plv. AG meent dat alle middelen falen en zich lenen voor afdoening bedoeld in 81.1 RO. Conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep. Samenhang met 22/00434 en 22/004
Conclusie AG. Poging tot doodslag. Middelen verdachte over de verwerping van het beroep op (putatief)noodweer(exces), strafmotivering en redelijke inzendingstermijn. Middel benadeelde partij over hoogte toegewezen immateriële schade en de beslissing de vordering voor het overige
Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:3200. Middelen over de strafoplegging en de omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr. HR: art 81.1 RO en bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.
Verdachten zijn in een bepaalde wijk in DH lange tijd door de politie in de gaten gehouden vanwege verdenking van het plegen van inbraken en o.m. veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die erop gericht was woninginbraken te plegen. Middelen o.m. over 1. verwijzin
Medeplegen bewerken van groot aantal hennepplanten, art. 3.B Opiumwet. Strafmotivering. Oplegging gevangenisstraf van langere duur dan reeds ondergane voorlopige hechtenis begrijpelijk? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/01749, 19/01755 P en 19/01902.
Conclusie AG. Verbeurdverklaring van inbeslaggenomen geldbedragen, art. 33a lid 1 onder b Sr. In aanmerking genomen dat de bewezenverklaring betrekking heeft op het afleveren, vervoeren en aanwezig hebben van verdovende middelen, is het oordeel van het hof dat het bewezenverklaar
Conclusie AG. Overtreding art. 7 lid 1 WVW 1994. Twee middelen. Eerste middel inzake strafmotivering faalt. De aan middel ten grondslag liggende opvatting dat hof gehouden zou zijn aan te geven of in strafmatigende dan wel strafverzwarende zin acht wordt geslagen op Justitiële Do
-
Strafmotivering. In strafverzwarende zin betrekken in de strafoplegging van strafrechtelijke veroordelingen die nog niet onherroepelijk waren t.t.v. het begaan van het bewezenverklaarde. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2017:2391 over het betrekken van een niet tenlastegelegd feit bij de s
Motivering strafoplegging. De bestreden uitspraak behelst niet een opgave van de redenen die de strafoplegging hebben bepaald. Dat verzuim leidt krachtens art. 359.8 Sv tot nietigheid. Volgt gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing.
Mishandeling, art. 300 Sr. Klacht over oordeel Hof dat taakstrafverbod ex art. 22b Sr louter een onvoorwaardelijke gevangenisstraf mogelijk maakt en een vermeende discrepantie met de toepasselijke "LOVS-oriëntatiepunten". HR: art. 81.1 RO.
Diefstal van geldbedragen door met creditcard van toenmalige vriendin zonder toestemming geldopnames te doen. Schadevergoedingsmaatregel. Schade die door het strafbare feit is toegebracht, art. 36f.2 Sr. Hof heeft geldopnames waarvoor verdachte is vrijgesproken en betalingen waar
Strafmotivering, art. 359.5 en 359.6 Sv. HR: art. 80a RO.
Profijtontneming, hennepteelt. OM-cassatie en cassatie betrokkene. Hof heeft betalingsverplichting beperkt tot het door de Rb vastgestelde bedrag op de grond dat het OM daarmee kennelijk genoegen heeft genomen door geen rechtsmiddel aan te wenden. Met de enkele verwijzing naar de
Profijtontneming. Afwijzing verzoek tot voeging in het dossier van de stukken van de hoofdzaak, art. 315.1 Sv. Falende klacht. Nu het onderzoek t.t.z. van 11 december 2014 opnieuw is aangevangen, moeten de middelen onbesproken blijven vzv deze zien op de afwijzende beslissingen v
Doodslag en verbergen lijk echtgenote te Baarle-Nassau en/of Baarle-Hertog “Grensmoord”. HR: art. 81.1 RO.
Slagende bewijsklacht medeplegen hennepteelt. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:3474. Het Hof heeft voor zijn oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk telen van hennep i.h.b. in aanmerking genomen dat verdachte bij zijn vertrek naar Thail
Art. 322.4 Sv. Het verzoek van de verdediging tot het doen opmaken van gedragsdeskundige rapportage is niet een beslissing als bedoeld in art. 322.4 Sv. Dat brengt mee dat het middel onbesproken moet blijven.
Art. 361.4 Sv. Motivering afwijzing vordering tot schadevergoeding. Gelet op het feit dat de Rechtbank de vordering van de benadeelde partij ten bedrage van € 530,- heeft toegewezen ter vergoeding van de schade geleden tengevolge van de onder 2 en 4 bewezenverklaarde feiten, had