Art. 343.3° Sr is een logische noch een systematische specialis van art. 343.1° Sr. HR verwijst naar conclusie AG, o.m. inhoudend: Art. 343.3° Sr is geen logische specialis t.o.v. art. 343.1° Sr. Het stelt immers niet strafbaar het verdichten of verdicht hebben van lasten, het ni
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 31 · live
Art. 359.3 Sv: bekennende verdachte. Art. 359.3 Sv moet aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen indien verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van de - zich hier niet voordoende
Art. 359.3 Sv: bekennende verdachte. De opvatting dat de rechter, die gebruik maakt van de hem in art. 359.3, 2e volzin Sv gegeven mogelijkheid om, zo verdachte het hem ten laste gelegde bekent, met een opgave van bewijsmiddelen te volstaan, dient te doen blijken dat verdachte na
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op welke met ar
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. De pleitnotities houden een uitvoerige opsomming in van argumenten op grond waarvan de gewraakte getuigenverklaringen als onbetrouwbaar aangemerkt moeten worden. In het middel wordt echter niet met voldoende
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
Bekennende verdachte. Art. 359.3 Sv kan in ieder geval geen toepassing vinden indien door of namens verdachte ter terechtzitting vrijspraak is bepleit. ‘s Hofs oordeel dat kon worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen ex art. 359.3 Sv, is - nu de raadsman vrijspraak he
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
1. Onderzoek aan kleding; ernstige bezwaren. 2. Vermelding wijziging tenlastelegging in aanvulling van verkort arrest. Ad 1. In het licht van het verweer inhoudende dat geen redelijk vermoeden van schuld aanwezig was en dientengevolge ook geen ernstige bezwaren die tot een onderz
Een beroep op vrijwillige terugtred is een verweer waarop de rechter ex art. 358.3 en 5 en 359.2 en 9 (oud) jo. 415 Sv op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een gemotiveerde beslissing moet geven in het verkorte arrest. Nu dat arrest zodanige beslissing niet inhoudt, is het mid
Deventer moordzaak. 1. Nadere specificering van de bewezenverklaring na verwijzing door HR in herzieningsprocedure. 2. Toetsingsruimte feitenrechter na verwijzing door HR in herzieningsprocedure. 3. Voorbedachte raad. Ad 1. Het hof heeft de bewezenverklaring op twee punten nader
Clickfondszaak. 1. In de aanvulling op zijn arrest verbeterde het hof zijn arrest door in de strafmotivering twee volzinnen op te nemen die in een nadere bewijsoverweging waren opgenomen. Nu deze volzinnen geen deel uitmaken van die bewijsoverweging, kan de klacht die de betekeni
Clickfondszaak 1. Dubbele strafbaarheid ex art. 5.1.2° Sr. 2. In cassatie kan niet met vrucht worden geklaagd dat de feitenrechter het recht van een andere staat verkeerd heeft uitgelegd en aldus heeft geschonden. 3. Art. 140 Sr en bekendheid met andere leden organisatie. 4. Nade
1. Het arrest HvJEG 20-11-2001, nr. C-268/99 heeft geen rechtstreekse betekenis voor de uitleg van de term "krachtens overeenkomst arbeid doen verrichten" in art. 197b Sr. 2. Indien in hoger beroep een responsieplichtig verweer wordt gevoerd en niet volstaan wordt met louter herh
In het verkorte vonnis of arrest moeten de beslissingen zijn opgenomen ten aanzien van op de terechtzitting door of namens de verdachte gedane verzoeken waarop de rechter op straffe van nietigheid gehouden is bepaaldelijk een beslissing te geven (in casu verzoek tot psychiatrisch
Beslissing op een verweer m.b.t. de rechtmatigheid van de bewijsgaring dient in de einduitspraak te worden opgenomen en niet – zoals in casu – in een tussenbeslissing in het proces-verbaal van de terechtzitting. Toch geen cassatie nu de behandeling in een tussenbeslissing er niet
Het hof heeft toereikend gemotiveerd beslist op het verweer waarin de deskundigheid van de getuige-deskundige (arts en patholoog, beëdigd deskundige NFI) om uitspraken te doen over de oorzaak van het overlijden wordt betwist.
-
-
-
-
-
-
Conclusie A-G over o.a. de inwerkingtreding van noodregelingen ex art. 31 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, inhoudende dat deze bepaling de mogelijkheid biedt om in noodgevallen regelingen te treffen die onmiddellijk na hun bekendmaking in werking treden en dat deze bekend