Jeugdzaak. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Het Hof heeft kennelijk i.h.k.v. het voortbouwend appel niet alle aan verdachte tenlastegelegde feiten met verdachte besproken. Dat strookt met de in art. 415.2 Sv tot uitdrukking gebrachte bedoeling van de wetgever het o
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 27 · live
Medeplegen overval op buschauffeur. Jeugddetentie 154 dagen (gelijk aan voorarrest). PIJ-maatregel voorwaardelijk, proeftijd twee jaar, met als bijzondere voorwaarden onder meer toezicht jeugdreclassering en een opname- en behandelverplichting. Dadelijk uitvoerbaar. Gedeeltelijke
Profijtontneming. Nu art. 36e.7 Sr pas op 1 juli 2011 in werking is getreden had het Hof een gemotiveerde beslissing moeten nemen omtrent het deel van de opbrengst van de ten laste van de betrokkene en zijn mededader bewezenverklaarde feiten dat daadwerkelijk door de betrokkene i
Profijtontneming. Art. 36e.3 (oud) Sr. De klacht die berust op de opvatting dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van art. 36e.3 (oud) Sr slechts mogelijk is indien uit wettige bewijsmiddelen blijkt dat er andere strafbare feiten zijn begaan die tot dat vo
Profijtontneming. Nu art. 36e.7 Sr pas op 1 juli 2011 in werking is getreden had het Hof een gemotiveerde beslissing moeten nemen omtrent het deel van de opbrengst van de ten laste van de betrokkene en haar mededader bewezenverklaarde feiten dat daadwerkelijk door de betrokkene i
Grondslagverlating. Schuldheling. Door geen van de concreet genoemde goederen in de tll. bewezen te verklaren (maar alleen: “goederen”), vervolgens te overwegen dat het meer of anders tenlastegelegde niet is bewezen en dat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken, heeft de bew
14-jarige jongen wordt veroordeeld tot een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie van 210 dagen voor een tweetal gewapende overvallen op een buschauffeur alsmede de diefstal van een scooter. De eerste keer was er een mededader bij betrokken en werd gedreigd met een (nep)vuurw
Vrijspraak van openlijke geweldpleging. Bewezenverklaring van diefstal van een fiets. Ondanks de vrijspraak van de openlijke geweldpleging legt de rechtbank een GBM op.
Art. 37 Sr, plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis. Ingevolge art. 138b jo. 415 Sv dient een verkort arrest alle bestanddelen van een arrest te bevatten, m.u.v. de bm en de redengevende f&o a.b.i. art. 359.3 Sv. Een beslissing omtrent een op te leggen maatregel a.b.i. art. 37
Bewezenverklaring van het driemaal seksueel binnendringen van een 11-jarig meisje (driemaal gepijpt worden). Veroordeling tot een gevangenisstraf van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden verplicht reclasserin
Bewijsklacht. Nu van enkele bewijsmiddelen niet de inhoud is weergegeven is niet voldaan aan art. 359.3 jo. art. 415 Sv. De zaak wordt verwezen. De HR merkt op dat het Hof rekening moet houden met de nog op prejudiciële vragen te geven antwoorden van het HvJEU in de zaak Lebara L
Bewijsklacht. Nu van enkele bewijsmiddelen niet de inhoud is weergegeven is niet voldaan aan art. 359.3 jo. art. 415 Sv. De zaak wordt verwezen. De HR merkt op dat het Hof rekening moet houden met de nog op prejudiciële vragen te geven antwoorden van het HvJEU in de zaak Lebara L
Bewijsklacht. Nu van enkele bewijsmiddelen niet de inhoud is weergegeven is niet voldaan aan art. 359.3 jo. art. 415 Sv. De zaak wordt verwezen. De HR merkt op dat het Hof rekening moet houden met de nog op prejudiciële vragen te geven antwoorden van het HvJEU in de zaak Lebara L
Opnemen bewijsmiddelen, art. 359.3. Een arrest moet op straffe van nietigheid de bewijsmiddelen bevatten, houdende voor de bewezenverklaring redengevende f&o. Het bestreden arrest voldoet m.b.t. de bewezenverklaring van het onder 2 tlg. niet aan dit vereiste, zodat het middel doe
HR: 81 RO. Ambtshalve: strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie.
Art. 44 en 361 Sr. De tenlastelegging en bewezenverklaring onder 1 en 2 zijn toegesneden op art. 44 en art. 361 Sr. De tekst van deze bepalingen biedt geen steun aan de door het middel voorgestane opvatting dat onder “in zijn bediening” in art. 361 Sr moet worden verstaan “in de
Bewezenverklaring van onder meer ontucht met diverse minderjarigen. Vrijspraak van ontucht met een aantal minderjarigen op basis van de unus testis-jurisprudentie. Verwerping Meer en Vaart-verweer vanwege de ongeloofwaardigheid van het door de verdachte geschetste alternatieve sc
Afwijzing verzoek om een meegebrachte getuige te horen over de vordering van de benadeelde partij (b.p.). Nu het de b.p. ex art. 334.1 Sv niet is toegestaan ter onderbouwing van haar vordering getuigen aan te brengen, staan de eisen van een eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM, in h
Profijtontneming. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (u.o.s.), art. 359.2 tweede volzin Sv. Hetgeen namens betrokkene is aangevoerd, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusi
Profijtontneming. 1. Vaststelling verkrijging voordeel door strafbaar feit en opgave van bm. 2. Misslagen in berekening w.v.v. Ad 1. De ontnemingsrechter moet ingevolge art. 36e.2 Sr o.g.v. de stukken van het dossier en het verhandelde ttz. vaststellen dat de betrokkene a.g.v. ee
Profijtontneming. HR herhaalt HR LJN BV9087 waarin de HR de aan de motivering gestelde eisen heeft verduidelijkt. I.c. voldoet de motivering.
Opgaaf van bewijsmiddelen, art. 359.3 Sv. 's Hofs oordeel dat t.a.v. feit 5 kon worden volstaan met een opgave van bm a.b.i. art. 359.3 Sv is onjuist, nu hetgeen door de raadsman is aangevoerd bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als strekkende tot vrijspraak van het tenlas
1. Art. 359a Sv. 2. Art. 14a Sr. Ad 1. Het Hof heeft het betoog van de raadsvrouwe kennelijk in die zin uitgelegd dat door haar aan het Hof de keuze is gelaten het aangevoerde op te vatten als een beroep op een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv dan wel een - buiten het verband van
Verzoek nader onderzoek ex. art. 330 Sv. De beslissing op een verzoek waarop de rechter ingevolge art. 330 Sv op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een gemotiveerde beslissing moet geven, dient te zijn vervat in het verkorte vonnis of arrest, voor zover op het verzoek niet reed
Promis. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BA0424 m.b.t. een Promisbewijsvoering. Voor zover het middel bedoelt te klagen dat reeds het onderhavige aantal pagina’s van de processen-verbaal meebrengt dat de verwijzing naar die wettige bewijsmiddelen waaraan het Hof d