Profijtontneming. Schatting w.v.v. met eenvoudige kasopstelling. HR: art. 81.1 RO en vermindering betalingsverplichting wegens overschrijding redelijke termijn. Samenhang met 15/04001 P.
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 24 · live
- Mishandeling met de dood ten gevolge; - Geweld na cafébezoek; - Gevangenisstraf.
Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. HR verklaart het beroep in cassatie, gezien art. 80a RO, n-o, nu verdachtes belang bij diens terecht voorgestelde klacht m.b.t. art. 359.3 tweede volzin, Sv niet evident is nu verdachte ttz. in h.b. het hem tlgld. kennelijk heeft bekend en d
Art. 14d.2 Sr. Het verzuim Reclassering Nederland opdracht te geven toezicht te houden en begeleiding te bieden, betreft een onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten overeenkomstig hetgeen de HR heeft b
Profijtontneming. 1. Motivering schatting w.v.v. Art. 359.3, 511f en 511g Sv. 2. Verwerping verweer m.b.t. het terugstorten van gelden aan de Vereniging van Eigenaren. 3. Oordeel Hof m.b.t. aanvangsmoment redelijke termijn. Ad. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR
Profijtontneming. HR herhaalt overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BV9087, NJ 2013/544 m.b.t. gebruik van een gevolgtrekking uit een financieel rapport. ’s Hofs oordeel dat de inhoud van het rapport berekening w.v.v., waarin de aan de schatting van het voordeel ten grondslag gelegde
Profijtontneming. Overschrijding redelijke termijn. Het middel, dat klaagt over het oordeel van het Hof dat in een ontnemingszaak als i.c., waarin de redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM is overschreden, de enkele constatering van die overschrijding het passende rechtsgevolg is
Het Hof heeft beslist dat de toegewezen vordering b.p. vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente vanaf de in het arrest genoemde datum tot aan de dag der algehele voldoening. Nu het vonnis van de Rb niet een toewijzing inhoudt van de door de b.p. in e.a. gevorderde verg
HR: art. 81.1 RO.
1. Betekening inleidende dagvaarding: uitreiking aan de griffier ex art. 588.1.b.3 Sv. Oordeel van het Hof dat niet sprake was van een bekende (feitelijke) woon- of verblijfplaats van de verdachte is niet onbegrijpelijk. Het door de verdachte bij de politie opgegeven adres was zi
Verdachte heeft met een 15-jarig meisje verregaande seksuele handelingen verricht. De omstandigheid dat hij zich geen enkele rekenschap heeft gegeven van de belangen van het slachtoffer en zijn eigen lustgevoelens heeft laten prevaleren boven het welzijn van het minderjarige slac
Schatting wvv volgens kasopstelling; in mindering brengen van een geldlening op wvv. ’s Hofs oordeel dat de € 30.000,- die betrokkene overhad van een geldlening niet in mindering moet worden gebracht op het wvv, nu betrokkene in de periode gedurende welke hij het wederechtelijk v
Gedeeltelijke bevestiging amv Pr door MK Hof. Mag een amv, die wat betreft de inhoud van de gebezigde bwm in overeenstemming met de Regeling amv door Pr, Kr, Eco. Pr, Kr en EK in h.b. (Stcrt. 1996, 197) verwijst naar het pv tz en andere processtukken slechts in het geval a.b.i. a
Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. De raadsvrouwe van vd heeft in h.b. vrijspraak bepleit t.a.v. feit 2 en 5. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling geen toepassing kan vinden indien namens de vd ttz. vrijspraak is bepleit. Het Hof heeft wat betreft voor
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 31-jarige vrouw uit Amersfoort wegens diefstallen uit bejaarden-, verzorgings- en verpleeghuizen tot een gevangenisstraf van dertig maanden waarvan tien maanden voorwaardelijk. De rechtbank acht bewezen dat de vrouw meer dan veertig keer si
Zaak Stegeman. Valselijk opmaken KLM-pas door onderzoeksjournalist. Recht op vrijheid van meningsuiting. Art. 10 EVRM. Vervolg op ECLI:NL:HR:2013:BY3752. Het Hof heeft bij de beoordeling van de strafbaarheid van het bewezenverklaarde naar aanleiding van het door de verdachte geda
Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. Het Hof kon t.a.v. het onder 1 bewezenverklaarde niet volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, nu de raadsman bij de behandeling van de zaak in h.b. vrijspraak heeft bepleit t.a.v. het onder 1 tlgd.
Profijtontneming. In de met deze ontnemingsprocedure verband houdende strafzaak is bewezenverklaard dat betrokkene zich heeft schuldig gemaakt aan - kort gezegd - het verwerven en voorhanden hebben van geldbedragen en personenauto’s terwijl zij redelijkerwijs moest vermoeden dat
Profijtontneming. In de met deze ontnemingsprocedure verband houdende strafzaak had het Hof in zijn arrest bewezenverklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan - kort gezegd - het verwerven en voorhanden hebben van geldbedragen terwijl hij wist dat deze van misdrijf afk
1. Art. 311.4 Sv, laatste woord, 2. Afwijzing getuigenverzoek. Ad 1. Uit het p-v van de tz. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet
Verduistering, oplichting en valsheid in geschrift. Alternatief scenario verdachte niet aannemelijk geworden.
Bevestiging vonnis Pr met daarin slechts opgave bwm. Art. 378.2 Sv en art. 3 onder d Regeling aantekening mondeling vonnis (Stcrt. 1996, 197). Ttz. in h.b. is vd noch zijn rm verschenen, verstek. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat in de AMV wat betreft de inho
Verzuim te beslissen op een verweer i.d.z.v. art. 359a leidt i.c. niet tot cassatie. HR stelt voorop de relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2004:AM2533 dat van de verdediging die een beroep doet op een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv, mag worden verlangd dat duidelijk en gemotive
Opgave bewijsmiddelen, art. 359.3 Sv. Geen duidelijke en ondubbelzinnige bekentenis t.a.v. overtreding van art. 2 Leerplichtwet 1969. De verklaring van verdachte houdt niet in dat zij erkent dat zij de verplichting had om te zorgen dat haar dochter op een school stond ingeschreve
Opgave bewijsmiddelen, art. 359.3 Sv. De raadsman van verdachte heeft ttz. in h.b. vrijspraak bepleit. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat in zo een geval deze bepaling geen toepassing kan vinden. De overweging van het Hof in samenhang bezien met de in de aanvulling o