Profijtontneming. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BV9087. Falende middelen over de motivering van de schatting van het w.v.v.
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Onderzoek Amber. Profijtontneming, w.v.v. uit bewezenverklaarde feiten en andere strafbare feiten na veroordeling t.z.v. als leider deelnemen aan criminele drugsorganisatie, medeplegen voorbereidingshandelingen t.a.v. uitvoer en verkoop van cocaïne, medeplegen gewoontewitwassen e
Profijtontneming. Slagende bewijsmotiveringsklacht. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:BV9087, i.h.b. dat de uitspraak de b.m. moet vermelden waaraan de schatting van het w.v.v. is ontleend met weergave van de inhoud daarvan, v.zv. bevattende de voor die schatting redengevende f&o. De b
Profijtontneming. De bestreden uitspraak bevat geen toereikende vermelding van de bm waaraan de schatting van het w.v.v. is ontleend, met weergave van de inhoud daarvan, v.zv. bevattende voor de schatting redengevende f&o. De bestreden uitspraak is in zoverre ontoereikend gemotiv
Promis-arrest. Bewijsklacht. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BA0424. Het Hof heeft met verwijzing in voetnoten naar pv’s slechts volstaan met gevolgtrekkingen, zonder zakelijke samenvatting van de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen en zonder nadere aanduid
Art. 359.3 Sv. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens verdachte t.t.z. vrijspraak is bepleit. In die bepaling wordt niet onderscheiden naar de grond waarop die vrijspraak is bepleit. ’s Hofs oo
(Feitelijk leiding geven aan) opzettelijk onjuiste belastingaangifte en opzettelijk niet voeren van een bij de belastingwet verplichte administratie, art. 69 AWR en valsheid in geschrift, art. 225 Sr. 1. Kon Hof volstaan met een opgave van de b.m. a.b.i. art. 359.3 Sv? 2. Kon Hof
Valkenburgse zedenzaak. Veroordeling voor ontucht plegen met minderjarige prostituee (art. 248b Sr). Gevangenisstraf van één dag en een taakstraf van 120 uren. Geen afwezigheid van alle schuld (AVAS). Verdachte heeft zich onvoldoende vergewist van de ware leeftijd van de bezochte
Promis II-arrest. Cassatie in belang der wet. Uitleg art. 359.2 en 3 Sv (Wet bekennende verdachte). 1. Bewijsmotivering. 2. Verwijzing naar bewijsmiddel bij zakelijke samenvatting daarvan. Ad 1. Het wettelijk stelsel moet aldus worden begrepen dat de motivering van de bewezenverk
Profijtontneming, w.v.v. uit verduistering en soortgelijke feiten a.b.i. art. 36e.2 (oud) Sr door geldbedragen van derdengeldrekening van notariskantoor, waar betrokkene werkzaam was, te laten overboeken naar privérekeningnummers van hemzelf. Motivering schatting w.v.v., arrest h
Profijtontneming. Ontbreken aanvulling met bewijsmiddelen. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:BV9087. Er moet worden aangenomen dat de aanvulling met de bewijsmiddelen in het ongerede is geraakt en niet meer beschikbaar zal komen. Nochtans behoeft dit niet tot vernietiging van de bestre
Bevestiging vonnis Pr met daarin slechts opgave bwm. Art. 378.2 Sv en art. 3 onder d Regeling aantekening mondeling vonnis (Stcrt. 1996, 197). Ttz. in h.b. is vd noch zijn rm verschenen, verstek. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat in de AMV wat betreft de inho
1. Promis. 2. Art. 359.3 Sv. Ad 1. HR stelt ontleent aan HR LJN BA0424 vooropstellingen t.a.v. de Promis-werkwijze. I.c. heeft het Hof onder verwijzing naar 4 pv’s van politie volstaan met gevolgtrekkingen, zonder zakelijke samenvatting van de redengevende inhoud van de gebezigde
Ontneming. Ingevolge art. 511g.2 Sv jo. art. 415 Sv en art. 359.3 Sv dient de uitspraak van de rechter op een vordering a.b.i. art. 36e Sr op straffe van nietigheid de inhoud te bevatten van de bewijsmiddelen waaraan zijn schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is on
Profijtontneming. 1. Vaststelling verkrijging voordeel door strafbaar feit en opgave van bm. 2. Misslagen in berekening w.v.v. Ad 1. De ontnemingsrechter moet ingevolge art. 36e.2 Sr o.g.v. de stukken van het dossier en het verhandelde ttz. vaststellen dat de betrokkene a.g.v. ee
Opgave van bewijsmiddelen bij bekennende verdachte, art. 359.3 Sv. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat de bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden, indien door of namens de verdachte ttz vrijspraak is bepleit. Het oordeel van het Hof dat i.c. kon worden vols
Opgave van bewijsmiddelen, art. 359.3 Sv. Uit de bewoordingen van art. 359.3.2e volzin Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens de verdachte ttz. vrijspraak is bepleit. Het oordeel van het Hof dat kon worden volstaan met een opgav
1. Art. 359.3 Sv, opgave van bewijsmiddelen. 2. Art. 326 Sr, oplichting, samenweefsel van verdichtsels. Ad 1. De verklaring van verdachte houdt niet in dat hij heeft erkend dat hij een valse naam heeft opgegeven en/of een valse hoedanigheid heeft aangenomen. Aangenomen moet worde
Profijtontneming. De HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN BT6251. De bestreden uitspraak bevat geen toereikende vermelding van de bewijsmiddelen waaraan onderdelen van de schatting van het w.v.v. zijn ontleend, met weergave van de inhoud daarvan, v.zv. bevattende voor
Bekentenis a.b.i. art. 359.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. een bekentenis a.b.i. art. 359.3 uit HR LJN AX5776. Nu de verklaring van verdachte niet alle onderdelen van het bewezenverklaarde betreft - zij houdt niet in dat verdachte erkent dat zijn opzet t.t.v. het
1. Art. 359.3 Sv en beroep op vrijspraak. 2. Aangeven waaraan feiten en omstandigheden ter verwerping van verweer zijn ontleend. Ad 1 en 2. Het hof oordeelde dat “de omstandigheden, waaronder de politieambtenaren verdachte en zijn vrienden in de nabijheid van de kennelijk gestole
Conclusie AG. Toewijzing vordering b.p. wegens immateriële schade t.z.v. belaging, art. 285b Sr. Aantasting in de persoon op andere wijze (art. 6:106.b BW) in de vorm van geestelijk letsel of door de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen voor de benadeelde? Con
Verklaring raadsman medeverdachte geen wettig bewijsmiddel. Art. 339.1 Sv. Gegronde klacht dat het hof t.t.z. gedane mededeling van raadsman van medeverdachte niet als bewijsmiddel in zaak verdachte had mogen aanmerken. Dat de medeverdachte geen afstand heeft genomen van de verkl
Bekennende verdachte. Art. 359.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AX5776. Nu de verklaring van verdachte niet alle onderdelen van de bewezenverklaring betreft is ’s Hofs kennelijke oordeel dat kon worden volstaan met een opgave ex art. 359.3 Sv onbegrijpelijk. Co
Opgave van bewijsmiddelen. In het licht van de wetsgeschiedenis moet art. 359.3 Sv aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van d