Opiumwetdelicten. Afwijzing ttz. in h.b. bij pleidooi voorwaardelijk gedaan verzoek A (hoofdscheikundige bij het Douane Laboratorium van de Belastingdienst) te horen als deskundige. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:1015 en ECLI:NL:HR:2014:1496 m.b.t. de moti
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
HR: art. 81.1 RO.
Beslissing tot betaling van wettelijke rente over de toegekende bedragen aan schadevergoeding van de bp-en. V.zv. de klacht de vorderingen betreft van de bp-en A, B en C, is het middel terecht voorgesteld, nu uit de voegingsformulieren op naam van deze bp-en niet blijkt dat zij v
Unus testis, nullus testis. De HR herhaalt de toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2010:BM2452 m.b.t. art. 342.2 Sv. Het Hof heeft gemotiveerd dat en waarom het van oordeel is dat voldoende steunbewijs voor de belastende verklaringen van X te vinden is in de overige getuigenve
Kraken en strafrechtelijke ontruiming, art. 138a.1 Sr en art. 551a Sv. Beleidsbrief College P-G’s d.d. 30 november 2010 betreffende het voorlopig te volgen beleid bij voorgenomen strafrechtelijke ontruimingen (Stcrt. 2010, nr. 19500) en ECLI:NL:HR:2011:BQ9880. 1. Verweren m.b.t.
Slagende en falende bewijsklacht art. 272 Sr. Geheim a.b.i. art. 272 Sr. Nu t.a.v. de verstrekte informatie (waaronder persoonsgegevens) niet blijkt van een verband met de behandeling door de verdachte, is geen sprake van een geheim als bedoeld in art. 272 Sr. De opvatting dat he
OM-cassatie. Grondslagverlating? Art. 240b.1 Sr, “afbeelding van een seksuele gedraging”. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AQ3710 m.b.t. het onvoldoende feitelijke betekenis hebben van de term “afbeelding van een seksuele gedraging” en het voor de “opgave van het fei
Profijtontneming. Art. 359.2 Sv, uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Hetgeen met betrekking tot de op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering te brengen kosten is aangevoerd, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten g
Art. 359.2 Sv. LOVS-oriëntatiepunten. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN AE8838 m.b.t. de status van de LOVS-oriëntatiepunten. Het door verdachte en zijn raadsman aangevoerde, te weten dat verdachte kan worden aangemerkt als een verdachte die buiten zijn schuld in ar
Afwijzing getuigenverzoek. ’s Hofs oordeel dat niet aannemelijk is dat de getuige binnen aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen is niet zonder meer begrijpelijk nu de stukken van het geding niets inhouden waaruit kan volgen dat na de vergeefse oproeping van de ge
Art. 359.2 Sv, uos t.a.v. betrouwbaarheid getuige. Hetgeen door de raadsvrouwe ttz. in h.b. is aangevoerd m.b.t. de verklaringen van de getuige kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinni
Art. 359.2 Sv, uos t.a.v. betrouwbaarheid getuige. Hetgeen door de raadsvrouwe ttz. in h.b. is aangevoerd m.b.t. de verklaringen van de getuige kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinni
Art. 359.2 Sv. Hetgeen t.t.z. door de raadsman is aangevoerd m.b.t. verklaring van de aangeefster kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het Hof is daarvan afgeweken door die verklaring voor het bewijs te bezigen, maar heeft in stri
Wederrechtelijke toe-eigening a.b.i. art. 321 Sr. Vinder of verduisteraar? Van wederrechtelijke toe-eigening is sprake indien een persoon zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort, vgl. HR NJ 1990, 256. ’s Hofs oorde
Art. 359.2 Sv, u.o.s.
Preliminair verweer. 1. Vzv. het middel de klacht bevat dat ’s Hofs motivering niet voldoet aan het in art. 359.2 2e volzin Sv gegeven motiveringsvoorschrift t.a.v. uitdrukkelijk onderbouwde standpunten, stuit het af op de omstandigheid dat het hier een verweer betreft a.b.i. art
Art. 359.2 Sv. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de betrouwbaarheid van de verklaringen van 2 getuigen. Aan verdachte is tenlastegelegd onder 1 primair medeplegen van witwassen, subsidiair gewoonteheling en meer subsidiair medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd, en
359.2 Sv. T.a.v. de getuigenverklaring van de aangeefster heeft het Hof hetgeen is aangevoerd kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk. Het standpunt dat niet duidelijk is wie de beschadiging van de ruit heeft v
Lokfiets. Uitlokking? Vooropgesteld moet worden dat het plaatsen door de politie van een zogenaamde lokfiets teneinde aldus fietsendieven op heterdaad te kunnen betrappen, op zichzelf niet ongeoorloofd is, ook al steunt dit handelen niet op een specifieke wettelijke regeling. ‘s
Profijtontneming. Art. 359.2 Sv. Het Hof is in zijn arrest van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afgeweken, maar heeft, in strijd met art. 359.2. Sv niet i.h.b. de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dat leidt tot nietigheid.
OM-cassatie, art. 359.2 Sv, en bevestiging vonnis Rb. Het Hof heeft hetgeen door de AG bij het Hof is aangevoerd kennelijk opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het Hof is van dat standpunt afgeweken door de vrijspraak van de Rb te bevestigen. Vzv. de middelen ervan
Rijswijkse stoeptegelmoord. Cassatie verdachte en OM. Conclusie AG: uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat sprake was van voorwaardelijk opzet en voorbedachte raad en dat het slachtoffer is overleden a.g.v. de door het stuk stoeptegel veroorzaakte verwondingen aan haar ge
Art. 359.2 Sv. Het hof heeft het door verdachte en raadsman inzake de strafmotivering ingenomen standpunt betreffende de cultuur van woonwagenbewoners kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk (v
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. De pleitnotities houden een uitvoerige opsomming in van argumenten op grond waarvan de gewraakte getuigenverklaringen als onbetrouwbaar aangemerkt moeten worden. In het middel wordt echter niet met voldoende
Het onderdeel van de pleitnota kan niet worden beschouwd als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt als bedoeld in de tweede volzin van art. 359.2 Sv (HR LJN AU9130).