1. Art. 10 EVRM. Eerdere civielrechtelijke veroordelingen. Strafrechtelijke vervolging noodzakelijk in een democratische samenleving? 2. Art. 261.3 Sr. Ad 1. HR: het Hof heeft geoordeeld dat een strafrechtelijke veroordeling van verdachte gerechtvaardigd is ter bescherming van de
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Bewijsklacht. Bewijs van ‘wegnemen’ als bedoeld in art. 310 Sr. Voor een veroordeling ter zake van (voltooide) diefstal van een aan een ander toebehorend goed - een en ander als bedoeld in art. 310 Sr - is onder meer vereist dat de dader zich een zodanige feitelijke heerschappij
Art. 359.2 Sv, u.o.s. over begrip ‘ontuchtige handeling’ i.d.z.v. art. 246 Sr, tevens dakdekkerverweer. De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BC5969. Het Hof heeft ten onrechte nagelaten nader te motiveren waarom het van oordeel was dat de genoemde vraag bevesti
Art. 359.2 Sv. Het Hof is van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt (m.b.t. de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen) afgeweken door de in het middel bedoelde verklaringen tot het bewijs te bezigen, maar heeft - in strijd met art. 359.2 Sv – niet in het bijzonder de redenen
Art. 359.2 Sv. Het middel faalt, reeds omdat daarin niet met voldoende precisie wordt aangeduid op welk onderbouwd standpunt het het oog heeft. Dienaangaande kan niet worden volstaan met een enkele verwijzing naar de ttz. in hoger beroep overgelegde pleitnotitie.
OM-cassatie. 359.2 Sv. De HR herhaalt relevant overwegingen uit HR LJN AO5061, HR LJN AV8527 en HR LJN AY9130. Het Hof heeft het requisitoir van de AG bij het Hof kennelijk opgevat als behelzende het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat en o.g.v. welk bewijsmateriaal het onder
358.3 Sv verweer. Het verweer dat het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard, kan bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als een verweer i.d.z.v. art. 358.3 Sv jo. art. 359.2, Sv, welke bepalingen ingevolge art. 415 Sv van overeenkomstige toepassing zijn in hoger beroep.
1. Waardering bewijs. 2. 359.2 Sv. Ad 1. De selectie en waardering van het bewijsmateriaal is aan de feitenrechter voorbehouden. Klaarblijkelijk heeft het hof de verklaring van verdachte en zijn bijrijder omtrent de feitelijke toedracht niet geloofwaardig geacht. Het stond het ho
Art. 359.2 Sv. Het aangevoerde m.b.t. de verklaringen van getuige X kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie t.o.v. het hof naar voren is gebracht. Het hof is van dit uitdr
Art. 359.2 Sv; betwisting verklaringen aangeefster. Het aangevoerde m.b.t. de verklaringen van aangeefster kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie t.o.v. het hof naar vore
Reikwijdte art. 359.2 Sv. 1. Wettelijk systeem. 2. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten; pv en uitspraak als kenbron; eisen aan cassatiemiddel. 3. Soms motivering vereist van selectie en waardering bewijs en keuze en weging factoren van belang voor oplegging straf of maatregel;
1. Anoniem telefoontje. 2. Te kennen geven wens tot ondervragen ex art. 344a.3.b Sv. Ad 1. Het als bewijsmiddel gebezigde politie-pv behelst telefonisch aan de politie verstrekte informatie afkomstig van een persoon die anoniem wilde blijven. Dat bewijsmiddel moet dan ook worden
Doodslag door zijn echtgenote in haar eigen woning met lap stof te wurgen (art. 287 Sr) en doden van hun hond door deze aan zijn riem op te hangen (art. 2.10.1 Wet dieren). Strafmotivering (gevangenisstraf van 14 jaren en 6 maanden), straf naar mate van schuld. Heeft hof verzuimd
Conclusie AG. Doodslag door opzettelijk met vrachtwagen inrijden op motoragent en verlaten plaats ongeluk (art. 287 Sr en 7 WWW 1991). Middel 1 over de oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel naast een ongemaximeerde terbeschikkingstelling met verp
Conclusie AG. Deelneming criminele organisatie. Post-Keskin. Falende middelen over afwijzing getuigenverzoeken, responsie op bewijsverweer en gebruik uitblijven verklaring verdachte voor bewijs. Slagend middel over overschrijding inzendtermijn. Conclusie strekt tot strafverminder
Conclusie AG. Diefstal in vereniging van schapen uit de weide en (medeplegen van) witwassen daarvan. Middelen over o.m. het gebruik van resultaten van een DNA-verwantschapsrapport over de schapen en de verwerping van een verweer daarover, (uitblijvende) beslissing op het verzoek
Conclusie AG. Onthouden van de nodige verzorging aan 19 honden. 1. Klacht over de motivering van ’s hofs oordeel dat sprake is van het onthouden van de nodige zorg en 2. Klacht over ’s hofs oordeel dat er geen aanleiding is om een geldelijke vergoeding toe te kennen in de zin van
Conclusie AG. Veroordeling wegens verschillende strafbare feiten i.v.m. betrokkenheid van verdachte bij een overval op een Primera winkel. Middel bevat de klacht dat het hof heeft nagelaten te motiveren waarom het is afgeweken van een u.o.s. over de strafoplegging, namelijk dat z
Conclusie AG. Veroordeling voor doodslag en medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving. Shockschade, causaal verband. Middel 1 komt met een aantal deelklachten op tegen de bewezenverklaarde doodslag. Middel 2 klaagt over het oordeel dat de verdachte zich als medepleger schuldi
In het kader van de productie van synthetische drugs gepleegde strafbare feiten. Beschouwingen over de bestanddelen aanwezig hebben en voorhanden hebben in enkele strafbepalingen. Voorstel tot aanpassing van de structuur onder meer door in art. 26 WWM geen bewustheid maar opzet (
Profijtontneming, w.v.v. voorbereidingshandelingen t.b.v. de productie van synthetische drugs. Heeft het hof het verweer dat de ontnemingsvordering moet worden afgewezen omdat de vaststelling van het voordeel is gebaseerd op een feit waarvan de betrokkene is vrijgesproken terecht
Conclusie AG. Afwijzing verzoek tot het horen van getuigen. De AG stelt zich op het standpunt dat het hof bij de afwijzing ten onrechte het noodzaakcriterium heeft toegepast gelet op de in HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496 geformuleerde uitgangspunten. De conclusie bevat daarn
Medeplegen gewoonteheling (art. 417 jo. 416.1.a Sr), gewoontewitwassen (art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr) door samen met zijn broer op zeer grote schaal en in georganiseerd verband uit bedrijfsbusjes gestolen gereedschappen te
Zedendelicten (art. 240a, 240b, 245 en 248a Sr). Middelen over schending bewijsminimum 341.4 Sv, uos onbetrouwbaarheid verklaring verdachte, oplegging TBS terwijl het rapport van het PBC eerder dan een jaar voor de aanvang van de tz. is gedagtekend zonder dat daartoe uitdrukkelij
Witwassen, contant geldbedrag van € 44.000,- aangetroffen bij douanecontrole op Schiphol. Verwerping verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van verklaring verdachte t.g.v. niet verlenen cautie. Verhoor a.b.i. art. 29.2 Sv? HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:BY5706 inhoudende dat het i