Ex art. 359.1 jo. art. 415 Sv dient het arrest, op straffe van nietigheid (art. 359.8 Sv) de vordering van de AG te bevatten. Het hof heeft het PR-vonnis bevestigd, m.u.v. o.m. de strafmotivering. Het zittings-pv vermeldt de inhoud van de vordering. In ’s hofs arrest staat dat he
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 50 · live
Ex art. 359.1 jo. art. 415 Sv dient het arrest, op straffe van nietigheid (art. 359.8 Sv) de vordering van de AG te bevatten. Het hof heeft het PR-vonnis bevestigd. Het zittings-pv vermeldt de inhoud van de vordering. In ’s hofs arrest staat dat het “heeft kennis genomen van de v
Vordering benadeelde partij. 1. Verrekening tegenvordering, vordering in reconventie. 2. Motivering. 3. Wettelijke rente. Ad 1. Aangezien de ten laste van verdachte bewezenverklaarde oplichting opzet impliceert, had verdachte niet de bevoegdheid tot verrekening van een tegenvord
Motivering hogere straf dan gevorderd. De wet waarbij art. 359.7 Sv is vervallen is op 1-1-05 in werking getreden en is van toepassing op zaken waarin het onderzoek ter terechtzitting na 1-1-05 is gesloten, zoals i.c. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2006, 393. In
Verjaring overtredingen ex art. 48.1 Douanewet en ex art. 2 (oud) Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen. HR ambtshalve: Feit 2 is strafbaar gesteld bij art. 48.1 Douanewet jo. art. 47 Sr en wordt als overtreding aangemerkt in art. 72 AWR, welke bepaling hier
1. Dakdekkersverweer als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. 2. “Behulpzaam zijn ex art. 197a Sr. Het betoog van de verdediging is niet van louter feitelijke aard maar stelt daarnaast de rechtsvraag aan de orde of het incidenteel vervoeren naar een werkplek als i
Feitelijke betekenis “seksuele handelingen” in tenlastelegging ex art. 250a.1.1 (oud) Sr. Voor strafbaarheid van de in art. 250a.1.1 (oud) Sr bedoelde exploitatie van prostitutie, is niet vereist dat daadwerkelijk enige seksuele handeling is verricht. Bepalend is dat het slachtof
1. Ondertekening pv door raadsheer bij ontstentenis vz. en griffier. 2. Art. 359.1 Sv vordering in uitspraak. 3. Strafmotivering, fraudebedrag en fiscaal pleitbaar standpunt. 4. Compensatie door voortvarende appèlbehandeling van overschrijding redelijke termijn in eerste aanleg.
Politiesepot en “ne bis in idem”. Dat het hof zou hebben geoordeeld dat “seksueel binnendringen” een ander feit in de zin van art. 68 Sr is dan “incest”, berust op een verkeerde lezing van het arrest. ’s Hofs oordeel dat de nieuwe feiten en omstandigheden een ander feit (seksueel
HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2006, 333. I.c. kon het hof de bij politie afgelegde verklaringen van X tot het bewijs bezigen omdat deze verklaringen niet het enige bewijsmiddel zijn waaruit verdachtes betrokkenheid bij het tenlastegelegde rechtstreeks kan volge
Art. 359.2 Sv. 1. Het hof heeft het aangevoerde betreffende de geuridenticiatieproef kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat verdachtes raadsman heeft betoogd dat de
Strafmotivering ex art. 359.6 Sv. ’s Hofs strafmotivering (standaardzin over feit en persoon verdachte + verwijzing naar doc.) bevat i.s.m. art. 359.6 Sv geen opgave van de redenen die i.h.b. hebben geleid tot de keuze voor een vrijheidsbenemende straf.
Waarneming rechter na sluiting onderzoek ter terechtzitting (bijzondere loop verdachte waargenomen bij verlaten zittingszaal) geen wettig bewijsmiddel. Wil de eigen waarneming van de rechter als wettig bewijsmiddel kunnen meewerken tot het bewijs, dan zal deze ex art. 340 Sv bij
Art. 359.2 Sv. Het middel klaagt dat het hof het gebruik voor het bewijs van een pv van een technisch rechercheur nader had moeten motiveren gezien hetgeen door de verdediging t.a.v. dat pv is aangevoerd. Het middel heeft het oog op de motiveringsverplichting ex art. 359.2 Sv. De
Art. 359.2 Sv. Eisen aan verweer. In appèl is een rapport van Van Koppen overgelegd. De stelling dat ter terechtzitting in appèl is aangevoerd “dat de bekennende verklaringen van verdachte niet mogen meewerken tot het bewijs (…) omdat deze volgens het op die terechtzitting overge
1. Openlijk ex art. 141.1 Sr. 2. Art. 359.2 Sv. Ad 1. Van “openlijk” geweld ex art. 141.1 Sr is sprake bij geweld dat zich door onverholen, niet-heimelijk bedreven daden heeft geopenbaard, zodat daardoor de openbare orde is aangerand, zonder dat evenwel is vereist dat ten tijde e
1. Feiten en omstandigheden die rechter ten grondslag legt aan weerlegging beroep op strafuitsluitingsgrond en art. 359.2 Sv. 2. Verwerping beroep op noodweer(exces). Ad 1. De feiten en omstandigheden waarop de rechter zich beroept bij de weerlegging van een beroep op een strafui
Art. 359.2 Sv. De verdediging heeft in appèl strafvermindering bepleit wegens schending van de inzendtermijn. Op zo’n op art. 6 EVRM gegrond verweer behoort de rechter een met redenen omklede beslissing te geven. Dat heeft het hof niet gedaan. Dit behoeft niet tot cassatie te lei
Art. 359.2 Sv. De aan het pv van de appèlzitting gehechte pleitnotities houden in dat verdachte geen enkele uitvoeringshandeling heeft verricht, geen sprake is geweest van een gezamenlijk plan en verdachte niet heeft gedeeld in de opbrengst, maar slechts ter plaatse was alwaar hi
Art. 359.2 Sv. Gelet op de gebezigde bewijsmiddelen – in het bijzonder de verklaring van getuige X ter terechtzitting in appèl – heeft het hof het standpunt, dat op 16-8-02 niet verdachte maar diens neef door de politie is aangehouden, kennelijk niet aannemelijk geacht. Aldus bev
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. De pleitnotities houden een uitvoerige opsomming in van argumenten op grond waarvan de gewraakte getuigenverklaringen als onbetrouwbaar aangemerkt moeten worden. In het middel wordt echter niet met voldoende
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het hof heeft het gevoerde betoog kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op welke met ar
Art. 359.2 Sv; betoog dat verdachte geen voorwaardelijk opzet op de dood had. Hetgeen is aangevoerd behelst een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het hof naar voren is gebracht. Het hof is van dit u
Het onderdeel van de pleitnota kan niet worden beschouwd als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv (HR LJN AU9130).