OM-cassatie. Hetgeen door de AG ter terechtzitting in appel is aangevoerd m.b.t. het bewijs van de feiten 2 en 3 kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 49 · live
Weergave in pv terechtzitting van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht. Het pv van de terechtzitting in appel behelst behalve een weergave van de verklaring van verdachte de zinsnede “de verdachte voert het woord tot verdediging”, zonder dat na deze zinsnede is aangegeve
1. Inkeerbepaling art. 69.3 AWR en feitelijke leidinggever. 2. I.c. geen compensatie termijnoverschrijding door voortvarende behandeling in appel. Ad 1. Art. 69.3 AWR sluit onder de daar genoemde omstandigheden strafvervolging van de “schuldige” uit. Dat heeft tot gevolg dat dege
OM-cassatie. 1. Toetsing in cassatie. 2. Ontvankelijkheid incidenteel cassatieberoep. Ad 1. In cassatie kan niet worden onderzocht of de feitenrechter die verdachte o.g.v. zijn feitelijke waardering van het bewijsmateriaal heeft vrijgesproken, terecht tot dat oordeel is gekomen.
OM-cassatie. 1. Toetsing in cassatie. 2. Ontvankelijkheid incidenteel cassatieberoep. Ad 1. In cassatie kan niet worden onderzocht of de feitenrechter die verdachte o.g.v. zijn feitelijke waardering van het bewijsmateriaal heeft vrijgesproken, terecht tot dat oordeel is gekomen.
OM-cassatie. 1. Toetsing in cassatie. 2. Ontvankelijkheid incidenteel cassatieberoep. Ad 1. In cassatie kan niet worden onderzocht of de feitenrechter die verdachte o.g.v. zijn feitelijke waardering van het bewijsmateriaal heeft vrijgesproken, terecht tot dat oordeel is gekomen.
1. Inkeerbepaling art. 69.3 AWR en feitelijke leidinggever. 2. I.c. geen compensatie termijnoverschrijding door voortvarende behandeling in appel. Ad 1. Art. 69.3 AWR sluit onder de daar genoemde omstandigheden strafvervolging van de “schuldige” uit. Dat heeft tot gevolg dat dege
Het hof heeft zijn oordeel dat de verklaring van verdachte dat hij omstreeks 3 uur met zijn vriendin is gaan slapen kennelijk leugenachtig is, gegrond op de door verdachtes vriendin afgelegde verklaring. Dat oordeel is niet begrijpelijk. Verdachtes verklaring is immers niet zonde
Noodweerexces en oorzaak overschrijding grenzen noodzakelijke verdediging. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN AW3569. Het hof heeft i.c. het beroep op noodweerexces verworpen op de grond dat verdachte de grenzen van de noodzakelijke verdediging heeft overschreden a.g
Art. 343.3° Sr is een logische noch een systematische specialis van art. 343.1° Sr. HR verwijst naar conclusie AG, o.m. inhoudend: Art. 343.3° Sr is geen logische specialis t.o.v. art. 343.1° Sr. Het stelt immers niet strafbaar het verdichten of verdicht hebben van lasten, het ni
Art. 359.2 Sv; betwisting verklaringen aangeefster. Het aangevoerde m.b.t. de verklaringen van aangeefster kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie t.o.v. het hof naar vore
Art. 359.2 Sv; betwisting verklaringen aangever. Het aangevoerde m.b.t. de verklaringen van aangever kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie t.o.v. het hof naar voren is g
OM-cassatie. Causaal verband geweld en letstel in art. 302 en art. 141.2.2 Sr. Het hof heeft verdachte vrijsproken van het primair tenlastegelegde medeplegen zware mishandeling ex art. 302 Sr en van het subsidiair tenlasteglegde openlijke geweldpleging vzv. het de strafverzwarend
Art. 359.2 Sv. Het pv van de terechtzitting bij het hof houdt m.b.t. de vordering van het OM in dat de AG het woord voert, zijn vordering voorleest en die aan het hof overlegt. De enkele ex art. 311.1 Sv overgelegde vordering van het OM levert niet een uitdrukkelijk onderbouwd st
1. Onpartijdig gerecht ex art. 6.1 EVRM en oordeel over ontvankelijkheid OM in kader verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis. 2. Ontvankelijkheid OM en vernietiging inbeslaggenomen voorwerpen. 3. Motivering ex art. 360.1 Sv van gebruik voor bewijs van verklaring bedreigde getu
Art. 359.2 Sv. Het pv van de terechtzitting bij het hof houdt m.b.t. de vordering van het OM in dat de AG het woord voert, zijn vordering voorleest en die aan het hof overlegt. De enkele ex art. 311.1 Sv overgelegde vordering van het OM levert niet een uitdrukkelijk onderbouwd st
Art. 359a Sv en verzuimen bij DNA-onderzoek. Uit ’s hofs overwegingen volgt dat verdachte weliswaar de ex art. 151a.1 Sv vereiste schriftelijke toestemming heeft gegeven tot de afname van celmateriaal t.b.v. een DNA-onderzoek, maar dat is verzuimd hem daarbij te wijzen op de in a
Het hof heeft voor het bewijs gebezigd de op 23-12-04 door het minderjarige slachtoffer X tijdens een studioverhoor bij de politie afgelegde verklaring. Dit t.t.v. de gepleegde feiten 9-jarige slachtoffer heeft a.g.v. een schot in haar hoofd ernstig hersenletsel opgelopen. In het
Art. 359.2 Sv; strafmotivering. 1. Door de verdediging is aangevoerd dat de rolverdeling tussen de verschillende personen binnen de ondernemingen waaraan verdachte leiding gaf en in samenhang daarmee de mate van deskundigheid van verdachte omtrent administratieve aangelegenheden,
Art. 359.2 Sv; strafmotivering. 1. Door de verdediging is aangevoerd dat de rolverdeling tussen de verschillende personen binnen de ondernemingen waaraan verdachte leiding gaf en in samenhang daarmee de mate van deskundigheid van verdachte omtrent administratieve aangelegenheden,
Art. 359 a Sv. Het hof heeft geoordeeld dat i.s.m. art. 126k.3 jo. art. 126g.6 Sv is gehandeld en dat verdachte door het geconstateerde verzuim niet in enig rechtens te respecteren belang is geschaad, zodat kan worden volstaan met de constatering dat in het voorbereidend onderzoe
1. Vordering ex art. 5:17 Awb door ambtenaar Keuringsdienst van Waren. 2. Opsporingsbevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar ex Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Voedsel en Warenautoriteit 2002. Ad 1. HR verwijst naar conclusie van de AG inhoudend dat niet slechts de R
Van door een feitelijkheid dwingen ex art. 242 Sr tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer kan slechts sprake zijn indien verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die
Art. 359.2 Sv. Het hof heeft het door verdachte en raadsman inzake de strafmotivering ingenomen standpunt betreffende de cultuur van woonwagenbewoners kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk (v
Ontnemingszaak. 1. Art. 359.1 Sv. 2. Kostenverweer. 3. Denaturering. Ad 1. Ex art. 359.1 jo. art. 511g.2 en 415 Sv dient het arrest, op straffe van nietigheid (art. 359.8 Sv) de vordering van de AG te bevatten. Het zittings-pv vermeldt de inhoud van de vordering. In ’s hofs arres