Bekennende verdachte, art. 359.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2006, 542. Het hof, dat deels heeft volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, heeft kennelijk geoordeeld dat verdachte het bewezenverklaarde, inhoudende dat hij tezamen en in vereniging met and
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 48 · live
1. Vormverzuimen. 2. Verzoek tot strafvermindering. Ad 1. HR herhaalt overwegingen uit HR NJ 2004, 376. In zijn overwegingen heeft het hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat het niet-naleven van de Aanwijzing bejegening slachtoffers en de Aanwijzing opsporing seksueel
1. Dagvaarding rechtspersoon. 2. Herstel kennelijke misslag. 3. Afvalstoffen in de zin van Richtlijn 75/442 EEG. Ad 1. Uit de stukken van het geding volgt, dat Aannemersbedrijf A B.V. niet heeft opgehouden te bestaan, maar dat haar statutaire naam is gewijzigd in C B.V. Uit de st
Het p-v van de terechtzitting in eerste aanleg van 31-01-2005 houdt in dat de samenstelling waarin de rb de gewraakte beslissing heeft gegeven is gewijzigd en dat het onderzoek opnieuw is aangevangen. In die nieuwe samenstelling is de zaak in eerste aanleg op de terechtzittingen
1.Voorhanden hebben in de zin van art. 416 Sr. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. t.a.v. bewijs. 3. Onttrekking aan het verkeer. Ad 1. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet volgen dat verdachte over de voorwerpen een zodanige zeggenschap had dat hij die vo
Profijtontneming. Volgens de CAG heeft het hof de verwerping van het verweer onvoldoende gemotiveerd verworpen, maar hoeft dit niet tot cassatie te leiden, nu het hof het verweer slechts had kunnen verwerpen. HR doet de zaak af met art. 81 RO.
OM-cassatie. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv in het requisitoir van de AG bij het hof. Het hof is van dit door uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afgeweken door verdachte vrij te spreken zonder daarbij de bijzondere redenen op te geven die daartoe hebben gele
OM-cassatie. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv in het requisitoir van de AG bij het hof. Het hof is van dit door uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afgeweken door verdachte vrij te spreken zonder daarbij de bijzondere redenen op te geven die daartoe hebben gele
Redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden. AG gaat in op klachten tegen het gebruik van een samenvattend/compilatie-pv. HR doet die klachten af met art. 81 RO.
Verdachte heeft het slachtoffer (een oudere man, aan wie hij had aangeboden te helpen bij het dragen van een zware boodschappentas naar diens huis) in diens woning doodgeschoten. Vlgs. eerdere verklaringen wilde hij de man beroven. Op de ttz in appel verklaart hij niet het oogmer
Verdachte heeft het slachtoffer (een oudere man, aan wie hij had aangeboden te helpen bij het dragen van een zware boodschappentas naar diens huis) in diens woning doodgeschoten. Vlgs. eerdere verklaringen wilde hij de man beroven. Op de ttz in appel verklaart hij niet het oogmer
Verdachte heeft zijn (ex-)vriendin gewurgd. I.c. is zowel aan het primaire verweer dat opzet ontbreekt als aan het subsidiaire verweer dat sprake is geweest van psychische overmacht, ten grondslag gelegd dat verdachte leed aan een zogenaamde dissociatieve stoornis. Het hof heeft
Inbeslagneming bij verschoningsgerechtigde (advocatenkantoor). De opvatting dat in geval van afgifte van stukken door een advocaat bij gelegenheid van een doorzoeking ter inbeslagneming, van vrijwilligheid van die afgifte slechts sprake kan zijn, indien de Deken bij die doorzoek
Geen ambtshalve cassatie. HR doet de middelen af met art. 81 RO en komt – ondanks op navolgend punt tot vernietiging strekkende conclusie AG – ook ambtshalve niet tot vernietiging en overweegt daartoe in de slotsom dat hij in aanmerking heeft genomen dat in cassatie niet is gekla
1. Motivering oplegging ISD-maatregel. 2 Advies ex art. 38m.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AY8975. Het hof heeft o.g.v. het Uittreksel uit de Justitiële documentatie vastgesteld dat verdachte in de 5 jaren voorafgaand aan de bewezenverklaarde feiten
Art. 359.2 Sv. In appel is het verweer gevoerd dat het feit niet strafbaar is. Daarop had het hof ex art. 358.3 en 5 en art. 359.2 Sv op straffe van nietigheid bepaaldelijk een gemotiveerde beslissing dienen te geven. Nu zodanige beslissing ontbreekt, kan de bestreden uitspraak n
ISD-maatregel. Gelet op de wetsgeschiedenis is ’s hofs oordeel om geen rekening te houden met de in voorafgaande detentie doorgebrachte tijd teneinde de behandelmogelijkheden niet te doorkruisen, juist. Dat oordeel is evenmin onbegrijpelijk gelet op hetgeen het hof omtrent de per
Ontnemingszaak. 1. Betrokkene heeft op 21-1-03 cassatie ingesteld. De stukken zijn op 10-3-06 bij HR binnengekomen. De redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM is overschreden. Dit leidt i.c. tot vermindering van de aan betrokkene opgelegde betalingsverplichting met 10%. 2. I.c. is
Onder normale bezigheden a.b.i. art. 6 WVW 1994 dienen te worden verstaan bezigheden die kunnen worden aangemerkt als ambts- of beroepsbezigheden of bezigheden die daarmee vergelijkbaar zijn (HR LJN AA9370, NJ 2001, 162). Blijkens de bewijsmiddelen heeft het hof vastgesteld dat X
Conclusie AG over nadere bewijsoverwegingen en de daaraan in HR NJ 2004, 165 gestelde eisen. I.c. heeft het hof ten onrechte in de nadere bewijsoverweging verwezen naar een verklaring van een medeverdachte die is afgelegd in diens eigen zaak hetgeen geen wettig bewijsmiddel is in
Art. 359.2 Sv. In appel is uitvoerig en op schrift gesteld verweer gevoerd. T.a.v. feit 1 is o.m. betoogd dat verdachte geen opzet heeft gehad op het vervalsen van de verklaring en dat geen bewijs voorhanden is dat hij het oogmerk heeft gehad om de verklaring als echt en onverval
Wots-zaak. 1. De rb heeft ten onrechte het VOGP van toepassing geacht, nu dit uitsluitend betrekking heeft op gevonniste personen die zich nog in de Staat van veroordeling bevinden. De veroordeelde bevond zich reeds in NL. De rb behoorde het tussen NL en D toepasselijk verklaarde
Art. 359.2 Sv. In appel is uitvoerig en op schrift gesteld verweer gevoerd. T.a.v. feit 1 is o.m. betoogd dat verdachte geen opzet heeft gehad op het vervalsen van de verklaring en dat geen bewijs voorhanden is dat hij het oogmerk heeft gehad om de verklaring als echt en onverval
Bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd. Bewezen is verklaard dat verdachte afbeeldingen op fotopapier in zijn bezit heeft gehad van seksuele gedragingen waarbij minderjarige personen zijn betrokken. Verdachte is vrijgesproken van het bezit van dergelijke afbeeldingen in digi
1. Geen denaturering verklaring. 2. Voorwaardelijk opzet op toebrengen van letsel. Ad 1. Door de verklaring van X, dat verdachte een slaande beweging in de richting van zijn gezicht maakte waaraan hij een bloedende lip overhield, tot het bewijs te bezigen heeft het hof aan die ve