-
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 45 · live
Art. 359.2 Sv. Hetgeen door de raadsman is aangevoerd omtrent de betrouwbaarheid van de fotoherkenning van verdachte door de aangever en de bruikbaarheid daarvan als bewijs, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het Hof is in zijn
Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of verzuim van een toepasselijk vormvoorsch
OM-cassatie. Bouwfraude-zaak. “Wetende dat” i.d.z.v. de artt. 362 en 363 (oud) Sr. De geschiedenis van de totstandkoming van de artt. 362 en 363 (oud) Sr bevat geen aanwijzingen voor de precieze betekenis van het bestanddeel "wetende dat" in die bepalingen. Met de uitdrukking "we
Belastingfraude bij de aanleg van een nieuw sportpark in de gemeente Etten-Leur. Samenhang met 02451/06 en 02453/06. 1. Strafrechtelijke immuniteit mbt handelen i.h.k.v. bestuurstaak. Art. 359.2 en 358.3 Sv. 2. Ontvankelijkheid OM. 3. Opzet rechtspersoon. Verdachte is een publiek
Zware mishandeling tijdens voetbalwedstrijd. Sport- en spelsituatie en strafrechtelijke aansprakelijkheid. 1. Voorop moet worden gesteld dat de omstandigheid dat een gedraging is verricht in een sport- of spelsituatie, geen zelfstandige factor bij de beoordeling van het ten laste
Art. 25 Gemeentewet. Blijkens de wetsgeschiedenis van de totstandkoming van art. 25 Gemeentewet is de strekking van het voorschrift dat op de stukken melding wordt gemaakt van de opgelegde verplichting tot geheimhouding, dat van meet af aan duidelijk is dat het om stukken gaat wa
Art. 25 Gemeentewet. Blijkens de wetsgeschiedenis van de totstandkoming van art. 25 Gemeentewet is de strekking van het voorschrift dat op de stukken melding wordt gemaakt van de opgelegde verplichting tot geheimhouding, dat van meet af aan duidelijk is dat het om stukken gaat wa
Benadeelde partij. Voor toewijzing van een vordering tot schadevergoeding a.b.i. art. 51a.1 Sv komt alleen die schade in aanmerking die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat onder rechtstreekse schade i.d.z.v. art. 361.2.b Sv i.c.
1. Art. 359.2 Sv. 2. Art. 63 Sr; oplegging ISD na eerdere oplegging straf. Ad 1. Het door de raadsman aangevoerde – dat niet wordt weerlegd door de inhoud der bewijsmiddelen – kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd e
HR ambtshalve: duur proeftijd. Aangenomen moet worden dat art. 14b.2 Sr bij vergissing niet is aangepast aan de nieuwe nummering van art. 14c.2 Sr. Gelet hierop heeft het Hof ten onrechte een proeftijd van drie jaren vastgesteld. De HR herstelt deze misslag (HR LJN BB3999).
Uitleg art. 46a Sr, “mislukte uitlokking”. Hetgeen ttz. is aangevoerd is niet van louter feitelijke aard maar stelt daarnaast de rechtsvraag aan de orde of het pogen te bewegen om een misdrijf te begaan van een persoon die zich niet wil laten bewegen, kan worden aangemerkt als ee
Uitlevering aan VS. i.v.m. zedenmisdrijven. CAG over het vermoeden van schuld, de compleetheid van het strafdossier en de daarmee gepaard gaande afwijzing van het aanhoudingsverzoek, het specialiteitsbeginsel, het gebruik in de VS van een leugendetector en het beroep op humanitai
Geklaagd wordt (o.m.) dat het Hof ten onrechte bewezen heeft verklaard dat verdachte aan de bewezenverklaarde verboden gedragingen feitelijk leiding heeft gegeven, in welk verband i.h.b. de juistheid van ’s Hofs oordeel wordt bestreden. Die klacht faalt omdat zij miskent dat de d
Profijtontneming. 1. Motivering oplegging betalingsverplichting. 2. Art. 359.2 Sv. Ad 1. Het Hof heeft een hogere betalingsverplichting opgelegd dan was gevorderd door de AG. In de schriftuur wordt een beroep gedaan op HR LJN AO2607 maar daarin ging het om toepasselijkheid van he
Art. 6 EVRM, ‘impartial tribunal’. De bestreden uitspraak is mede gewezen door een raadsheer die bij de behandeling van de zaak van de mededader door de Rb als OvJ is opgetreden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter i.d.z.v. art. 6
Blijkens de strafmotivering heeft het Hof bij de strafoplegging rekening gehouden met de omstandigheid dat uit de omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebrachte rapporten blijkt dat de door hem gepleegde strafbare feiten in licht verminderde mate aan hem kunnen worden toege
Afwijzing getuigenverzoeken. In een geval waarin in de appelschriftuur a.b.i. art. 410.1 Sv, een opgave van een of meer getuigen of deskundigen wordt gedaan a.b.i. art. 410.3 Sv, dient de rechter, gelet op art. 418.1 Sv, de in art. 288.1.c. Sv voorziene maatstaf te hanteren. Een
De klacht dat het Hof heeft volstaan met het opmaken van een verkort p-v mist feitelijke grondslag.
OM-cassatie, art. 359.2 Sv, en bevestiging vonnis Rb. Het Hof heeft hetgeen door de AG bij het Hof is aangevoerd kennelijk opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het Hof is van dat standpunt afgeweken door de vrijspraak van de Rb te bevestigen. Vzv. de middelen ervan
359.2 Sv en opzet. Hetgeen door de rm ttz. is aangevoerd m.b.t. het opzet van verdachte kan bezwaarlijk anders worden opgevat dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het Hof naar voren is gebr
359.2 Sv en opzet. Hetgeen door de rm ttz. is aangevoerd m.b.t. het opzet van verdachte kan bezwaarlijk anders worden opgevat dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het Hof naar voren is gebr
Art. 359.2 Sv. Het Hof heeft het in het requisitoir van de AG bij het Hof verwoorde standpunt, inhoudende diens opvatting omtrent de selectie en waardering van het beschikbare bewijsmateriaal door de beredeneerde opgave dat en o.g.v. welk beschikbaar bewijsmateriaal de impliciet
OM-cassatie, art. 359.2 Sv, en bevestiging vonnis Rb. Het Hof heeft hetgeen door de AG bij het Hof is aangevoerd kennelijk opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het Hof is van dat standpunt afgeweken door de vrijspraak van de Rb te bevestigen. Vzv. de middelen ervan
1. Art. 359.2 Sv. 2. Onttrekking aan het verkeer. Ad 1. OM in cassatie i.v.m. art. 359.2 Sv en voorbedachte raad, verdachte in cassatie i.v.m. art. 359.2 Sv en betrouwbaarheid getuige. OM-cassatie: HR herhaalt m.b.t. voorbedachte raad HR LJN AE1743 en m.b.t. art. 359.2 Sv LJN AV8