O.a. bewijsverweer. HR: art. 81 RO.
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 43 · live
Art. 359.2 Sv. Hetgeen t.t.z. door de raadsvrouw is aangevoerd m.b.t. de toe-eigening van de in de t.l.l. onder 1, 2 en 3 bedoelde geldbedragen kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een u.o.s. Het Hof is daarvan afgeweken door de feiten 1, 2 en 3 bewezen te verklaren ma
Art. 359.2 Sv. Gelet op de aan hem voorbehouden selectie en waardering van het bewijsmateriaal, stond het het Hof vrij de (betwiste) verklaringen tot bewijs te bezigen. Het Hof behoefde die keuze niet nader te motiveren, ook niet in het licht van art. 359.2 Sv, nu de bestreden ui
O.a. klacht over verwerping beroep op noodweer en strafmotivering. HR: 81 RO.
De verdachte heeft als ambtenaar een gift, te weten een personenauto, aangenomen, terwijl hij wist dat deze gift hem werd gedaan teneinde hem te bewegen iets te doen of na te laten in strijd met zijn ambtsplicht. Naar het oordeel van het hof kan op dergelijk strafbaar handelen in
1. Art. 63 Sr i.v.m. buitenlandse veroordeling. 2. Art. 27 Sr. Ad 1. Als bij een buitenlandse rechterlijke beslissing aan verdachte straf is opgelegd, levert die strafoplegging niet een veroordeling op a.b.i. art. 63 Sr. De ontwikkelingen op het gebied van Europese strafrechtelij
1. Noodweerexces. 2. Vordering benadeelde partij en 359.2 Sv. 3. Rechtstreekse schade. Ad 1. HR herhaalt de relevante overweging t.a.v. noodweerexces uit HR LJN AW3569. ’s Hofs in diens overwegingen besloten liggende oordeel dat de t.t.v. de vechtpartij reeds bestaande kwaadheid
Ontbreken stukken. Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (HR LJN AO8819) en – thans ook – Procesreglement van de Strafkamer HR 2008). I
Straatroof of geintje? Meer & Vaart. Het verweer hield in dat verdachte en zijn mededaders niet het oogmerk hadden aangever te beroven doch hem bij wijze van grap alleen bang wilden maken. De juistheid hiervan is door het Hof in het midden gelaten. Nu dit verweer niet strijdt met
Grondslag binnentreden ter hulpverlening door politieambtenaar. Het Hof heeft geoordeeld dat de politieambtenaren teneinde hulp te bieden gerechtigd waren om een woning te betreden o.g.v. art. 2 Politiewet 1993(Pw). Mede tegen de achtergrond van het gevoerde verweer en in het lic
1. Gebrek in pv ttz? 2. Beslissing op aanhoudingsverzoek? 3. Bewijsklacht. Ad 1. Het middel, dat klaagt over schending van art. 326 Sv nu in het pv ttz niet is opgenomen dat de getuige haar zoontje op schoot had faalt omdat, gelet op art. 78 RO, in cassatie niet met vrucht over e
Motivering beslissing op vordering b.p. De opvatting dat t.a.v. de motivering van een op een vordering van een b.p. te nemen beslissing “aansluiting dient te worden gezocht” bij het motiveringsvoorschrift van art. 359.2 2e volzin Sv, is niet juist. Het ook in h.b. van toepassing
Overschrijding redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM.
Uit de stukken kan niet volgen dat verdachte, zoals het Hof heeft geoordeeld, “reeds eerder wegens soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld”. In dit opzicht is de motivering van de opgelegde straf niet begrijpelijk.
Verblijf ongewenst verklaarde vreemdeling in NL. Klachten over verwerping van beroep op overmacht en van verweer strekkende tot n-o-verklaring van het OM. HR: 81 RO.
Preliminair verweer. 1. Vzv. het middel de klacht bevat dat ’s Hofs motivering niet voldoet aan het in art. 359.2 2e volzin Sv gegeven motiveringsvoorschrift t.a.v. uitdrukkelijk onderbouwde standpunten, stuit het af op de omstandigheid dat het hier een verweer betreft a.b.i. art
Overschrijding redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM.
Overschrijding redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM.
Overschrijding redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM.
1. Afwijzing van het verzoek tot het verrichten van een vergelijkend boekenonderzoek. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG kan het middel niet tot cassatie leiden. 2. Geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. 3. De bestreden uitspraak vermeldt ten onrechte niet
1. Afwijzing van het verzoek tot het verrichten van een vergelijkend boekenonderzoek. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG kan het middel niet tot cassatie leiden. 2. Geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. 3. De bestreden uitspraak vermeldt ten onrechte niet
Bewijsklacht. Uit de inhoud van de bewijsmiddelen kan, mede in aanmerking genomen hetgeen namens verdachte is aangevoerd, niet zonder meer volgen dat verdachte juist in de bewezenverklaarde periode met X samenwoonde en een gezamenlijke huishouding voerde. De bewezenverklaring is
Overschrijding redelijke termijn a.b.i. art. 6 EVRM.
Rechtstreekse schade. O.g.v. art. 361.2.b Sv is een b.p., Gemeente Y, Dienst Verzekeringszaken, alleen ontvankelijk in haar vordering als haar rechtstreekse schade is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Nu de vordering van de benadeelde partij strekt tot vergoeding van d
OM-cassatie en verdachte cassatie. Het Hof heeft de strafoplegging, ook in het licht van hetgeen door de AG is aangevoerd, toereikend gemotiveerd. Art. 359.2, tweede volzin, Sv noopte het Hof niet tot een nadere motivering.