Ontvankelijkheid in h.b. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AR3700 m.b.t. de responsieplicht van de rechter bij een duidelijk en gemotiveerd verweer aangaande verontschuldigbare termijnoverschrijding. Hetgeen door verdachte is aangevoerd kan bezwaarlijk anders worde
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 39 · live
Art. 359.2 Sv, uos t.a.v. betrouwbaarheid getuige. Hetgeen door de raadsvrouwe ttz. in h.b. is aangevoerd m.b.t. de verklaringen van de getuige kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinni
Art. 359.2 Sv, uos t.a.v. betrouwbaarheid getuige. Hetgeen door de raadsvrouwe ttz. in h.b. is aangevoerd m.b.t. de verklaringen van de getuige kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinni
Profijtontneming. Art. 359.2 Sv m.b.t. elektriciteitskosten. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BC2913. Het Hof heeft hetgeen is aangevoerd kennelijk niet opgevat als een uos. Dat is onjuist noch onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat de raadsman niet heeft ges
Uitspreken in het openbaar. Uit het p.v. van de tz. blijkt niet dat het arrest overeenkomstig art. 362.1 jo. art. 415 Sv in het openbaar is uitgesproken, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is geschied. HR spreekt het arrest alsnog ter openbare tz. uit, vgl. HR LJN
Profijtontneming. De opvatting dat slechts de meervoudige kamer van een Hof bevoegd is tot kennisneming van ontnemingsvorderingen is niet juist.
Volstaan met opgave van bewijsmiddelen. Raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. ’s Hofs oordeel dat kon worden volstaan met een opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv is onjuist.
Schriftelijk verzoek tot wraking ex art. 512 Sv. De grondslag van het verzoek is gelegen in de motivering van de beslissing dat er geen redenen bestaan om te twijfelen aan hetgeen de verbalisanten hebben waargenomen. Daarmee stelt de politierechter expliciet dat de verklaring van
Bewijs opzet op de dood. De motivering van het bewezenverklaarde opzet schiet tekort. In aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat (de door verdachte uitgelokte) X de ernst van het letsel dat het s.o. zou oplopen door zijn messteken op voorhand heeft willen beperken do
Bewijs opzet op de dood. De motivering van het bewezenverklaarde opzet schiet tekort. In aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat (de door verdachte uitgelokte) X de ernst van het letsel dat het s.o. zou oplopen door zijn messteken op voorhand heeft willen beperken do
Art. 359.2 Sv. Hetgeen t.t.z. door de raadsman is aangevoerd m.b.t. verklaring van de aangeefster kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Het Hof is daarvan afgeweken door die verklaring voor het bewijs te bezigen, maar heeft in stri
Profijtontneming. Afwijzing getuigenverzoek (m.b.t. CIE-informant). Ingevolge de overgangsbepalingen, zijn de wijzigingen in o.m. art. 410, 414 en 418 Sv i.c. nog niet van toepassing en is de maatstaf voor de beoordeling van het verzoek ingevolge art. 288.1.c. (oud) Sv jo. 415 en
1. Toepassing art. 423.1 Sv (vernietiging/bevestiging door Hof van vonnis in 1e aanleg) na inwerkingtreding Wet stroomlijnen hoger beroep. 2. Kwalificatie. Ad 1. De HR beschrijft de strekking van de Wet stroomlijnen hoger beroep en de praktijk m.b.t. de toepassing van art. 423 Sv
OM-cassatie. Klacht over motivering vrijspraak. HR: art. 81 RO.
OM-cassatie. Klacht over motivering vrijspraak. HR: art. 81 RO.
OM-cassatie. Klacht over motivering vrijspraak. HR: art. 81 RO.
Cassatie OM en verdachte. Gepleegde strafbare feiten bij het verlenen van personeelsopties. 1. Art. 225.1 (oud) Sr. Motivering vrijspraak. 2. Art. 69 AWR. Verwerping beroep op n.o. OM. Ad 1. HR: art. 81 RO. Ad 2. Het Hof heeft de verwerping van het verweer doen steunen op omstand
OM-cassatie. Klacht over motivering vrijspraak. HR: art. 81 RO.
Cassatie OM en verdachte. Gepleegde strafbare feiten bij het verlenen van personeelsopties. 1. Art. 225.1 (oud) Sr. Motivering vrijspraak. 2. Art. 69 AWR. Verwerping beroep op n.o. OM. Ad 1. Geen sprake van grondslagverlating. ’s Hofs oordeel moet aldus worden verstaan dat het ni
Na het tussenarrest van de HR (LJN BL3221 ) heeft de AG bij de HR aanvullend geconcludeerd. HR thans: 81 RO.
Door het verweer te verwerpen zoals het Hof heeft gedaan, is voldaan aan art. 359.2 Sv.
Benadeelde partij, voegen. 's Hofs oordeel dat de b.p. zich in e.a. heeft gevoegd op de in art. 51b.2, Sv voorziene wijze en dat hij zich in h.b. op de voet van art. 421.3 jo. art. 51b Sv heeft gevoegd is onjuist noch onbegrijpelijk.
Art. 359.2 Sv, uos. Het standpunt van de raadsman omtrent het ontbreken van steunbewijs vindt in voldoende mate zijn weerlegging in de door het Hof gebezigde bewijsvoering. Art. 359.2 Sv noopte het Hof niet de bestreden uitspraak in dit opzicht nader te motiveren.
Opzet. Het Hof heeft voorwaardelijk opzet aangenomen op ontoereikende gronden.
1. Art. 140 Sr, criminele organisatie. 2. Bewijs feitelijk leiding geven. Ad 1. Het hof heeft verzuimd te responderen op het verweer of sprake was van een criminele organisatie a.b.i. art. 140 Sr. Dat verzuim behoeft niet tot cassatie te leiden, nu het Hof het verweer slechts had