Bewijsklacht. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN AL6209 m.b.t. art. 141 Sr. Niet is vereist dat de bm inhouden dat stompen/of slaan door verdachte is geschied. Conclusie AG: alsnog vrijspreken van dit onderdeel van de tll.
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 38 · live
Profijtontneming. Art. 322.3 Sv, art. 331.2 Sv, niet uitdrukkelijk gemachtigde raadsman. In HR LJN BP2412 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het geven van toe- of instemming door een raadsman, zoals op grond van art. 322.3 Sv een bevoegdheid is van de raadsman die, naar volgt uit
(Gewoonte)witwassen. 1. Het middel dat klaagt over afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat de periode wanneer sprake is van (gewoonte)witwassen niet kan aanvangen voordat de van misdrijf afkomstige voorwerpen daadwerkelijk voorhanden zijn, faalt reeds omdat het e
1. Kennelijke misslag beslag. 2. Redelijke termijn. Ad 1. Het Hof heeft als gevolg van een kennelijke misslag t.a.v. een mobiele telefoon zowel de teruggave gelast aan verdachte als de bewaring daarvan gelast tbv de rechthebbende. HR doet de zaak zelf af. Ad 2. T.t.v. het instell
Artt. 1a en 30 Wet op de kansspelen. Internetgokkast. Internetzuil. De regeling van de Wok inzake de speelautomaten vormt een lex specialis t.o.v. art. 1 Wok, vgl. HR LJN BM3630. Vernietiging en terugwijzing.
Medeplichtigheid. Bewijs opzet. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BA7932 m.b.t. het toetsingskader betreffende de aansprakelijkheid van een medeplichtige. Uitleg van de termen “door de dader verrichte handelingen” en “een deel daarvan” uit het toetsingskader. D
Art. 423.4 Sv. Partieel appel OM. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van feiten 1 en 3 en hem terzake van feit 2 een gevangenisstraf opgelegd. Het hoger beroep is beperkt tot feit 1. Het hof heeft de verdachte terzake van feit 1 veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstr
“Salduz-verweer”. Het Hof had er blijk van moeten geven te hebben onderzocht of verdachte is gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat voorafgaande aan het eerste politieverhoor en of hem de gelegenheid is geboden van dat recht gebruik te maken dan wel of hij daarvan
Bewijsklacht. Nu het Hof de getuigenverklaringen als volstrekt ongeloofwaardig heeft aangemerkt, kon het Hof diezelfde getuigenverklaringen niet tot het bewijs bezigen (vgl. HR NJ 1993/54 en HR LJN BD3902).
1. maatstaf bij beslissing tot het beletten van de beantwoording van een door verdachte aan een getuige gestelde vraag. 2. Bewijsklacht. Ad 1. 's Hofs overwegingen moeten aldus worden begrepen dat het antwoord op de belette vraag niet van belang kon zijn voor enige in deze zaak t
Geen middel van cassatie. Voor het overige: art. 81 RO.
Bewijsklacht. Van de omstandigheden genoemd in de nadere bewijsoverweging van het Hof kan niet gezegd worden dat het Hof deze redengevend heeft geacht voor de bewezenverklaring. Die omstandigheden hoeven dan ook niet op dezelfde wijze worden aangeduid als is vereist m.b.t. voor d
1. Geen beslissing op een verzoek om een drietal getuigen te horen. 2. Afwijzing verzoek om runners en informanten als getuigen te horen. Maatstaf. Ad 1. In weerwil van de door de voorzitter ter terechtzitting gedane mededeling houdt het arrest geen beslissing in omtrent het door
Gegronde bewijsklacht. Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde opzet kan niet uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid. De bewezenverklaring is ontoereikend gemotiveerd.
Jeugdzaak. Salduz-verweer. Door het namens verdachte gevoerde verweer te verwerpen op de gronden zoals door het Hof is gebezigd, heeft het Hof miskend dat verdachte in verband met zijn minderjarigheid recht heeft op bijstand door een raadsman of een andere vertrouwenspersoon tijd
HR: art. 81 RO. Ambtshalve punt van cassatie: de strafoplegging is in strijd met het van toepassing zijnde art. 14a Sr, zoals die bepaling luidde tot 1 februari 2006 (vgl. HR LJN AX1662). De zaak wordt voor de strafoplegging teruggewezen.
Profijtontneming. Art. 36e.6 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit HR LJN ZC9559. Het Hof heeft bij het bepalen van het wederrechtelijk verkregen voordeel rekening gehouden met de ten gunste van de b.p. uitgesproken veroordeling van de betrokkene tot betaling van schadevergoed
Noodweer. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AU8087 t.a.v. culpa in causa bij noodweer, uitlokking door provocatie. Het Hof - dat kennelijk aannemelijk heeft geacht dat zich een noodweersituatie voordeed - heeft geoordeeld dat verdachte zich “willens en wetens in een s
Art. 363 Sr. Ambtelijke omkoping. Bouwfraude. HR: Art. 81 RO.
Bewijsklacht. Verbeurdverklaring. HR: Art. 81 RO.
(Schuld)witwassen. Artt. 420bis en 420quater Sr. HR: Uit wetsgeschiedenis vloeit voort dat de witwasbepalingen in zeer uiteenlopende gevallen toepassing kunnen vinden. Daarbij kan worden onderscheiden tussen (i) de situatie waarin het vermogen "gedeeltelijk" van misdrijf van afk
De klacht dat de door het Hof tot bewijs gebezigde verklaring van X t.t.z. e.a. zich niet bij de stukken bevindt, kan niet tot cassatie leiden nu niet is gebleken dat de raadsman ingevolge art. IV. 3 van het Procesreglement van de Strafkamer van de HR binnen de in art. 437.2 Sv g
Het Hof heeft de verdachte vrijgesproken van feit 1. Klacht in cassatie houdt in dat het Hof t.a.v. feit 1 de dgv. nietig, danwel het OM n-o had moeten verklaren. Nu uit het middel noch uit de overige stukken waarvan de HR kennisneemt blijkt dat verdachte een rechtens te respecte
OM n-o bij onvoldoende of niet-naleving van art. 167a Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit LJN BF1183 en voegt daaraan ter verduidelijking nog het volgende toe. Mocht het OM in zijn inspanningsverplichting ex art. 167a Sv zijn tekortgeschoten, dan behoeft aan dit verzuim ge
Art. 344a.3 Sv. Schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Het Hof heeft de bewezenverklaring mede gebaseerd op een p.v. houdende een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. De verdediging heeft verzocht de desbetre