Profijtontneming. De opvatting waarop het middel steunt, dat een gedeeltelijke afschrijving van de investeringskosten van hennepkwekerijen in strijd is met het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel, is in haar algemeenheid onjuist. Het oordeel van het Hof dat het onvold
Wetboek van Strafvordering
Art. 359 Sv
Genoemd in 2.762 uitspraken · Officiële wettekst
2.762 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 35 · live
1. Art. 326 Sr, tenietdoen van een inschuld. 2. Art. 359.2 Sv, uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (u.o.s.). Ad 1. Het middel berust o.m. op de opvatting dat van het tenietdoen van een inschuld als bedoeld in art. 326 Sr geen sprake kan zijn indien de verwerping van een nalatensch
1. Art. 359.2 Sv. 2. Klacht over innerlijke tegenstrijdigheid arrest. Ad 1. Vooropstelling over aan de feitenrechter voorbehouden selectie en waardering van voorhanden bewijsmateriaal en de motiveringseisen ex art. 359.2, tweede volzin, Sv (HR LJN AU1930). Het Hof heeft bij de ve
Hoge Raad: art. 81 RO. Overschrijding redelijke termijn.
1. Art. 326 Sr, tenietdoen van een inschuld. 2. Art. 359.2 Sv, uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (u.o.s.). Ad 1. Het middel berust o.m. op de opvatting dat van het tenietdoen van een inschuld als bedoeld in art. 326 Sr geen sprake kan zijn indien de verwerping van een nalatensch
Profijtontneming. HR: art. 81 RO en overschrijding redelijke termijn in cassatie.
Profijtontneming. HR: art. 81 RO en overschrijding redelijke termijn in cassatie.
Artt. 359a Sv en 359.2 Sv. Het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting heeft het Hof verworpen op gronden die zijn beslissing kunnen dragen. De klacht dat de motivering van het Hof niet voldoet aan het in art. 359.2 Sv ten aanzien van uitdrukkelijk onderbouwde standpunten gegeve
Profijtontneming. HR: art. 81 RO en overschrijding redelijke termijn in cassatie.
Profijtontneming. Wijziging ontnemingsbeslissing bij proces-verbaal. De voorzitter heeft geoordeeld dat de bestreden uitspraak een onmiddellijk kenbare fout, verschrijving of verrekening bevat die vatbaar is voor herstel. Aangenomen al dat hiervan sprake is, had - zoals volgt uit
Economische zaak. Ook indien zou moeten worden aangenomen dat de verdediging niet in enig stadium van het geding gelegenheid heeft gehad een persoon die een verklaring tegenover de politie heeft afgelegd te (doen) ondervragen, staat art. 6 EVRM niet aan het gebruik tot het bewijs
Noodweer(exces). Voor zover het middel klaagt dat niet is voldaan aan het motiveringsvoorschrift van art. 359.2, tweede volzin, Sv miskent het dat het beroep op noodweer(exces) een verweer betreft waarop ex art. 358.3 Sv bepaaldelijk moet worden beslist. Voor die beslissing geldt
Beklag, beslag. Art. 552a Sv. Het moet ervoor worden gehouden dat het beslag op de bankrekeningen van klaagster thans uitsluitend is gelegd ex art. 94a Sv. In het geval van faillissement van de beslagene vervalt een ex art. 94a Sv gelegd conservatoir beslag (HR LJN BM4095). Dit b
Art. 330 Sv. Niet beslissen op (voorwaardelijk) getuigenverzoek. De handgeschreven aantekening in de pleitnota kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als behelzende het verzoek om X als getuige te horen indien diens eerder afgelegde verklaring voor het bewijs zou worden gebru
HR: 81RO.
Economische zaak. 1. Verordening EG 105/2005. 2. Opzet. Ad 1. De opvatting dat de inhoud van de containers slechts afval van elektromotoren betrof waarvoor geen verplichting tot kennisgeving aan de betrokken autoriteiten gold, vindt geen steun in de Europese regelgeving nu op de
Onrechtmatigheid telefoontaps? Op schrift stellen mondelinge machtiging RC. Art. 126m.8 Sv en art. 126l.7 Sv. ‘s Hofs oordeel dat de overschrijding met één dag van de in art. 126m.8 Sv jo. art. 126l.7 Sv bedoelde termijn van drie dagen niet zo aanzienlijk is dat dit tot bewijsuit
HR: 81RO.
Veroordeling medewerker BVD (thans: AIVD) wegens het onder zich nemen of houden van staatsgeheime documenten. Fair proces als bedoeld in art. 6 EVRM; geheimhoudingsplicht, Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (WIV 2002). De HR stelt voorop dat art. 86 WIV 2002 voor
Art. 359a Sv. HR stelt HR LJN AM2533 voorop. Het oordeel van het Hof dat de omstandigheid dat de opsporingsambtenaren in hun proces-verbaal in strijd met de waarheid hebben gerelateerd niet een vormverzuim oplevert dat van dien aard is dat niet-ontvankelijkverklaring van het OM m
Jeugdzaak. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (uos). Art. 359.2 tweede volzin Sv. Hetgeen door de raadsvrouwe naar voren is gebracht m.b.t. de aangetroffen vingerafdrukken kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en vo
Overschrijding redelijke termijn in cassatie (inzendtermijn).
Slagende bewijsklacht. De bewezenverklaring, voor zover behelzende dat verdachte opzettelijk hennepplanten heeft geteeld en elektriciteit heeft weggenomen, kan niet zonder meer worden afgeleid uit de inhoud van ’s Hofs bewijsvoering.
Art. 1.1 Awbi. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting. Degene die in een woning binnentreedt, is ingevolge art. 1.1 Awbi verplicht zich voorafgaand te legitimeren en mededeling te doen van het doel van het binnentreden. Dit voorschrift is ook van toepassing in het geval dat met
Strafoplegging is ondeugdelijk wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf. Nu de strafmotivering ook geen uitsluitsel geeft omtrent de door het Hof beoogde duur, kan de bestreden uitspraak wat betreft de strafoplegging niet in stand blijven.