1. HR: art. 81 RO. 2. De klacht dat het Hof heeft verzuimd art. 36f Sr te vermelden als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust, mist feitelijke grondslag.
Wetboek van Strafvordering
Art. 358 Sv
Genoemd in 373 uitspraken · Officiële wettekst
373 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
1. HR: art. 81 RO. 2. De klacht dat het Hof heeft verzuimd art. 36f Sr te vermelden als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust, mist feitelijke grondslag.
1. Art. 302.1 (oud) Sv jo. art. 336 (oud) Sv. Uitoefening spreekrecht door een vriendin van het slachtoffer. 2. Het Hof heeft in strijd met art. 353.1 Sv verzuimd een beslissing te nemen t.a.v. de inbeslaggenomen goederen, als weergegeven in de conclusie van de AG. Ad 1. De wetsg
Middel over het aanhalen van een niet toepasselijk wetsartikel kan niet tot cassatie leiden.
De HR verbetert de bestreden uitspraak door de duur van de proeftijd te bepalen op twee jaren en art. 55 WWM te vermelden.
Strafmotivering. Het gebrek dat uit het onderzoek ttz. niet kan volgen dat verdachte meerdere malen betrokken is geweest bij vechtpartijen “in het uitgaansleven” behoeft niet tot cassatie te leiden, nu dat gebrek in de motivering van de strafoplegging van zo ondergeschikte aard i
1. Toepassing art. 423.1 Sv (vernietiging/bevestiging door Hof van vonnis in 1e aanleg) na inwerkingtreding Wet stroomlijnen hoger beroep. 2. Kwalificatie. Ad 1. De HR beschrijft de strekking van de Wet stroomlijnen hoger beroep en de praktijk m.b.t. de toepassing van art. 423 Sv
O.g.v. art. 358.4 Sv behoeven slechts die wettelijke voorschriften te worden vermeld die de toegepaste verbods- en strafbepalingen inhouden en de onmiddellijke grondslag der veroordeling uitmaken. Indien de veroordeling is gebaseerd op art. 312 dan wel 311, behoeft art. 310 Sr ni
Combinatie ISD met bijkomende straffen. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AV1161. De HR neemt in aanmerking dat blijkens art. 9.5 Sr voor bijkomende straffen als algemeen uitgangspunt geldt dat zij gecombineerd mogen worden met andere straffen en dat niet valt in t
Bewijsmotivering. Nu de bewezenverklaring, vzv. behelzende dat de douane-expediteurs X en Y strafrechtelijk niet aansprakelijk zijn, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, is 's Hofs uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkle
Unus testis, nullus testis. Volgens art. 342.2 Sv kan het bewijs dat verdachte het tlg. feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige.
Art. 359.2 Sv. U.o.s. Hetgeen door de raadsvrouw ttz. is aangevoerd m.b.t. de verklaring van de getuige kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het Hof n
1. Afwijzing van het verzoek tot het verrichten van een vergelijkend boekenonderzoek. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG kan het middel niet tot cassatie leiden. 2. Geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. 3. De bestreden uitspraak vermeldt ten onrechte niet
Art. 187d (oud) Sv. Het Hof heeft het verzoek van de verdediging om de R-C als getuige te doen horen kennelijk – en niet onbegrijpelijk – aldus opgevat, dat het ertoe strekte van de R-C te vernemen wat de betrokken getuigen tegenover hem hebben verklaard m.b.t. gegevens waaromtre
Bewijsuitsluiting als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg kan uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en voorts door de onrechtmatige bewijsgaring een (belangrijk) strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate
De rechter naar wie de HR na vernietiging van een uitspraak de zaak heeft verwezen, is gebonden aan de door de HR gegeven beslissing (HR NJ 1996, 478). Dit brengt mee dat het hof – gelet op de omvang van het cassatieberoep tegen het arrest van het hof Arnhem – o.g.v. ’s Hogen Raa
Invoer van draadloze telefoons in Nederland vanuit Taiwan en opslag ter distributie in Nederland van deze telefoons die niet voldoen aan de krachtens art. 10.1 of 10.2 Telecommunicatiewet gestelde voorschriften. De ec. pr heeft verdachte vrijgesproken. Bij gebreke van een bewezen
-
-
Art. 8 EVRM gegarandeerde recht van de verdachte op respect voor diens privéleven een meer dan beperkte - en daardoor niet meer door art. 2 Politiewet en art. 141 Sv gelegitimeerde - inbreuk is gemaakt, beantwoord aan de hand van de frequentie, de duur, de plaatsen, de methoden,