Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
Wetboek van Strafvordering
Art. 358 Sv
Genoemd in 373 uitspraken · Officiële wettekst
373 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
Passieve ambtelijke omkoping door directeur van vennootschap, waarvan gemeente Nijmegen enig aandeelhouder was en die tot doelstelling had het bevorderen van culturele activiteiten in die gemeente. Afwezigheid van alle schuld (avas) i.v.m. “als ambtenaar” een geldbedrag vragen te
Veroordeling voor drugsexport en het beheer van digitale marktplaatsen voor de handel in drugs, artikelen 2, 10 en 10a Opiumwet. Falende klachten over o.m. de verwerping door het hof van het beroep op de nietigheid van de dagvaarding, het gebruik voor het bewijs van processen-ver
Klimop-zaak. Bewijsklachten en klacht over afwijzing van een verzoek tot toevoeging van stukken aan het strafdossier. HR: art. 81.1 RO.
Economische zaak. Vervolg op HR 12 juni 2011, ECLI:HR:NL:2011: BP5971. Art. 2 Diergeneesmiddelenwet (oud). HR: 81.1 RO.
Economische zaak. Vervolg op HR 12 juni 2011, ECLI:HR:NL:2011:BP5967. Art. 2 Diergeneesmiddelenwet (oud). HR: 81.1 RO.
Economische zaak. HR ambtshalve. Middelen zonder “therapeutische” werking kunnen niet worden gekwalificeerd als geneesmiddel. Art. 1.1 onder b en 18.1 Geneesmiddelenwet (Gmw). In het licht van de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaken Markus D. en G. (C-358/13 en C-181/14
Tenlastelegging grootschalige kinderpornografie, art. 240b Sr en art. 261. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1995:ZD0095 en ECLINL:HR:1995:ZD0096 en voegt daaraan toe dat ex art. 261 Sv de dagvaarding een opgave dient te behelzen van het feit dat ten laste wordt g
Verweer strekkende tot n-o verklaring OM. Pleitnota in het ongerede geraakt. De HR gaat er veronderstellenderwijs van uit dat de raadsman ttz. van de Ktr het in het middel bedoelde verweer heeft gevoerd. Een beslissing op het verweer komt in de bestreden uitspraak niet voor. HR v
HR: art. 81.1 RO
Vervolg op ECLI:NL:HR:2015:901 waarin om een aanvullende conclusie is gevraagd. Door de verdediging is verweer gevoerd dat de dagvaarding partieel nietig moet worden verklaard, waaromtrent het Hof op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing had moet
Strafmotivering. Met de vaststelling van de omstandigheid dat verdachte overeenkomstig hetgeen in het UJD staat vermeld “een aantal malen een schriftelijke waarschuwing heeft gekregen in verband met vermogensdelicten” heeft het Hof als onderdeel van zijn motivering van de straf,
Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden. Art. 14e.1 Sr. Een rechtelijke uitspraak mag in de regel pas tenuitvoergelegd worden nadat zij onherroepelijk is geworden en de in art. 14e Sr voorziene uitzondering op deze regel m.b.t. de dadelijke uitvoerbaarheid van de o.g.v.
HR: art. 81.1 RO.
Art. 420bis jo. art. 420ter Sr, gewoontewitwassen. Gedeeltelijk slagende bewijsklacht. V.zv. het middel opkomt tegen ’s Hofs oordelen m.b.t. de in de bewezenverklaring genoemde drie personenauto’s en het geldbedrag van € 117.451,70 kan het middel niet tot cassatie leiden. Het oor
-
Art. 420bis jo. art. 420ter Sr, gewoontewitwassen. Gedeeltelijk slagende bewijsklacht. V.zv. het middel opkomt tegen ’s Hofs oordelen m.b.t. de in de bewezenverklaring genoemde drie personenauto’s en het geldbedrag van € 117.451,70 kan het middel niet tot cassatie leiden. Het oor
Art. 420bis en art. 420ter Sr, gewoontewitwassen. Gedeeltelijk slagende bewijsklacht. V.zv. het middel opkomt tegen ’s Hofs oordelen m.b.t. de in de bewezenverklaring genoemde drie personenauto’s en het geldbedrag van € 117.451,70 kan het middel niet tot cassatie leiden. Het oord
HR: art. 81.1 RO.
HR: 81.1 RO. Ambtshalve: Art. 197 (oud) Sr en terugkeerrichtlijn. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BY3151 en ECLI:NL:HR:2013:705. Verdachte is wegens handelen in strijd met art. 197 (oud) Sr veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar
HR: 81.1 RO.
Profijtontneming. HR: 81.1 RO.
Art. 272 Sr, schending van een beroepsgeheim, en art. 328ter Sr, niet-ambtelijke omkoping. HR constateert ambtshalve verjaring t.a.v. beide feiten.
HR: 81.1 RO. Ambtshalve: strafoplegging art. 197 (oud) Sr en terugkeerrichtlijn. HR stelt rov. 4.7 van ECLI:NL:HR:2013:BY3151 en rov. 3.4. van ECLI:NL:HR:2013:BZ3791 voorop. Uit deze rechtspraak volgt dat vanaf 24 december 2010 de strafoplegging bij een veroordeling wegens hande