Witwassen, artt. 420bis en 420quater Sr. HR herhaalt HR LJN BM4440 m.b.t. het witwassen van een door verdachte zelf begaan misdrijf en voegt daar ter verduidelijking aan toe: Met deze rechtspraak wordt mede beoogd te voorkomen dat een verdachte die een bepaald misdrijf heeft bega
Wetboek van Strafvordering
Art. 358 Sv
Genoemd in 373 uitspraken · Officiële wettekst
373 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
HR: art. 81 RO.
Uos. T.a.v. een verweer a.b.i. art. 358.3 Sv geldt het motiveringsvoorschrift van art. 359.2 eerste volzin Sv .
Zaak Willem H. 1. Beroep op ontbreken van onpartijdigheid rechter, art. 6.1 EVRM. 2. Uitlatingen vz. van de Rb verenigbaar met art. 6.1-2 EVRM? 3. Uitsluiten getuigenverklaringen voor het bewijs. 4. (Afgeleid) verschoningsrecht? Uitsluiten getuigenverklaring van de secretaresse v
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het hof heeft het gevoerde betoog kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
1. Met overneming ex art. 423 lid 3 Sv van de verwerping van een verweer uit het vernietigde vonnis kon in casu niet worden volstaan nu het in appèl gevoerde verweer nieuwe stellingen en argumenten bevat. 2. Voorlichtingsdag over het geneesmiddel Xenical. Betekenis van "tot het p
-
PUBLICATIE BIJ ARREST. Conclusie AG. Tweede cassatieronde. Veroordeling wegens valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (feit 1) en medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (feit 4 en 5). Middel 1: klacht over miskenning terugwijzingsopdracht en afwijzing getuigenverzoeken. Mid
Conclusie AG over (1) vervolgingsverjaring en (2) beroep op de samenloopbepalingen, in het bijzonder de in art. 56 lid 2 Sr voorziene gelijkstelling in geval van valsheid aan de voortgezette handeling. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 18/01534.
Conclusie AG. Profijtontneming. Is hof Arnhem-Leeuwarden bevoegde gerecht om over ontnemingszaak in hb te oordelen nadat hoofdzaak in eerste aanleg werd behandeld door rb Leeuwarden op grond van art. 8 lid 1 Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen en het Besluit tussent
Poging tot zware mishandeling, door huisgenoot met een keukenmes in de onderarm te steken, art. 302 Sr. Verwerping beroep op noodweer. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:456 m.b.t. motiveringsplicht rechter en proportionaliteitseis. Hof heeft o.m. vastgesteld
Medeplegen van medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk uitlokken van poging tot moord. Falende middelen over verwerping verweer strekkende tot n-o verklaring OM in vervolging dan wel bewijsuitsluiting i.v.m. schending van uit o.m. art. 2 EVRM voortvloeiende positieve verp
Onderzoek “Jasmijn”. HR: 81.1 RO. Conclusie AG o.m. over schakelbewijs, (verlengde) invoer en medeplegen.
HR: art. 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie.
HR: art. 81.1 RO.
HR: art. 81.1 RO.
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te
Art. 359.2 Sv, art. 358.3 Sv. V.zv. het middel t.a.v. het verweer dat art. 2.1.1.4 APV Leeuwarden ondeugdelijk is bekendgemaakt en daarom niet verbindend is, klaagt dat het Hof niet heeft voldaan aan het motiveringsvoorschrift van art. 359.2.2e volzin Sv, miskent het dat het hier
B.p. die is overleden na toewijzing van de vordering in 1e aanleg. 1. Vordering. 2. Schadevergoedingsmaatregel (s.v.m.). Ad 1. I.c. duurde de voeging ex art. 421.2 Sv van rechtswege voort zodat het Hof ex art. 361 Sv op de vordering diende te beslissen. De omstandigheid dat de b.
Katvanger. “Tenzij anders blijkt” a.b.i. art. 1.3 WVW1994. Verweerin hoger beroep: een katvanger kan niet worden gelijkgesteld aan eigenaar of houder. HR: met zijn overweging “ dat de wettelijke bedoeling van art. 1.3 WVW1994 juist opgang doet ingeval iemand, zoals i.c., als kat
Het Hof heeft in de verwerping van het verweer van verdachte dat zijn Europese rechten zijn geschonden tot uitdrukking gebracht dat hetgeen verdachte heeft aangevoerd niet kan gelden als een uitdrukkelijk voorgedragen verweer a.b.i. art. 358.3 Sv. Dat oordeel geeft niet blijk van
OM-cassatie. 1. Afkomstig uit enig misdrijf i.d.z.v. de witwasbepalingen. 2. Art. 359.2 Sv Ad 1. De tekst van de wet stelt geen beperkingen aan de reikwijdte van de witwasbepalingen en uit de wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat de wetgever niet heeft beoogd andere beperkinge
1. Art. 359.2 Sv. 2. Vergoeding immateriële schade. Ad 1. Aangezien hetgeen namens verdachte ttz is aangevoerd een standpunt bevat dat naar inhoud en strekking overeenkomt met hetgeen de deskundige X naar voren heeft gebracht en het Hof ook bezien in het licht van het verhandelde
358.3 Sv verweer. Het verweer dat het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard, kan bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan als een verweer i.d.z.v. art. 358.3 Sv jo. art. 359.2, Sv, welke bepalingen ingevolge art. 415 Sv van overeenkomstige toepassing zijn in hoger beroep.