Met geweld verzetten tegen aanhouding, waardoor politieambtenaar gebroken vinger heeft opgelopen (wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg, art. 180 jo 181.1 Sr). Uitspraak is niet binnen 14 dagen na sluiting onderzoek gedaan, art. 345.3 en 345.4 Sv. Onderzoek ttz. is o
Wetboek van Strafvordering
Art. 345 Sv
Genoemd in 54 uitspraken · Officiële wettekst
54 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vordering AG tot cassatie in het belang der wet. De vordering richt zich tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 23 mei 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1986. Centraal in de vordering staat de functie die tegenwoordig aan art. 36 Sv moet worden toegekend. Het artikel v
BOPZ-zaak; verzoek om ontslag uit ziekenhuis. De wet heeft overschrijding door de rechtbank van de beslistermijn van drie weken (art. 49 lid 9 jo. art. 9 lid 1 Wet BOPZ) niet uitdrukkelijk met nietigheid van de beslissing bedreigd. Geen sprake van schending van een zodanig essent
Deze zaak betreft een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel). Deze vordering wordt afgewezen. Eerder is de proeftijd verlengd en is als bijzondere voorwaarde opnam
Conclusie AG. Uitspraak rechtbank na veertiende dag. Klacht over niet terugwijzen zaak door hof. AG is van mening dat klacht faalt nu art. 345.4 Sv is gericht aan de rechter die de zaak onder zich heeft. Conclusie strekt tot verwerping.
Conclusie AG. Art. 345 Sv. Hof heeft niet binnen veertien dagen na de sluiting van het onderzoek uitspraak gedaan en heeft het onderzoek evenmin heropend. De conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Art. 8:73 Awb. Vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn in belastinggeschillen.
Art. 8:73 Awb. Een verzoek om vergoeding van immateriële schade bij overschrijding van de redelijke termijn in belastinggeschillen bij het Hof kan niet voor het eerst in cassatie worden gedaan.
1. Art. 423.1 Sv, verzoek terugwijzing zaak naar de rb. 2. Voorwetenschap i.d.z.v. art. 46.2 Wte 1995. 3. Bewijsklacht. 4. Toepassen gunstiger bepalingen i.d.z.v. art. 1.2 Sr na wetswijziging van de artt. 46 en 46a Wte van 1 oktober 1995. 5. Strafoplegging. Ad 1. De HR herhaalt r
Het hof heeft feitelijk vastgesteld dat de PR geen einduitspraak heeft gegeven t.a.v. het onder 3 tenlastegelegde feit. O.g.v. die vaststelling heeft het hof vervolgens terecht beslist dat het appel van verdachte zich niet kon uitstrekken tot dit feit.
-